Schakelklassen
Yezkilim

Illustratie: Annie Cassez
Het verbaast me al lang niet meer dat er regelmatig onderzoek naar open deuren wordt gedaan. Ik wacht dan ook al tijden op het volgende nieuws: Uit onderzoek blijkt, dat kinderen die onderwijs krijgen, meer weten dan kinderen die geen onderwijs krijgen!
En ja hoor, een paar weken geleden alweer was het raak. Enkele kranten reageerden op het persbericht ‘Schakelklassen effectief bij wegwerken taalachterstand’, dat berichtte over de resultaten van een onderzoek, uitgevoerd door het Instituut voor Toegepaste Sociale wetenschappen (ITS) van de Radboud Universiteit Nijmegen (RU) en het SCO-Kohnstamm Instituut van de Universiteit van Amsterdam (UvA), in opdracht van het Ministerie van OCW. Het onderzoek betrof zo’n 2250 kinderen, negentig procent allochtoon, met een grote taalachterstand.
Schakelklassen blijken klassen te zijn waarin aan taal gedaan wordt. Waarom ze schakelklassen worden genoemd, is niet duidelijk. Ik houd het bij taalklassen. Van taalklassen word je beter in taal, is de conclusie van het onderzoek waarin de effecten van verschillende soorten taalklassen bekeken en vergeleken werden, zoals een taalklas na groep drie, een kopklas na groep acht, taalklassen onder schooltijd en taalklassen buiten schooltijd. Ze bleken allemaal te helpen.
Hoe triviaal dit ook mag lijken, het positieve effect was toch nieuws, want voorgaande inspanningen van het Ministerie om taalachterstand op te heffen waarvan óók veel verwacht werd, zoals extra lessen en remedial teaching, hadden nauwelijks effect gehad.
Maar laten we de setting eens bekijken. Een taalklas bestaat uit hoogstens tien kinderen. Is deze luxe hier wél nodig, terwijl dit in gewone klassen, één op dertig, blijkbaar niet nodig is? Of is het overal nodig, maar is er hier wel geld voor en is dat daar niet het geval? Zou het eerlijk delen van de beschikbare middelen, zoals juffen en meesters, niet een beter idee zijn? En waren de onderzoeksresultaten niet gewoon positief omdat er hoogstens tien kinderen in elke klas zaten? Zou niet elk onderzoek naar elk soort onderwijs in kleine klassen positieve effecten melden?
Veel nuttiger dan onderzoek doen naar het nut van taalklassen en de beste manier waarop je ze zou kunnen geven, lijkt mij: logisch nadenken over de taalklassen. Wanneer zouden ze bijvoorbeeld het meeste effect hebben? Een voor de hand liggend uitgangspunt lijkt me, dat iemand met taalachterstand geen enkele les goed kan verstaan en dus ook achterop raakt met andere vakken dan taal, en dat we dat niet willen.
Geen kopklas na groep acht dus, als mosterd na de maaltijd, want dan is het kwaad al geschied. Maar ook geen taalklas na groep drie, want daarmee verlies je twee kostbare jaren: én het jaar taalklas zelf én het voorafgaande jaar in groep drie, waar je als taalzwakkeling weinig oppikte. Terwijl je een jaar eerder nog met lego speelde, dus geen taal of rekenlessen zou missen als je op taalklas zou zitten. Kortom: we zouden taalzwakke kinderen basistaalklassen aan kunnen bieden in het jaar voorafgaand aan groep drie van de basisschool. En daarnaast zouden we zij-instromers en kinderen wiens Nederlands pas later, of later opnieuw, onvoldoende blijkt, een taalklas aan kunnen bieden op een wat hoger niveau.
Om discriminatie te voorkomen, zou je de beslissing of een kind al dan niet naar een taalklas mag, kunnen bepalen met een objectieve taaltoets. Bedenk er twee: een voor beginners en een voor zij-instromers. Stel de taalklas verplicht voor iedereen die zakt, zodat zo iemand daarna pas in een reguliere klas terecht komt, die dan niet meer opgehouden wordt door kinderen met taalachterstand. Zodat het verschil tussen zwarte en witte scholen een stuk kleiner wordt.
Yezkilim is een full-time allround compulsief obsessief probleemoplosser, met als specialiteit radicale onderwijshervormingen. Daarnaast is ze wiskundeleraar.





RSS