Islamofobie bestaat en is geen religiekritiek
Peter Breedveld

Illustratie: Yuko Shimizu
De Franse joden kregen in 1791 voor het eerst burgerrechten. Een grote verworvenheid, betoogde de Franse historicus Théodore Reinach in 1884, want hiermee waren de oude verschillen tussen mensen op basis van ‘ras’ en ‘klasse’ overwonnen, en genoten ze hun rechten zonder onderscheid naar hun etnische achtergrond of religieuze gevoelens.
Maar daar moesten die joden volgens Reinach wel wat voor doen. Ze moesten zich identificeren met de ‘volkeren die hen hebben geaccepteerd’ en ‘afzien van de praktijken en eigenaardigheden in hoe ze zich kleden en hun taal, die ertoe zouden kunnen leiden dat ze geïsoleerd raakten van hun medeburgers, in één woord, ophouden als diasporische natie te bestaan, en zichzelf enkel als religieuze denominatie beschouwen.’
Joodse achtergrond
Dat daarmee het antisemitisme niet is verdwenen, bewijzen historische feiten die in Nederland, meen ik, alleen nog door Joost Niemöller worden ontkend. In haar proefschrift laat historicus Yolande Jansen aan de hand van Prousts roman A la recherche du temps perdu zien dat joden, hoe geassimileerd ook, bleven worden geconfronteerd met hun vermeende anders-zijn. Hannah Arendt en Walter Benjamin gingen haar daar al in voor.
Jansen voert als voorbeeld een personage van Proust op die aria’s neuriet uit opera’s over de verhouding tussen christenen en joden zodra hij iemand met een joodse achtergrond ontwaart. ‘Er ontstaat een semipublieke culturele ruimte waarin een afstand tussen de personages wordt gecreëerd, die voor de gast niet benoembaar en dus ook niet gemakkelijk te ontkennen is’, aldus Jansen. ‘Een vorm van bijna onbenoembare uitsluiting ontstond in samenhang met de negentiende-eeuwse verwachtingspatronen met betrekking tot assimilatie.’
Domrechtse blogs
Daarmee komen we bij Jonathan van het Reve, die vandaag in Volkskrant-bijlage Vonk betoogt dat ‘islamofobie een onzinnig begrip is’ en dat religiekritiek geen racisme is. Dergelijke betogen, langs steevast precies dezelfde lijnen, zie je de laatste jaren bijna dagelijks in de kwaliteitskranten. Toen ik elf jaar geleden met Frontaal Naakt begon, zag je ze alleen op domrechtse blogs en dat werd toen door diezelfde kranten als ‘extreemrechts’ en ‘racistisch’ beschouwd.
Mij gaat het nu vooral om de gebrekkige argumentatie achter het gezeur dat religiekritiek geen racisme is en dus islamofobie niet bestaat. De boze witte mannen en vrouwen die het ‘islamdebat’ domineren, bedrijven geen van allen ‘religiekritiek’, ook Hilbrand Nawijn niet, zoals cultureel antropoloog Martijn de Koning vorige week al overtuigend heeft aangetoond. Wie islamitische scholen wil verbieden vanwege de ‘humanistische, joodse en christelijke traditie’ van Nederland doet niet aan religiekritiek maar aan uitsluiting. En wie Nawijns cv een beetje kent, weet dat hij moslims uitsluit omdat ze volgens hem onvervreemdbare moslimse eigenschappen hebben die een bedreiging vormen voor onze samenleving. Wat dat betreft volgt Nawijn de lijn van Maarten Luther, die onder andere pleitte voor een verbod op joodse scholen omdat christenen ‘geen bitterder, giftiger vijand kenden dan de jood’.
Goede wil
En daar zit de hele crux van het verhaal. Religiekritiek is alleen mogelijk wanneer je een religie dezelfde status toekent als bijvoorbeeld het christen- of jodendom (en die wordt alleen in het huidige tijdsgewricht als volwaardig beschouwd, omdat het een mooi gelegenheidsargument is in de strijd tegen de moslims). Dat is met de islam duidelijk niet het geval. Met een beetje goede wil zou je beweringen als “de islam is een veroveringsreligie” en “de islam kent de gulden regel niet” nog religiekritiek kunnen noemen, maar om op basis daarvan een hele bevolkingsgroep uit te sluiten van het grondwettelijke recht op bijzonder onderwijs is discriminatie.
Bovendien is de door mij aangehaalde ‘religiekritiek’ nooit een eerlijk debat geweest, met moslims die vanuit een gelijkwaardige positie op die kritiek kunnen ingaan en die kunnen weerleggen, of er nuance in kunnen aanbrengen. Ook niet nu bijvoorbeeld NRC een gehoofddoekte columniste heeft die eens in de week ook eens wat mag zeggen. Zij is een druppel op een gloeiende plaat van boze witte mannen en vrouwen wier schril gekrijs nauwelijks te overstemmen is. Zodra een moslim, in dit geval een culturele, zich een weg in het witte etablissement weet te banen om de wereld van daaruit een poepje te laten ruiken, sluiten zich de witte gelederen om deze vlieg inmiddellijk weer uit de karnemelk te bannen.1
Onredelijke angst
De huidige golf van islamofobie is begonnen met die nogal onbeholpen en ongeïnformeerde ‘religiekritiek’, maar inmiddels worden moslims allerlei biologische kenmerken toegedicht die kennelijk onmiskenbaar bij hun moslim-zijn horen en daarmee is islamofobie, de onredelijke angst voor alles wat met de islam te maken heeft, racistisch geworden. Het feit dat moslims, Marokkanen, Turken en zelfs Antillianen en Surinamers op één grote hoop worden gegooid (“als wij van Quinsy Gario geen Zwarte Piet mogen, mogen hun geen Suikerfeest”) draagt daar nog aan bij.
Arabist Jan-Jaap de Ruiter liet zich wat dat betreft van de week mooi in de kaarten kijken toen hij in een reactie op De Koning beweerde dat moslims heus een stem hebben in de media en onder andere de atheïstische Ebru Umar, wier naam hij verkeerd spelde, opvoerde als bewijs daarvan. Umar is een Turk en dús moslim in de ogen van De Ruiter.
NSB-mentaliteit
Zo zie je maar, je kunt je aanpassen wat je wilt, zoals Ebru Umar, een soort super-Nederlander worden, met driedubbelovergehaalde NSB-mentaliteit, dito hypocrisie en een schreeuwerige mening over álles, je blijft, ook voor je bondgenoten, altijd die moslim, de Ander. Zoals de Franse joden van Proust. Zo is er, net als in het 19e-eeuwse Frankrijk, een culturele ruimte voor uitsluiting ontstaan die voor de uitgeslotenen nauwelijks benoembaar is, ook omdat mensen als Jonathan van het Reve een mistgordijn van kromme definities en kronkelredenaties optrekken.
Tenslotte is het verweer van De Ruiter, dat De Koning moslims kennelijk als kinderen beschouwt die niet voor zichzelf kunnen spreken, een goedkoop retorisch en hypocriet truukje. Uitsluiting van moslims is geen probleem van die moslims, maar van degenen die ze uitsluiten. Het is aan de bewoners van de Witte Burcht om de ophaalbrug neer te laten zodat moslims tot de burcht kunnen worden toegelaten. Waarom burchtbewoner De Ruiter wel mag zeggen dat de brug op moet blijven omdat daar hele goede redenen voor zijn en burchtbewoner De Koning niet mag pleiten voor het neerlaten van de brug, is niet uit te leggen.
Is het Vrije Woord u écht lief? Steun dan Frontaal Naakt. Doneer aan de enige dwarsdenkende, onafhankelijke site van Nederland. Stort wat u missen kunt op rekeningnummer NL59 RABO 0393 4449 61 (N.P. Breedveld, Rabobank Rijswijk), SWIFT BIC RABONL2U o.v.v. ‘Frontaal Naakt’. Lees hier waarom dat niet met PayPal kan. Nog liever heb ik dat u op Frontaal Naakt adverteert of mij inhuurt. Mail mij.
1. [Voor mij is de manier waarop Hassnae in Pauw & Witteman in een debat over Israël en Palestina werd behandeld, één van de meest schokkende voorbeelden van het overduidelijk racistische karakter van dit soort ‘religiekritiek’. Hassnae zat tegenover Esther Voet, die Israël vertegenwoordigde, en omdat zij een moslim met Arabische achtergrond was, moest zij de kant van de Palestijnen laten zien. Toen ze echter al te verzoenende taal uitsprak en zij en Voet er samen leken uit te komen (en dit komt volledig voor rekening van Hassnae), wat natuurlijk doodsaaie televisie oplevert, werd er opeens een filmpje van een Palestijnse terroriste getoond die verheugd was te horen dat ze verantwoordelijk was voor de dood van een groot aantal Israëlische joden. Hassnae moest toen verantwoording afleggen voor de daden en uitspraken van deze terroriste, die net als zij Arabier was en net als zij moslim. Er begon een verschrikkelijke, ‘religiekritische’ hetze tegen haar op het Internet, die onder meer uitmondde in een column van Elma Drayer, die haar wegzette als antisemiet.]↩






RSS