Hoi An
Peter Breedveld

Illustratie: Nguyen Bich Ngoc
Hallo daar! U gaat nu even groen uitslaan van jaloezie, want terwijl u – naar ik begrepen heb – zo’n beetje vanachter uw computer door zure slagregens wordt weggespoeld, loop ik hiervandaan zo langs de palmen de oceaan in voor een verfrissende duik. Want moeder, wat is het heet! Gelukkig is onze hotelkamer heerlijk koel en voorzien van alles wat je nodig hebt voor een ijskoude longdrink.
We zitten in het sjieke Nam Hai Hotel in Hoi An, centraal Vietnam. Veel te luxe en veel te duur voor ons, maar what the fuck. Als iemand het heeft verdiend, dan toch wij wel. We voelen ons hier als een keizerlijk echtpaar uit een middeleeuws sprookje (echt, ik kruip na het publiceren van dit stukje bij Hassnae in een groot hemelbed van zachte zijde en mahoniehout, uitkijkend op een palmenstrand!). Het is hier fan-tas-tisch.
Vanmiddag rond een uur of vier arriveerden we uit Saigon en hebben we vrijwel direct Hoi An verkend. Mijn Lonely Planet meldt dat het centrum auto- en brommervrij is, maar niets is minder waar. Je wordt er zelfs op de wc nog opzij getoeterd. Op de markt – waar ik constant gebukt moet lopen vanwege de zeildoeken, die op dwerghoogte hangen – scheuren de brommers gewoon tussen de mensenmassa door.
In tegenstelling tot het grootsteedse Saigon ademt Hoi An historie. Het barst hier van de eeuwenoude bezienswaardigheden, bijvoorbeeld een Japanse Brug uit de zestiende eeuw, met daarop ook weer een altaar waar wordt gebeden en wierook wordt geofferd. In Azië, weet ik inmiddels, wordt overal uitbundig en luidruchtig (met handengeklap en gerinkel van bellen) aanbeden en geofferd, en het is altijd een feestelijke gebeurtenis. Hier ook geen lantaarnpalen, de straten worden in Hoi An verlicht door sfeerrijke, papieren lampions.
Het barst hier van de toeristen, maar van het beschaafde, ingetogen soort, dus de drukte is groot maar gezellig. Had ik al gezegd hoe dol ik ben op Vietnamezen? Ze zijn vriendelijk en goedlachs. Ze willen je graag hun waar verkopen, maar ze weten wanneer ze moeten ophouden met aandringen. Ze worden niet boos als je niets koopt, ze houden van een grapje. Ze zijn erg charmant en een beetje verlegen.
Vietnamese vrouwen zijn niet de mooiste ter wereld, maar ze zijn wel erg aantrekkelijk, en ze hebben bijna allemaal prachtige, appelvormige borsten. Ze kleden zich afschuwelijk, in een soort psychedelische pyjama’s, maar ze besteden veel zorg aan hun teennagels. Ja, ik let echt overal op.
De hitte is hier bijna ondraaglijk, het zweet gutst langs mijn hele lijf als ik buiten ben. Vooral op de markt, overdekt met zeildoeken en knetterdruk, is het nauwelijks uit te houden. Ik heb er onder andere één of ander wonderelixer gekocht in een fles waar een hele cobra en een hele schorpioen in zitten. We troffen het vanavond, want vanwege de volle maan was er een soort lichtfeest, waarbij onder andere honderden brandende kaarsjes in een drijvend bakje werden uitgezet op de Thu Bon rivier, dat overigens een open riool is.
We hebben zalig gegeten in het restaurant Morning Glory, dat is gespecialiseerd in authentiek Vietnamees volkseten. Het scheutige gebruik van tuinkruiden als koriander, Vietnamese basilicum en munt bevalt me erg aan de Vietnamese keuken. Koriander wordt bijvoorbeeld gebruikt als hoofdingrediënt voor smakelijke salades, alsof het een groente is, net als spinazie of sla. Voor Frans Weerts: de loempia’s hier hebben niets, maar dan ook niets te maken met de Vietnamese loempia’s op Nederlandse markten en in Nederlandse snackbars. Voor acht sublieme gerechten, twee alcoholvrije vruchtencocktails, een grote fles mineraalwater en een fles voortreffelijke Cava betaalden we nog geen vijftig euro.
Morgen gaan we overdag genieten van het paradijselijke hotel, als decadente westerse rijkaards. ’s Avonds gaan we weer naar het oude centrum van Hoi An. Lieve groeten!










RSS