Frontaal
Naakt
11 maart 2015

Dikke muizen als oogkleppen

Marcel Hulspas

film13

Zo maar een stukje wetenschappelijk nieuws. De Texaanse medisch bioloog Kevin Philips heeft een pil ontwikkeld die muizen doet afslanken. De pil jaagt, zo lijkt het, de spijsvertering omhoog en zorgt ervoor dat het ‘slechte’ witte vet (de energievoorraad, die ieder van ons dik maakt) omgezet wordt in de variant bruin vet (de vetvoorraad die snel wordt benut). Aldus werd afgelopen week onthuld tijdens een endocrinologencongres in San Diego.

Leuk nieuwtje voor in de krant. Wat is hier mis mee? Zo’n beetje alles. Ten eerste zijn het geen gewone muizen die voor dergelijke onderzoeken worden gebruikt maar standaard genetisch gemanipuleerde obese muizen. Afwijkende muizen. Die geven per defintie afwijkende resultaten. Leuk voor een artikel in een vakblad, een lezing tijdens een congres, een persbericht – maar verder heb je er niet veel aan. En al zouden het gewone muizen zijn, dan geldt nog altijd: muizen zijn geen mensen. Echt niet. De meeste pillen of prikken die bij labmuizen of wilde muizen prima werken, vallen bij de daaropvolgende fase van het onderzoek (met proefpersonen) vrijwel altijd door de mand. Het werkt ineens niet, het blijkt gekke bijwerkingen te hebben, et cetera. Proeven met muizen zijn uiterst leerzaam op theoretisch niveau, zijn uitstekend voor je publicatielijst, maar verder: niks.

Het is de mens, stupid

En dan is er nog iets. De onderzoekers werken aan het verkeerde onderwerp. Overgewicht is geen biochemisch probleem. Zeker, er bestaat een biochemie van de spijsvertering. En ieder pondje komt door het mondje. Maar studie na studie laat zien dat als je overgewicht wilt aanpakken, en iets wilt bereiken, je bij de mens moet beginnen en niet eindigen. Vele miljoenen gaan er om in het onderzoek naar dikke muizen, vetkleuren bij dikke muizen, pillen tegen verkeerd vet bij muizen. Vele miljoenen down the drain. Het heeft nooit iets opgeleverd. De muis is niet het probleem. En ook niet de chemie. Het is de mens, stupid.

Waarom zijn we de laatste halve eeuw zo lekker dik geworden? Omdat onze omgeving is veranderd. Vroeger was eten schaars, en werden weken van voldoende voedsel afgewisseld met karige maanden. Het lichaam is gebouwd op die permanente schaarste. Het wil altijd meer dan strikt noodzakelijk en legt zo in de loop van de jaren 30 tot 50 een vetvoorraad aan. Pakweg een kilootje per jaar. Minimaal. En het laat die minimale vetvoorraad (de exacte omvang ligt ergens in de genen verborgen) slechts met de grootste moeite los.

Veilige vetvoorraad

Iedereen kent de verhalen van de dikkerds die met grote vreugde ontdekken dat ze zonder veel problemen (langzaam maar gestaag) af kunnen vallen van zeg 130 kilo naar 95 kilo. Maar daarna wordt het ineens zwaar. Er wil niks meer af, althans niet makkelijk. Geen wonder. Het lichaam weet wat het wil bewaren, Voor de karige maanden. Wie dan gaat hongeren, kan dat patroon doorbreken. Maar wanneer je dan trots en hongerig gearriveerd bent bij 75 kilo, en daarna denkt: ik ga weer gewoon eten (in historisch opzicht: te veel), merkt tot zijn verdriet dat zijn lichaam zo snel mogelijk terugkeert naar die veilige vetvoorraad bij een gewicht van rond de 90-95 kilo.

Wat is de oplossing voor overgewicht? Ten eerste moet iedereen weten (je komt er snel genoeg achter) waar zijn lichaam qua vetvoorraad naar streeft. Daarna moet je voorkomen dat het lichaam méér vet gaat opslaan dan die hoeveelheid. En verder moet je weten dat je gemakkelijk heel ongelukkig kunt worden als je die ‘ijzeren voorraad’ kwijt probeert te raken. Dat lukt, zoals gezegd, slechts met grote moeite, en door permanent te hongeren (wat vroeger zo gewoon was). De centrale vraag is: hoe voorkom je dat mensen boven dat onvermijdelijke minimum uit gaan groeien?

Probleem van de onderklasse

Ach, hoe zijn we van het roken afgekomen? Door voorlichting, en door calorierijk eten duur, onaantrekkelijk en onbereikbaar te maken. En met voorlichting bedoel ik niet dat de overheid ons gaat vertellen: ‘eet minder, dikkerds! Kauwt groenten!’. Dat is namelijk twee keer fout.

Ten eerste, overgewicht is een probleem van de onderklasse, waar ze de overheid en al zijn aanhangend vocht al decennia diep wantvertrouwen. Geen hond luistert naar voedingsadviezen van bovenaf – behalve degenen die ze niet nodig hebben. Nee, een effectieve campagne moet gedragen worden door de helden van de onderklasse, de volkszangers en tv-personalities die in die kringen gezag hebben.

En dan, ten tweede, niet dat bestraffende vingertje, maar de therapeutische aanpak. Die van de prediker die ook zoveel ellende heeft doorgemaakt en die wéét wat u voelt. Zo moet dat tegenwoordig. Maak een tv-programma waarin deze helden collectief af moeten vallen. Laat zien dat zij ook weten hoe zwaar het is. En laat hén zeggen hoe fijn het is om geen 130 meer te wegen. Een dergelijke aanpak kan de sfeer doen keren.

Reet mee afvegen

En maak een heleboel onnodig vreten gewoon duur. En verstop het in onaantrekkelijke verpakkingen. Kortom, maak van calorierijk vreten een maatschappelijk probleem. Net zoals bij sigaretten is gebeurd. Daar heb je geen labs, geen muizen, geen congressen voor nodig. Dat vraagt slechts een andere, een slimmere kijk op zaken.

Ik weet, het is de moeilijke weg. De industrie zal er alles aan doen om haar winsten te beschermen. Net zoals ze nu moord en brand schreeuwt over de nieuwe suikerrichtlijnen van de WHO. Een nutteloze richtlijn, want die komt dan terecht in de voedingsadviezen van de overheid (‘En eet wat minder suiker!’) waar Jan-met-zijn-stilstaande-loontje al jarenlang zijn reet mee afveegt. Maar desondanks doet de industrie net alsof ze vermoord wordt. Kun je nagaan hoe ze zal reageren wanneer hun lekkere produkten peperduur worden en in zwarte zakken moeten worden verpakt. Ach, de tabaksjongens hebben we ook klein gekregen.

Onaangename waarheid

Ze zeggen dat wetenschap waardevrij is. Was het maar waar. De wetenschap laat zich gebruiken om maatschappelijke problemen onder het tapijt te vegen. We geven ze veel geld, ze knijpen in een muis, schrijven een rapportje – en we noemen het vooruitgang.

Maar al dat uiterst interessante, dure, nutteloze onderzoek aan vette muizen, al dat gepraat over goed en slecht vet, over hormonen en afslankpillen, levert niks op en leidt af van de ware oorzaken en van noodzakelijke harde maatregelen. De wetenschap houdt ons weg van de onaangename waarheid dat wij zélf de schuldigen zijn. Ze zorgt ervoor dat de overheid de andere kant op kan kijken en dat de industrie haar winsten kan blijven binnenhalen.

De echte oplossingen kosten veel en veel minder. Ze vergen alleen kritische reflectie, en veel politieke moed. Schaarse goederen.

Marcel Hulspas (1960) studeerde natuur- en sterrenkunde te Nijmegen en Utrecht. Hij publiceerde vele boeken, waaronder enkele titels over UFO-onderzoek, ‘Tussen Waarheid en Waanzin‘, een encyclopedie van de pseudowetenschappen, en ‘En de zee spleet in tweeën‘, over de historische bronnen achter het Oude Testament. Zijn nieuwste boek, over Mohammed en het ontstaan van de islam, verschijnt over enkele maanden bij Athaeneum, Polak en Van Gennep.