Ripper
Peter Breedveld

Whitechapel is niet de meest voor de hand liggende wijk om te bezoeken als je een midweek of lang weekend Londen doet. Het is lange tijd een gribusbuurt geweest, waar vroeger de joden woonden en tegenwoordig de moslims. In de jaren negentig werden veel hippe creatieve types door de absurd hoge huizenprijzen echter uit het centrum verdreven, onder andere naar Whitechapel. Die wijk is nu cool, met veel galeries, clubs en restaurants, terwijl het aan de randen nog authentiek groezelig is.
Hier eet je de beste curry’s van de stad. In Brick Lane zijn wel honderd restaurants die allemaal claimen één of andere curry-verkiezing te hebben gewonnen. Opdringerige Indiërs proberen je hun restaurant in te lokken met gratis aperitieven en flessen wijn, de beste curry houses zijn uiteraard die dat niet nodig hebben, en die stampvol schreeuwerige Britten zitten.
Nu we het toch over multicultureel Londen hebben, dat door de pleitbezorgers van de islamisering altijd als lichtend voorbeeld voor de xenofobe Hollanders wordt aangehaald, ik zie hier zelden multiculturele gezelschappen, wat in Nederland heel normaal is. Blank stapt met blank, Chinezen, Indiërs en Afro-Britten blijven ook liever onder elkaar. Je ziet nauwelijks interraciale stellen.
Maar goed, Whitechapel dus. Hip, multicultureel, een must voor curryliefhebbers en in het najaar van 1888 het jachtgebied van Jack the Ripper, ’s werelds bekendste seriemoordenaar. Sinds ik meer dan tien jaar geleden voor het eerst Alan Moore en Eddie Campbells bloedstollende Ripper-strip From Hell las, ben ik licht geobsedeerd door Jack the Ripper, en wilde ik de plekken bezoeken die in dit boek een cruciale rol spelen. Niet zozeer de plekken waar Jacks vijf gruwelijk verminkte slachtoffers zijn gevonden, als wel de locaties die in het boek een soort ground zero’s van demonische krachten zijn, en die de Jack the Ripper-moorden een bovennatuurlijk aura geven.
Christ Church Spitalfields is één van die plekken. Schrijver Alan Moore maakt er in From Hell een soort satanische tempel van, gebruikmakend van de theorie dat architect Nicholas Hawksmoor, die de kerk in het begin van de achttiende eeuw ontwierp, het deïstisch satanisme aanhing en bouwde volgens de heidense principes van het Dionisianisme, met massieve torens in de vorm van obelisken en dikke, Griekse zuilen. Zijn kerken, betoogt Moore, zijn eerbetonen aan de zonnegod, de god van de mannelijkheid, die steeds in strijd is met de maangodin. Moore ziet de vijf vermoorde hoeren als bloedoffers op het altaar van die zonnegod. Vijf martelaars van de wrede seksestrijd, van duizenden jaren vrouwenonderdrukking.



De toren van Christ Church, gebouwd bovenop een begraafplaats uit de Romeinse tijd, doemt inderdaad dreigend vanachter de huizen op als je Whitechapel komt binnenlopen. Hier en daar wordt ze aan het oog onttrokken door de moderne hoogbouw, maar in de tijd van Jack the Ripper moet ze tot in de wijde omtrek te zien zijn geweest, een onontkoombaar monument van de mannelijke heerschappij. Je kunt de kerk bezoeken, maar veel van de mystiek gaat binnen verloren door de afschuwelijke elektrische verlichting die er is aangebracht. Het altaar wordt zelfs verlicht door een paar schijnwerpers. Je kunt je voorstellen hoe de kerk zou zijn geweest als het interieur slechts zou worden verlicht door kaarsen en het daglicht, dat binnenvalt door de kleine ramen aan weerszijden van de kerk.

Naast de kerk, op de hoek van Fournier Street en Commercial Street, staat de The Ten Bells, één van de stamkroegen van de Ripperslachtoffers. De pub staat in de steigers vanwege een broodnodige renovatiebeurt.


Binnen lijkt er in de afgelopen 120 jaar niet veel te zijn veranderd. Moore schrijft dat The Ten Bells één van de twee kroegen was die een rouwkrans schonk ter gelegenheid van de begrafenis van Marie Kelly, het laatste slachtoffer van Jack the Ripper. De andere kroeg was The Brittannia, op de hoek van Dorset Street en Crispin Street, maar die kroeg is er niet meer. Waar Dorset Street was, volgens Moore ‘the most evil street in London’, staat nu een parkeergarage met daartegenover een loods of iets dergelijks. Ook het appartement waar het lichaam van Marie Kelly is gevonden, aan een binnenplaats bij Dorset Street, Miller’s Court, bestaat niet meer.

De plek waar vroeger Miller’s Court was, gezien vanaf Crispin Street.
Toch schijnt in Whitechapel de Victoriaanse tijd nog op veel plekken door de moderne staal-, glas-, en betonconstructies heen. De doodskreten van Jacks tweede slachtoffer Annie Chapman hebben weergalmd tegen de muren van de huizen die je nu nog in Hanbury Street ziet staan.

Als je verder de wijk in loopt, in de richting van het Royal London Hospital, waar ten tijde van Jack the Ripper Joseph Merrick verbleef, de afzichtelijk misvormde Elephant Man, wordt het stiller en donkerder en is de dreiging voelbaarder. Vooral omdat dit de Londense versie van een Vogelaarwijk is. Deprimerende sociale woningbouw wordt hier afgewisseld door een enkel fraai Victoriaans pand. Helemaal aan het eind, na herhaaldelijk vergeefs de weg te hebben gevraagd aan types die de Engelse taal nauwelijks machtig zijn, vonden we Durward Street, voorheen Buck’s Row, plek van de moord op Jacks eerste slachtoffer, Polly Nichols. Er staat nog een rij huizen uit die tijd en verderop is ook nog het originele ziekenhuis, maar de buurt wordt gedomineerd door bouwputten en het soort winkels dat alle achterstandsbuurten domineert, bel- en avondwinkels en dergelijke.

Na deze drie crime scenes hielden we het voor gezien, want er is niks herkenbaars meer van overgebleven en de plekken van de twee andere slachtoffers, Elizabeth Stride en Catherine Eddowes, bevinden zich een flink eind lopen van de andere slachtoffers vandaan. En zoals ik al zei, maakt vooral de context, waarin Moore de moorden zet, de Ripper-moorden zo interessant. Aan het eind van de achttiende eeuw werden zoveel hoeren vermoord, meestal door ordinaire afpersers die door de politie niet heel erg veel in de weg werd gelegd.
Maar Moore geeft de Rippermoorden een diepere laag door via Christ Church een verband met de bloedige geschiedenis van Londen, de verpletterende nederlaag van de Keltische koningin Boudica (de Keltische versie van ‘Victoria’) door de Romeinen bij Battle Bridge, waarmee het laatste bolwerk van het matriarchaat werd vernietigd, London Fields, waar de Saksen de moord vierden op de maangod Máni, en de vele machtige symbolen van mannelijk overheersing die door Londen zijn verspreid om de onderdrukking van de vrouw te bestendigen: obelisken als de toren van Christ Church en Cleopatra’s Needle (omgeven door sinistere verhalen van tragiek en rampspoed), St. Paul’s Cathedral, de zes kerken van Hawksmoor, die op de kaart tezamen een pentagram zouden vormen.
‘Encoded in this city’s stones are symbols thunderous enough to rouse the sleeping gods submerged beneath the sea-bed of our dreams’, zegt William Gull in From Hell, voordat hij aan zijn bloedige missie als Jack the Ripper begint. Er is nog veel over te vertellen, en dat hoop ik hier ook nog te gaan doen in de niet al te verre toekomst.
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS