Helletocht
Peter Breedveld

Eén van de indrukwekkendste gebeurtenissen in de moderne wereldgeschiedenis is de Chinese Culturele Revolutie. Grote Roerganger Mao Zedong mobiliseerde het Chinese volk in een strijd tegen alles wat aan het ‘feodale’ China of decadente Westen herinnerde, van antiek porselein en op oude sprookjes gebaseerde schilderingen tot westerse mode en frivole kapsels. Restaurants mochten hun gerechten geen namen meer geven als ‘kip met de parels van de keizerin’ – dat was reactionair! – en in badhuizen mocht niet meer worden gemasseerd, want dat was een daad van onderdrukking.
Dorpen en steden werden overspoeld door woedende horden jonge Chinezen, die gevechtsbrigades vormden, de zogenaamde Rode Brigades. Het liep totaal uit de hand. Als je gezicht iemand niet aanstond, kon dat je kop al kosten. Een onderwijzeres die de orde in haar klas wilde handhaven, werd tot vijand van Mao verklaard. Individuen, gezinnen, hele dorpsgemeenschappen werden kapotgemaakt. Uiteindelijk voelde Mao zich gedwongen te verklaren dat hij een vergissing had gemaakt, dat de Culturele Revolutie een verwoestende anarchie had ontketend, en dat het moest stoppen.
Striptekenaar Li Kunwu heeft zelf als lid van zo’n gevechtsbrigade deelgenomen aan die Culturele Revolutie. In De Tijd van de Vader, het eerste deel van de nieuwe reeks China, brengt hij met behulp van scenarist P. Otié de naoorlogse geschiedenis van China in beeld, aan de hand van zijn eigen levensverhaal.
Het is een adembenemende helletocht en Kunwu is een fantastische tekenaar met een feilloos gevoel voor sfeer, compositie en beeldritme. Met zijn expressieve, vette lijnen en volgepropte plaatjes weet hij de onontkoombare dreiging van de razende massa, de angstaanjagendheid daarvan, perfect over te brengen. Het klinkt misschien overdreven, maar de koortsachtigheid, de claustrofobische sfeer, het nachtmerrie-achtige van die periode, de lezer wordt er echt ingetrokken, alsof-ie er zelf bij is.
Onthutsend is ook Kunwu’s openhartigheid. Hij zet zichzelf centraal als dader van al die verschrikkingen. Hij laat zelfs zien hoe hij een jeugdliefde, wier leven totaal is verwoest, weerhoudt actie te ondernemen tegen het onrecht, want ‘het is voor de revolutie! Om het kapitalisme omver te werpen, begrijp je?’
Een bloedstollend moment in het boek vormt de mishandeling van een zoveelste slachtoffer, waarbij in een serie plaatjes het beeld als het ware vervaagt naar een witte mist, met de begeleidende tekst: ‘Wat er toen gebeurde… wat er toen gebeurde heb ik uit mijn geheugen gewist.’ Uiteindelijk wordt zijn eigen vader, een functionaris van de communistische partij, het slachtoffer van de revolutie.
Er is ook een groot minpunt aan dit boek, dat uit het Frans is vertaald, en dat is de afschuwelijke lettering. Hoewel de tekstballonnen en tekstkaders ruimte genoeg laten voor een mooie, royale, ambachtelijke lettering, die aansluit bij de tekeningen, hebben uitgevers Oog & Blik en De Bezige Bij volstaan met een priegelig fabriekslettertje, dat ontzettend afbreuk doet aan de compositie van Kunwu’s pagina’s. Dit begint al met de omslag, waarop de auteursnamen en de ondertitel in computerletters prijken. In de woorden van onze eigen Grote Volksmenner: Het is een grote schande!


Li Kunwu en P. Otié: China deel 1: De Tijd van de Vader; uitgeverij Oog & Blik/De Bezige Bij; 248 pagina’s in zwart-wit, prijs: € 19,90. Deze bespreking verscheen eerder in Vrij Nederland





RSS