Een brave allochtoon
Dawud Pirzad

Zijn knecht staat te lachen, en roept ons reeds toe.
Wij allochtonen worden er heel vaak van beschuldigd dat wij misbruik maken van de woorden discriminatie of racisme. Hoe moet ik als allochtoon beoordelen of ik gediscrimineerd word of niet?
Een tijdje geleden heeft een collega mij onterecht beledigd en mijn leidinggevende heeft alles gehoord. Toen ik mijn collega ter verantwoording riep, zei mijn leidinggevende, als enige getuige, dat hij niets heeft gehoord. Moet ik dat beschouwen als discriminatie of racisme? Wie is in dit geval een racist, degene die mij beledigd heeft? Degene die alles hoorde, maar niets doet? Of beide?
Grote fout
Jaren geleden, toen ik in Nederland mijn verblijfsvergunning kreeg, ben ik een week later met mijn werk begonnen. Alle allochtonen in mijn omgeving waren verbaasd en zeiden dat ik een grote fout maakte. Ik moest mijn uitkering houden. Dan zou ik meer rechten hebben en meer kansen. Ik was ook verbaasd, want ik geloofde echt dat mijn enthousiasme in mijn nieuwe land gewaardeerd zou worden.
Ik ben toen als keukenhulp in een restaurant begonnen. Soms werd ik geholpen door een Surinaamse man van ongeveer 45 jaar oud, die overigens zwart werkte. Na een tijdje zijn wij goede vrienden geworden. Hij was een wijze slimme man die in Suriname was afgestudeerd.
Niet waarderen
Op mijn vraag waarom hij in Nederland geen carrière in zijn beroep heeft gemaakt, keek hij mij diep in mijn ogen en antwoordde: “Omdat Nederlanders alleen onze spieren nodig hebben voor hun vieze werk. En niet onze hersenen. Ik zie dat jij net zo veel enthousiasme hebt als ik vroeger, en ik zal je vertellen: niet doen. Nederlanders zullen je enthousiasme niet waarderen. Ze zullen altijd naar jouw kleur blijven kijken en niet naar jouw competenties.”
Ik keek hem aan met een glimlach en dacht: “Nog zo’n adviseur die mij probeert wijs te maken dat het beter is een uitkering te krijgen en daarnaast zwart te werken.” Hij leek mijn gedachten te lezen en zei: “Ik zie dat je me in gedachten uitlacht. Daarom zal ik je een aantal dingen vertellen en adviezen geven. Je hoeft mijn verhaal niet te geloven, maar op een gegeven moment zul je begrijpen dat ik gelijk had.”
Altijd zielig
En hij begonnen te vertellen: “Als jij in Nederland iets wil bereiken, moet je je altijd zielig voordoen. Dan zullen Nederlanders je zielig vinden en zullen ze je helpen. Ondanks dat het hen tijd en soms geld kost. Maar als je laat zien dat jij ook slim bent, dan zullen ze dat niet plezierig vinden en zullen ze je niet helpen. Sterker nog, ze zullen je lastigvallen en tegenwerken.”
Hij keek mij opnieuw indringend aan en zei: “Ook al ben je het ergens niet mee eens, altijd ja-knikken. Dan ben jij een aardige jongen, een goede collega en uiteindelijk een brave allochtoon.” Met een glimlach ging hij door: “Maar als jij jouw mening gaat geven en hen tegen gaat spreken, dan zal je veel vijanden maken.”
Veel gevallen van discriminatie
Ik heb van zijn adviezen geen gebruikt gemaakt, maar ironisch genoeg ben ik er in afgelopen jaren honderden keren van overtuigd geraakt dat de Surinaamse vriend en andere ervaren allochtonen in mijn omgeving voor een groot deel gelijk hebben. Ze hebben hun keuzes gemaakt om te overleven en ik de mijne. Ondanks heel veel gevallen van discriminatie jegens mij heb ik toch een manier gevonden om deze negatieve behandeling positief te gebruiken.
Mijn eerste tegenslag was toen ik met Nederlandse taal op school wilde beginnen. Door omstandigheden op mijn werk kon ik niet naar school en ik heb toen de gemeente om hulp gevraagd. De ambtenaar zei tegen mij: “Sorry meneer, u hebt er zelf voor gekozen om eerst aan het werk te gaan in plaats van naar school. Dat was uw keuze en nu kunnen wij u niet meer helpen.” Toen dacht ik gelijk aan de woorden van mijn allochtone kennissen “Je moet in een uitkering blijven, dan heb je meer rechten en meer kansen.”
Boek geschreven
Na een lange discussie met de ambtenaar heeft ze me uiteindelijk haar kantoor uitgestuurd. Voordat ik wegging, zei ik tegen haar: “Ondanks dat u mij de kans niet geeft om Nederlands te leren, ga ik een boek in het Nederlands schrijven.” Zonder mij nog een blik waardig te gunnen, snauwde ze: “Nou, veel succes meneer.”
Toen mijn boek in het Nederlands is uitgekomen, heb ik de gemeenteambtenaar een promotie-email van mijn boek gestuurd met de herinnering aan de afspraak, die we negen jaar geleden gemaakt hebben.
Ja, ik heb mijn boek geschreven zonder Nederlands op school te leren. Ja, ik heb zelf Nederlands geleerd en ik heb ook een beroepsopleiding gevolgd. Ja, ondanks veel tegenslagen van racisme doe ik nog steeds heel veel en ik zal ik blijven doen.
Anders dan andere Nederlanders
Mijn beste vriend, die een “echte” Nederlander is, zegt dat ik discriminatie van anderen niet moet pikken, maar helaas heb ik racisme allang als norm in mijn nieuwe land geaccepteerd. Mijn vriend is anders dan andere Nederlanders. Hij is een “Andere Nederlander”. Hij zegt dat hij dat vaker hoort van andere allochtonen en beschouwt dat als een compliment.
Ja, hoe zou ik de term “Andere Nederlander” vertalen? Als mijn vriend en ik bij elkaar komen, voel ik me ook meer een Nederlander, voel ik de liefde voor mijn nieuwe land, ik spreek met hem ook beter Nederlands dan op andere plaatsen. Maar helaas, de Andere Nederlanders, zoals mijn beste vriend met gezond verstand, worden elke dag minder in aantal, omdat velen zich laten manipuleren door sommige politici. Terwijl ze niet in de gaten hebben dat ze misbruikt worden voor de doelen van deze politici.
Tweede boek
Ik ben dankbaar voor de racistische collega omdat ik maanden lang geen inspiratie had om met mijn tweede boek te beginnen, maar de situatie met hem heeft mij geïnspireerd om met mijn tweede boek te beginnen.
Dawud Pirzad (Kabul, 1973) studeerde klassieke Russische literatuur en kwam ruim tien jaar geleden als politiek vluchteling naar Nederland. Ik wist niet eens dat hij een boek had geschreven, maar het is hier te koop en Harry van Bommel vindt het een goed boek.





RSS