Rellen in Barcelona
Peter Breedveld

We wisten dat er zou worden gestaakt in Barcelona, want we moesten onze vlucht terug naar Nederland verzetten (wat we helemaal niet erg vonden). Maar ik dacht daarbij aan overheidspersoneel, het openbaar vervoer, postkantoren enzovoort. De restaurants zouden wel doordraaien, verwachtten we. De winkels zouden wel open blijven. Staken is een luxe die alleen zéér succesvolle ondernemers zich kunnen permitteren.
Maar dat was buiten de waard gerekend. Het ging gisteren niet om een vreedzame staking, maar om een massale protestdemonstratie tegen de ‘kartels’, tegen het ‘grootkapitaal’. En het grootkapitaal, dat is in Spanje iedereen die ’s morgens om vier uur broodjes staat te beleggen om die in zijn stalletje tot ’s avonds laat aan de toeristen te slijten. Wie het gisteren waagde om toch zijn winkeltje open te doen, kon een boze menigte verwachten, en een steen door z’n ruit.
En daarmee verspeelden de actievoerders eigenlijk meteen mijn sympathie. Groot gelijk dat je geen zin hebt om ‘de rekening te betalen voor de fouten van de kartels’, zoals ik op een spandoek las, maar daarvoor moet je bij de overheid wezen en, vooruit, de banken. Niet bij de ploeteraars, de ondernemers, die zich een dag zonder omzet niet kunnen veroorloven. Wier zaak zomaar naar de ratsmodee kan worden geholpen omdat hen verboden wordt te werken.
Door types die, naar het zich liet aanzien, zelf nog nooit een dag in hun leven hadden gewerkt. Toen we ’s morgens het grote warenhuis El Corte Inglés niet in konden omdat daar een massa mensen stond te toeteren, vonden we het grappig, en hebben we een paar foto’s gemaakt van de demonstranten en de politie, die een cordon om het warenhuis had gevormd. Verderop gingen we een filiaal van El Corte Inglés binnen, waar de demonstranten al snel voor de ingang stonden te schreeuwen. We voelden ons belegerd, als vluchtelingen in een zombiefilm. Bewakers leidden ons door een nooduitgang weer naar buiten. Overal zagen we winkeliers snel hun rolluiken naar beneden doen, zodra door het lawaai de komst van de massa werd aangekondigd.
We hadden afgesproken met een vriend in het beroemde en fantastische café Els Quatre Gats. Dat was gelukkig open, zij het enigszins besmuikt. Daarna dwaalden we wat door de stad, net als de andere toeristen. We hebben een prachtige gotische kerk bezocht, de Santa María del Mar. Vanuit de haven, die de demonstranten nog niet hadden bereikt, hebben we de taxi gepakt naar een van de rijke wijken van Barcelona. Daar hebben we goddelijk geluncht in het restaurant ABaC van de geniale chef Jordi Cruz, maar daarover later meer.
Taxichauffeurs durfden het centrum niet meer in, vertelden de obers van ABaC, uit angst voor de actievoerders. Vorig jaar gebeurde hetzelfde en werden veel winkels vernield. “De politie keek alleen maar toe”, zei een ober.
Terug in het centrum troffen we een grimmige sfeer. Overal waren containers in brand gestoken, pinautomaten vernield, etalageruiten ingegooid. De politie stond inderdaad alleen maar van grote afstand toe te kijken. Het hele Catalunyaplein, waar we logeerden, stond vol demonstranten. We hebben ons ertussen gemengd, maar toen we oog in oog stonden met een rij ME’ers, die door de mensen om ons heen steeds harder werden geprovoceerd, besefte ik dat het spoedig matten ging worden. Ik pakte Hassnae bij haar hand en we zijn ons hotel in gevlucht.
Vanuit onze kamer hadden we een perfect uitzicht op het plein. We konden zien hoe types met stenen naar de politie gooiden, er klonken knallen en al snel werden er door de ME charges uitgevoerd. De hele massa kwam in beweging. Onder ons stoven mensen alle kanten op. We zagen een rolstoeler racen alsof z’n leven ervan afhing. Een overmoedig type wilde met een ME’er op de vuist en kreeg harde klappen van drie, vier ME’ers. Daar omheen wel tien cameramensen die de afranseling vastlegden. Er werd geschoten door de ME, maar ik kon niet zien waarmee.
Het zal een minuut of tien hebben geduurd, toen was het plein in bezit van de politie. Nadat we, toen het stof was gaan liggen, tapas waren gaan eten op het plein voor de Santa María del Mar, moesten we een ME’er met mooie bruine ogen, het enige wat er van haar te zien was, toestemming vragen naar ons hotel te lopen. Ze vroeg een collega of ons hotel wel echt bestond.
Toen vanochtend vroeg de taxi naar het vliegveld namen, was alles weer rustig. Het viel me op dat de scooters en fietsen, die op het plein waren gestald, door iedereen met rust waren gelaten.
















RSS