Nicksnutten
Frans Weerts

Illustratie: Norman Lindsay
De column van Peter Breedveld over Pietje Vuilgrijs heeft in de comments een levendige discussie opgeleverd over de pros and cons van het gebruik van nicknames. Laat ik vooropstellen dat ik geen behoefte heb om hier een moralistisch verhaal op te hangen over deze kwestie. Maar wellicht is het zinnig om op deze blog, waar scribenten onder eigen naam publiceren (voor zover ik weet), de kwestie eens aanhangig te maken. Wat ik bij lezing merk, is dat het toch wringt, zeker als discussies hoog oplopen. En waar gekende personen oplopen tegen bijdragen die pseudo- of anoniem worden geleverd.
Ik begin het boetekleed aan te trekken met de bekentenis dat ik in een vorig blog-leven zelf ook een nickname hanteerde. Zij het dat de redactie bekend was met mijn NAW-gegevens en mij ook persoonlijk kende. Na de zomer van 2009 heb ik evenwel het roer omgegooid en besloten frontaal naakt te gaan, in overdrachtelijke zin dan. Alleen de enkele malen als ‘reaguurder’ (ik verfoei dat woord overigens) bij Geenstijl heb ik het nooit aangedurfd mijn eigen naam te gebruiken, gezien het meer dan gure klimaat aldaar in de comments.
Ik ga dus hier geen pleidooi houden voor optimale transparantie in de comments. Ik kan duizend redenen bedenken waarom mensen ervoor kiezen om hun volle naam niet prijs te geven. Maar de anonimiteit moet wel zijn prijs hebben. Respondenten moeten wel bedenken, dat zij met scribenten die hun naam en toenaam prijsgeven, een ongelijke strijd aangaan.
Als zo’n gekende auteur een verhaal schrijft is hij of zij zich bij ieder woord bewust van wat de impact kan zijn bij publicatie. De auteur weet dat elke zinsnede te herleiden is tot een persoon. Dat hij of zij het risico neemt daarop te worden aangevallen, of zelfs bedreigd. De blogosfeer heeft zijn onschuld inmiddels wel verloren. En bloggers die de moed hebben open en bloot hun meningen en inzichten te delen, doen dat met gevaar van eigen privacy.
De respondenten, die kiezen voor pseudoniem of nick, lopen dat risico niet. Die onbalans is bijzonder vaak waar te nemen. Waar de auteur zijn pijlen zorgvuldig op de juiste doelen moet richten, kunnen onbekenden – ook ten aanzien van elkaar – zonder risico uit de heup schieten, beledigen, demoniseren en godwinnen.
Er zijn blogs waar dit strijk en zet is en waar een moderator een dagtaak heeft aan de scheiding van kaf en koren. Er zijn weblogs waar met meer inhoud en fatsoen wordt gediscussieerd. Frontaal Naakt is een van die gunstige uitzonderingen, daar waar het relatief rustig aan toegaat. Neemt niet weg dat er anonymi voorbijkomen, die zich ressentimenten permitteren of simpelweg scheldkanonnades optikken en op de button ‘verstuur’ drukken, zonder zich verder om hun bijdrage te bekommeren. Die ‘onderbuiksprekers’, zoals ik ze maar even vergoelijkend betitel, laten het oproer luid kraaien. En zij plaatsen vervolgens de moderator keer op keer voor het dilemma: kan dit nog of gaat dit te ver?
Op zichzelf is dat geen probleem bij een weblog die over voldoende middelen en personeel beschikt (GeenStijl of Joop) om die klus 24/7 te klaren. Maar bij een blog, die feitelijk op één persoon draait (die er een volwassen hobby van heeft gemaakt, en de zaak uit passie draaiende houdt) is het dagelijks bikkelen geblazen. Of alle lezers zich realiseren wat zulks betekent in de praktijk? Ik vermag het te betwijfelen.
Maar ja, wat is een weblog zonder comments? Catch 22, zou ik menen. En braaf moet het dus ook niet worden. Niets zo appetijtelijk als een debat op het scherpst van de snede.
Het is daarom mijn pleidooi om hieronder in de comments eens duchtig te spreken over dit onderwerp. Een voorzetje wil ik hier wel geven. Zo heb ik persoonlijk een bloedhekel aan nicks, die in het geheel niets met eigennamen van doen hebben. Iedereen kan hier de voorbeelden oplepelen.
En wat is er op tegen om een voornaam met een initiaal te kiezen? Al is die naam dan verzonnen, dan is het toch nog altijd zo dat het beestje een naam heeft. Alles beter dan iemand die zich bijvoorbeeld ‘Me On A Tonic’ noemt. Persoonlijk knap ik totaal af op dat soort ongein. En ik heb de neiging om die luiden bij voorbaat in de triviale hoek te zetten.
Een laatste voorzet voor een hopelijk levendige discussie. Niets is zo inzichtelijk als een serie van comments die dichtbij het onderwerp blijven, die niet blijven steken in gehakketak op elkaars bijdragen. tussen on topic blijven en totaal off topic gaan bevindt zich een ruim speelveld voor een aardig potje robberen.
Toch?
Frans Weerts wel bij deze nog even de titel verklaren. Onder Nicksnutten moet men vooral niet de gelijkenis met het woord zonder ‘c’ verstaan. Dit fonkelnieuwe werkwoord dient als volgt te worden gelezen: hoe de nick te (be)nutten.
22 oktober 2011 — Frans Weerts
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS