Hoe ik Sheherazade heb vermoord
Hassnae Bouazza

Erger dan gelovigen, atheïsten en fundamentalisten, zijn de bekeerlingen en de afvalligen die het licht hebben gezien en naar een dictatuur van hun ‘verlichting’ streven. Van die mensen die, omdat zij iets van binnen hebben gekend en het de rug hebben toegekeerd, denken de heilige waarheid te kennen. Wie het anders ziet, verwerpen en verketteren zij. Hun niet zelden kwijlende medestanders, zien in hen hét bewijs voor hun theorieën.
Enter Joumana Haddad, de Libanese dichteres, hoofdredacteur van het erotisch kwartaalblad Jasad en auteur van het onlangs in Nederlandse vertaling verschenen boek Hoe ik Sheherazade heb vermoord. Verlicht, maar geen Verlichtingsfundamentalist.
In het boek – eigenlijk meer een pamflet – dat leest als een vlotte, vurige monoloog, neemt Haddad afstand van de vooroordelen over Arabische vrouwen, schetst ze haar leven, haar jeugd, haar kijk op seksualiteit en vrouwelijkheid en viert ze haar liefde voor literatuur (het boek is gelardeerd met citaten van door haar bewonderde schrijvers). Ze verklaart niet in God te geloven (‘God? Die draak wil ik proberen het hoofd te bieden’), legt uit waarom in de Arabische wereld vrouwen niet beter af zijn bij christenen dan bij moslims en haalt uit naar het slachtofferschap van vrouwen.
Haddad heeft niets met de in haar ogen misplaatste solidariteit (en vijandschap) tussen vrouwen, puur en alleen omdat ze vrouwen zijn (‘dat een kandidate een vagina heeft, is voor mij geen bewijs van haar geschiktheid’) maar ze hekelt ook vrouwen die denken dat ze halve mannen moeten zijn om carrière te maken (‘bestaat er iets mooiers dan een vrouw die per se haar strijd wil winnen, terwijl ze op-en-top vrouw blijft?’).
Hoewel ik het boek aanvankelijk wat kabbelend vond beginnen, kwam ik na een tijdje lezen toch in Haddads ritme. Ze is ontwapenend eerlijk, heeft een hekel aan de plastieke schoonheidsindustrie en het slankheidsideaal (hoewel ze van vertroeteling houdt) en heeft niet dat dwingende en ijdele wat veel vrouwen in haar positie wel hebben. Bovendien is het interessant te zien dat Haddad zich over zaken beklaagt die in het Westen net zo goed nog spelen: roze speelgoed voor meisjes, de dubbele moraal ten aanzien van seksueel vrijgevochten vrouwen.
De Sheherazade uit de titel van het boek verwijst naar de vertelster uit de Verhalen van 1001 Nacht. Haddad rekent met Sheherazade af omdat ze zichzelf in leven houdt door haar onderdrukker te behagen. Vrouwen moeten volgens hun eigen regels leven, en niet volgens die van mannen.
Haddad zegt: “Hier ben ik, een van de vele Arabische vrouwen die niet zijn zoals jullie Westerlingen ons zien. Ik ben slechts één van de vele. Dit is mijn verhaal.” Zonder daarbij neer te kijken op vrouwen die andere ideeën erop na hebben, die wel gelovig zijn, of die op Ségolène Royal of Hillary Clinton stemmen omdat ze vrouwen zijn. Haddad ontbeert het neerbuigende paternalistische van veel carrièrevrouwen. Dat verbetene, waarmee die hun eigen opvattingen tot de maat der dingen maken.
Ze weigert zich aan te passen aan gelovigen, vindt bepaalde overtuigingen van hen bespottelijk, maar schrijft dat ze hen die niet wil ontnemen: “per slot van rekening is dat hun enige troost in het leven. En hun straf.”
En daar openbaart zich de echte liberaal: die niet alleen vrijheid voor zichzelf opeist, maar het ook de ander gunt. Wat een verademing. Wat een weldaad.
Hassnae Bouazza (حسناء بوعزة) schrijft voor Vrij Nederland, De Volkskrant, NRC Handelsblad, Elle en de Arabische site van de Wereldomroep. In 2009 was ze te bewonderen in Vrouw & Paard, tegenwoordig is ze regelmatig te horen in Vrijdagmiddag Live. Afgelopen kerst won ze bijna De Nationale Wetenschapsquiz. Dat ze nog tijd heeft om in het geheim voorbereidingen te treffen voor de vestiging van het kalifaat in Nederland, mag een wonder heten. Volg haar op Twitter.





RSS