Naakt naar de kerk in El Fonoll
Peter Breedveld

Een twaalfde-eeuws, Romaans kerkje op het Catalaanse platteland. Zo’n kerkje zoals je er veel ziet in dit gebied; zowat elk dorpje heeft er een. En wie er binnentreedt, vindt bijna altijd wel een verrassing: een primitief Maria-beeld uit de oertijd van het christendom, de graftombe van een ridder of, een vijfde-eeuws doopvont of een visigotische crypte. Dit kerkje heeft ook een verrassing: het zit vol met naakte mensen. En de zondagochtenddienst wordt verzorgd door een jonge naakte vrouw, die balletachtig danst op de eentonige, brommerige sjamanenzang die ergens van boven komt. Daarna danst ze op muziek van Chopin en Beethoven. Ze houdt een praatje over hoe wereldvrede pas kan worden bewerkstelligd, wanneer je eerst vrede in jezelf hebt gevonden.
Na afloop van de dienst, of ‘lichtceremonie’, zoals die hier wordt genoemd, krijgt de danseres een enthousiast applaus. Dan loopt de kerk weer leeg. De mensen praten nog wat na, lopen naar huis, of naar het dorpsplein, net zoals het op zondagmorgen in elk dorp gaat. Alleen zijn de mensen hier poedelnaakt.

Kerkdienst in El Fonoll
Het kerkje staat in El Fonoll, een piepklein dorpje van meer dan 1000 jaar oud in de Corbvallei, zo’n 150 kilometer ten westen van Barcelona. Het ligt in een prachtig agrarisch gebied met veel natuurschoon en pittoreske middeleeuwse dorpjes als Guimerà en Conesa, waar je praktisch geen toerist ziet. We bereiken El Fonoll na een lang, hobbelig bergpad te zijn afgedaald, biddend dat we geen tegenligger zouden tegenkomen. Al die tijd konden we het beneden ons zien liggen: een handvol huizen temidden van verwilderde akkervelden en dichte bebossing. Als we het binnenrijden, lijkt het uitgestorven, maar vanuit één van de huizen komt een naakte jongedame ons enthousiast begroeten. Ze heet Diana en is de dochter van ‘burgemeester’ Emili Vives, een grote, goeiige man die meer op een Fransman of een Duitser lijkt dan op een Spanjaard.
Bedrogen
Emili ontvangt ons in zijn huis, dat vlak boven een klif is gebouwd. Vanuit zijn kantoor hebben we een panoramisch uitzicht op een deel van de vallei. Beneden ons bevindt zich een primitieve dierenboerderij, met paarden, ezels, geiten, ganzen en kippen. Niet ver daar vandaan zijn twee mensen bezig zich in te smeren met modder.

Vier jaar geleden heeft Emili El Fonoll, dat sinds het einde van de Spaanse burgeroorlog verlaten was geweest, nieuw leven ingeblazen. Emili, nu vijftig jaar oud, heeft het naturisme in zijn tienerjaren ontdekt en zag zijn kans schoon toen iemand hem het landgoed, waar El Fonoll op staat, te koop aanbood. Hier zou hij zijn ideaal kunnen verwezenlijken: een naturistische gemeenschap waar mensen met respect voor elkaar en de natuur samenleven. “Ik kocht het ongezien, maar toen ik door het dorp liep, voelde ik me wel een beetje bedrogen. Het dorp was een verzameling ruïnes, totaal onbewoonbaar, niet één gebouw had bijvoorbeeld nog een dak. Ik kan je wel vertellen dat de moed me toen even in de schoenen zonk.”
Emili, die in zijn levensonderhoud voorziet middels een bedrijf in elektronica en verder als technisch expert bij gerechtelijke onderzoeken, stak een groot deel van zijn spaargeld en energie in de restauratie van El Fonoll. Hij heeft nog geprobeerd om subsidie te krijgen uit een Europees fonds, maar zijn verzoek werd afgewezen. Hij twijfelt er niet aan dat de weigering heeft te maken met het feit dat zijn project naturistisch is. “Tja, we zijn hier niet in het progressieve Nederland. Het is hier nog altijd Spanje”, verzucht hij.
Inmiddels heeft hij, met de hulp van familie en vrienden, een aantal gebouwen in El Fonoll in pico-bello staat teruggebracht. Hij woont er zelf bijna voortdurend. Zijn vrouw, twee dochters en drie zoons wonen in Barcelona en komen in de weekeinden en de vakanties naar El Fonoll om een handje te helpen. “Het gaat nogal, voor ons is het hier best hard werken”, antwoordt zijn 22-jarige dochter Erika op de vraag wat ze van El Fonoll vindt. In Barcelona studeert ze rechten. Samen met haar zus Diana, die een verpleegstersopleiding volgt, doet ze allerlei werkzaamheden en kookt ze heerlijke en voedzame vegetarische gerechten voor de gasten die er voor kiezen om tegen een kleine vergoeding in het piepkleine, gezellige restaurant van El Fonoll te eten.

Eikeltjeskoffie
Zonnepanelen en een windmolen zorgen voor elektriciteit op El Fonoll en het water pompt Vives uit natuurlijke bronnen op het land. Voor een alleszins redelijk bedrag per nacht heeft de gast de beschikking over een woning van twee verdiepingen met van die typisch Spaanse, stenen kamers. Er is een fitnessruimte, een bibliotheek, er zijn sportvelden en er is een gigantische openlucht-eetruimte, met lange tafels en banken, en een lange batterij stenen barbecues. Er is een winkel waar je zowat alles kan kopen, behalve koffie en Coca Cola, want daar krijg je kanker van, zegt Vives streng. We moeten van hem eikeltjeskoffie drinken, maar die verdrijft de hoofdpijn niet, die we krijgen van het moeten missen van onze caffeïne-‘fix’.
Emili is een naturist van de oude stempel. Respect voor de natuur staat bij hem voorop, dat betekent dus ook respect voor het eigen lichaam. Hij heeft een uitgeverij van boeken over naturisme, antroposofisme en allerlei aanverwante stromingen. Emili verplicht zijn gasten hun afval gescheiden in te leveren, en hij zet ze uitsluitend vegetarische maaltijden voor. Roken is verboden op El Fonoll, behalve in je eigen appartement of caravan. Wijn, dat mag van Emili weer wel. Hij nodigt ons uit die te drinken uit een soort erlenmeyer met een lange, smalle tuit waarmee hij de wijn van grote hoogte in zijn open mond giet. De wijn gutst langs zijn kin en over zijn borst. We vragen of het ook uit een glas mag.
“Het mooiste van El Fonoll”, verzekert Emili ons, “dat is de omgeving”. Je kunt er kilometers in je blootje wandelen, door een woest gebied waar ooit boeren op hun akkers zwoegden maar dat nu volledig door de natuur is teruggeclaimd. Vooral de vlinders vallen op. Vele verschillende soorten zijn er, in alle mogelijke kleuren. Ze dwarrelen op bij elke stap die je zet. Regelmatig zie ik ze vlak voor me, om elkaar heen cirkelend, een betoverend ballet opvoerend in de lucht.

De gasten, waarvan er volgens Emili een paar honderd op El Fonoll verblijven, laten zich overdag nauwelijks zien. Alleen ’s morgens en ’s avonds zie je ze in het dorpscentrum. De rest van de dag verspreiden ze zich over het immense terrein, om een massagecursus te doen, of een workshop ‘vrij dansen’. Of om te mediteren. Velen zitten in de caravans die een beetje zijn weggestopt in een uithoek van het dorp, zonder water of elekriciteit. Die caravans daar te krijgen moet heel wat voeten in de aarde hebben gehad. De eigenaars hoeven voorlopig niks te betalen voor hun standplaats.
“Ik stop vijf keer zoveel geld in El Fonoll als ik terugverdien, maar El Fonoll is ook geen economisch project”, benadrukt Emili. “Mijn beloning bestaat uit de grote hoeveelheid naturistische vrienden van over de hele wereld, die ik hier maak. Er zijn hier al mensen uit New York, Californië, Zweden en Australië geweest. Via e-mail wil ik er nog veel meer bereiken.”
Studentikoos
Na de lichtceremonie in het kerkje staat een grote groep El Fonollers aan de grote tafels groenten te wassen en te snijden voor de vegetarische paella die later zal worden gegeten. Een eindje verderop geven de leden van de gelegenheidsdansgroep ‘El Fonoll’, een staaltje dansen ten beste dat sterk doet denken aan de traditionele Catalaanse ‘Sardana’. Vooralsnog zijn de meeste gasten Spaans. Een beetje studentikoze, zweverige types, al zie je ook veel keurige, oudere dames en heren. Ze laten zich gemakkelijk benaderen en hebben er geen enkele moeite mee te worden gefotografeerd, zelfs niet voor een Nederlands blad. Toch verzwijgen de meesten voor hun vrienden en familie dat ze naturist zijn, blijkt uit de gesprekken met hen. Wanneer het toch ter sprake komt, wordt daar vaak besmuikt over gedaan. “Spanje is niet zo progressief als Nederland”, merkt een Madrileense jongeman op.

Een groot deel van El Fonoll bestaat nog uit ruines die werklui bezig zijn te restaureren. Emili heeft grootse plannen voor de toekomst. Van één van de grotere ruines wil hij een hotel laten maken, waarvoor één van zijn zoons, net afgestudeerd als architect, het ontwerp zal maken. Er moet een saunacomplex op het terrein komen maar vooralsnog zijn Emilis pogingen om een zwembad op het terrein te realiseren, gestuit op een muur van bureaucratische onwil. De burgemeester van de gemeente Conca de Barberà, waaronder El Fonoll valt, is volgens Emili corrupt. Hij zou hem om miljoenen peseta’s smeergeld hebben gevraagd in ruil voor toestemming voor een zwembadvergunning. Voorlopig heeft Emili daarom maar een een surrogaatzwembad op het terrein gezet. Zo’n hoge, ronde plastic bak waar je via een trapje in moet klimmen.

El Fonoll mag dan geen zwembad hebben, je vindt er wel iets waaraan het zoveel superdeluxe naturistencampings ontbreekt: rust, respect, aandacht voor elkaar, simpele genoegens en oprechte, hartelijke vriendelijkheid. Kortom: je vindt er nog naturisme.
Dit verhaal is zeven jaar geleden gepubliceerd in het blad Naturisme. Ongetwijfeld is de informatie erin verouderd.





RSS