Frontaal
Naakt
14 mei 2026

Tom in Japan

Tom Breedveld


Illustratie: Mame.

Mijn vader gaat al jaren naar Japan, en is overduidelijk Japanofiel. Toen ik twee jaar geleden samen met vier collega’s eindelijk zelf twee maanden op doorreis ging door het land, bereidde ik me erop voor dat het vast heel leuk zou zijn, maar nooit zo leuk kon zijn als mijn vader het al die tijd had verkocht.

Was ook niet zo – het was zo mogelijk nog veel beter. Ik ben inmiddels zonder grappen van mening dat je niet dood kunt voordat je naar Japan bent gegaan. Het land is een pretpark, maar heeft ook een millennia-oude cultuur die nog altijd doorschijnt, tot in de dagelijkse praktijk. Japanners (ik hoop dat dit niet allemaal te exotiserend klinkt, with apologies to Edward Saïd) zijn zich bewust van het feit dat er een wereld buiten hen staat, en dat we die allemaal hebben in te richten. Een psychologische invulling van The Map Is Not The Territory, wellicht, ik moet Barthes’ Empire of Signs er weer eens op naslaan, of dat essay van Tanizaki.

Japan Reis

De Japanner is vriendelijker dan de Nederlander (waarvan akte, lmao), maar ook oprechter. Vaak krijg ik van Den Nederlandsche te horen dat ze het van Japanners op hun heupen krijgen, want ‘ze zijn zo netjes, en dan ga ik me afvragen of dat niet allemaal nep is.’ Ik vind dat een self-report. Ten eerste: nee, of in ieder geval, dat het nep zou zijn als jij het doet betekent niet dat het bij iedereen nep zou zijn. Ten tweede: wie ‘nep’ vriendelijk en accommoderend is, is nog altijd vriendelijk en accommoderend. Heel vreemd, ik weet het, je mond eens houden omdat niet elke mening hoeft te worden uitgesproken, maar in sommige culturen lukt het. Het draait niet allemaal alleen maar om jou.

Ademhalen

De huizen zijn mooi (maar in de suburbs wel vaak zichtbaar volgestouwd met troep, viel me op, het schijnt een groeiend probleem te zijn dat samenhangt met de vergrijzing), de straten zijn schoon, de sfeer is anime-esque. Het is mooi en goed bedacht. Tuurlijk heerst er een kwalijke werkcultuur, kunnen ze nog wat leren op het gebied van racisme en seksisme, maar eh, dat geldt ook voor Nederland, het Westen at large. Wat gaan wij ze leren dan?

In Japan kan ik ademhalen. Ik mag er zijn, mijn geekiness is daar part and parcel, ik mag doen wat ik wil zonder dat het meteen vreemd wordt gevonden. Helpt dat ik toerist ben, geen werk en verantwoordelijkheden heb, maar het is dan ook een vakantie. Als ik dan weer thuisben, galmt Slauerhoff door mijn oren: “Mijn landgenooten smaden mij: ‘Hij is mislukt.’ Ja, dat ik hen niet meer kon schaden, Heeft mij in vrijheid nog te vaak bedrukt.”

Hier, sine ordine, een greep anekdotes die me zijn bijgebleven van deze reis.

Ik vlieg heen via Finland, met Finnair, ‘official airline of Santa Claus!’ Klopt, die paal van hem staat geloof ik ergens in Lapland. In de huidige politieke cultuur houd je weinig luchtruim over, dus we vliegen over de heuse Noordpool, als in, het hoogste punt van de as van de Aarde, waar we van de stewardessen een diplomaatje voor krijgen. Als ik naar buiten kijk zie ik echt alleen maar ijs, met hier en door een barst, en een zon die weigert onder de horizon te dalen. Prachtig. Alsof je in een videospel van de map afvalt, en in het oneindige niets belandt.

Japan Ijs

Disneyland

Meteen bij aankomst moet ik een buskaartje kopen vanaf het vliegveld. Als ik in mijn beste, door ChatGPT ingefluisterde, Japans aan twee baliemeisjes vraag waar de kaartjes worden verkocht, willen ze meteen weten waar ik vandaag kom. ‘Orandajin desu’, zeg ik, en dat maakt blijkbaar heel erg veel indruk.

Ik begin bijna elke dag met een lichte sandwich uit de konbini (die met komkommer zijn mijn favoriet), en een blikje Boss Coffee, die je hier warm uit de automaat krijgt. Kost bij elkaar 300 yen, of 1 euro 60. Mijn 100 yen-muntjes zijn snoepgeld, de 1000 yen-biljetten vliegen over de toonbank. Ik verlies hier alle grip op mijn financiële situatie en kom thuis met een maxed-out creditcard en een bankrekening met nog maar twee cijfers voor de komma. Het is het waard.

In Tokyo Disneyland, die ik met vrienden Twan en Li bezoek, worden we de attractie Pooh’s Hunny Hunt aangeraden, en hij is drukbezocht. Als we eenmaal zitten, krijgen we te zien hoe een schijnbaar depressieve Winnie the Pooh in het donker in zijn slaapkamer zit, met een geweer aan zijn voeten. Dan verlaat zijn ziel zijn lichaam en vliegt omhoog, gevolgd door een trippy reis door een soort vagevuur. Pooh heeft dus zelfmoord gepleegd, ik kan er niks anders van maken. Inderdaad niet te missen.

Pooh Hunt

In de overvolle metro is een plekje vrij, en ik word gestunlocked door een man die aan mij de plek wil bieden, en ik aan hem. Ik krijg een idee, en laat mijn vuist zien, die ik op en neer schudt. Hij snapt het idee en we doen steen-papier-schaar. Een, twee, allebei steen. Een, twee, ik heb weer steen, hij schaar. Lachend gebiedt hij me te zitten.

Tempel

In de grote, en door toeristen overgoten, tempel Senso-Ji, die ik bezoek omdat ze overheerlijke met gesmolten suiker overgoten vruchten op een stokske verkopen in een van de vele kraampjes aan de voet van de tempel, besluit ik een kaarsje op te steken voor mijn beide overleden grootouders. Een kaarsje kost 100 yen, en terwijl ik mijn portemonnee pak, komt een zwarte vrouw op me af, een Amerikaanse. Ze vraagt me in het Engels of ik bekend ben met het systeem en of ik het uit wil leggen. ‘Same principle as you see in Catholic churches, I would assume. I’ve lost my grandparents, so I’m lighting a candle for them’. Zij antwoordt: ‘that’s sweet. I can understand the sentiment. I lost my husband last year.’ Verbouwereerd bied ik mijn condoleances. ‘Oh, that’s okay,’ zegt ze, ‘we all lose, don’t we? We all lose all the time.’ Een donkere meid loopt op ons af, ik denk haar dochter, en vraagt met een verveeld gezicht of ze door kunnen lopen. Zo plotseling als ze mijn leven binnenkwam, verlaat de vrouw deze weer.

Senso-ji

Pokémon

Bij een van de vele Pokécenters staat een gacha-machine, zo’n ding waar je muntjes ingooit en aan een knop draait om een balletje te krijgen met een speeltje erin. In Nederland krijg je nutteloze prullen voor teveel euro, in Japan krijg je voor een yen of driehonderd een speeltje waar echt design en maatwerk achter zit. Ik probeer verschillende setjes compleet te krijgen, en wil hier een Icecue scoren, een penguin-Pokémon met een ijsblok als hoofd. Ik ontmoet twee andere Westerlingen, een vader en zijn dochter, die hopen een Pikachu te winnen. Ik raak met ze aan de praat, en leer dat ze uit Oekraïne komen. De dochter is elf, en ik spreek met haar af dat als zij een Icecue weet te krijgen, ik deze met haar ruil voor mijn Pikachu. Ze is dolgelukkig als dat lukt, en we make the trade. Ze vindt mijn kennis over Pokémon cool, en wil mijn contactgegevens. Ik hoor de FBI al op mijn deur kloppen, dus ik vind het goed als haar vader het goed vindt. Hij zegt lachend toe, en bedankt me voor mijn steun voor Oekraïne. ‘Well, of course,’ antwoord ik. ‘What could have possibly been my other options?’ Hij moet weer lachen.

Elke avond haal ik een chocolate-mint-ijsje uit de automaat, onderweg terug naar mijn airbnb. Het irriteert me mateloos dat we in Nederland eigenlijk alleen After Eight kunnen bieden aan de liefhebbers van die smakencombo.

Airbnb

Mijn airbnb is klein, maar fijn. Het is een van tien kamers in een vierkant apartementenblok op dertig minuten metroafstand van hartje Tokyo. De eigenaren vinden mijn spiel waarom ik een goede huurder zou zijn zo overtuigend, dat ze me de kamer met korting bieden. Ze zien dat ik Shin-Chan leuk vind, en laten een versiering van de brutale kleuter achter om me welkom te heten. Later nodigen ze me uit voor een avondje Korean BBQ; de man is Japans, maar opgegroeid in Korea, en zijn vrouw is Chinees. Ze is erg schichtig, en vooral bezig met haar telefoon, maar niet onvriendelijk. Ik introduceer me in het Chinees en zeg haar dat haar baby er erg lief uitziet. Vol verbazing kijkt ze naar haar man. ‘Hoe weet hij dat we een kind hebben?’ ‘Dat heb ik hem verteld,’ antwoordt hij. Ergens halverwege de avond, na drie highballs, valt de gevleugelde uitspraak ‘Trump needs to go fuck himself’, en hij kwam niet van mij.

Ik bezoek een dag Kasukabe, in de manga en anime de thuisstad van Shin-Chan. Zijn schrijver (mangaka), woonde daar, en overal zie je plaatjes uit de strip vergeleken worden met de stadsgebouwen. Een geel plakkaat waarschuwt in gebroken Engels: Crayon Shin-Chan and his house only exist in the anime. They do not exist in reality. Please do not take photos of “children” or “private homes.” Thank you for your cooperation. Vooral dat “children” tussen aanhalingstekens.

Shin-chan stad

Shin-chan

In Kasukabe zie ik bij het toeristencentrum, en later in het museum, een Spaanse jongen lopen met een cameraatje. In Spanje is Shin-Chan enorm populair, dus het verbaast me niks. Als ik hem ook zie bij het gemeentehuis, besluit ik me voor te stellen. We praten in Spaans, en ik ben aan het einde van de dag helemaal gaar door het code-switchen. Samen bezoeken we de andere locaties waar je Shin-Chan standbeelden kunt bekijken en stempels kunt verzamelen. We zien een Shin-Chan-bus langsrijden, en lopen per ongeluk over een mooie weg met sakura(kersenbloesem)bomen en een oud tempeltje. Een suppoost van de gemeente ziet ons lopen en vertelt ons dat we Shin-Chan ansichtkaarten kunnen kopen. We eindigen in een Shin-Chan-arcade, waar ik een Action Kamen win uit zo’n grabbelgraaimachine, en als avondeten bestel ik zo’n druipend ei dat ze zo over je rijst opensnijden.

In een restaurant krijg ik als voorgerecht een kop misosoep, en de smaakexplosie en warmte overvalt me. Ik vraag de oberin of het inderdaad misosoep is, en ze knikt. ‘Honto ni oishii desu,’ zeg ik, en ze moet schaterlachen. Ik vraag me af wat de grap was, maar vind het toch wel sympathiek, eigenlijk.

Aardbei

Op een dag eet ik een broodje aardbei, en één aardbei is onsmakelijk zuur. Terwijl de tijd verstrijkt, voel ik mezelf beroerd worden, en ik begin onbedaarlijk te zweten. Ik bezoek een 3D-yokai-installatie, en dat is met de mold sweats die me uitbreken nogal een ervaring. Aan het einde van de installatie staat een man in kostuum, een soort padachtige die ik ook in Spirited Away heb gezien. Een Japanse moeder besluit haar twee zoons met de pad op de foto te zetten; oudere broer loopt zonder pardon op de pad af, maar jongere zoon vindt het toch wat eng. Terwijl hij voorzichtig dichterbij sjokt, houdt hij zijn oudere broer goed in de gaten. Als de foto is gemaakt, loopt hij in snelpas terug naar zijn moeder.

Japan Monster

Mijn goede vriendin Sharity woont in Japan, en ik bezoek haar uiteraard ook. We bezoeken het ramenmuseum, waar ze ramen serveren in een ondergrondse facsimile van jaren ’50 Tokyo. We gaan ook naar het Pokémon Center in het winkelcentrum-met-aquarium-en-planetarium Sunshine City. Pokémon is dit jaar dertig, dus we kopen een streng bewaakte gouden Pikachu die een Pokéball met 30-print vasthoudt. Ik licht haar in over de stand van zaken in Oranda terwijl we Baskin Robbins eten. Ook nog even langs megaconglomeraat Don Quijote, of zoals ze het in Japan uitspreken, Donkey Hotel.

Don Quijote
Don Quijote 2

Moord

Twee dagen nadat ik er ben geweest, wordt een afschuwelijke misdaad gepleegd in Sunshine City Pokémon Center.

Een jongedame die er werkt wordt doodgestoken door haar stalker. Filmpjes doen op Tiktok de rondte van werknemers die wegrennen, en sindsdien is de Pokécenter gesloten. Ik heb daarna offers zien liggen bij de rolluiken, en mensen Shinto-gebeden zien doen ter nagedachtenis. Het is femicide, plain and simple. Ik kan het moeilijk verteren dat ze precies daar dood moest gaan, waar ze het naar haar zin had. Het bracht me van mijn stuk.

Het café ‘The Whales of August’ in Tokyo serveert cocktails gebaseerd op films. Ik vraag om Eraserhead en krijg zwarte droplikeur, en de traumatiserende film Funny Games is absinthe waar een rauw ei in drijft.

Peuter

Mijn DoP-turned-amigo David bezoekt Japan op hetzelfde moment, met zijn Italiaanse vrouw en baby. We doen karaoke, en de tweejarige zingt best aardig mee in zijn eigen microfoon. Ik deel mijn broodje met hem en krijg in ruil een stuk van zijn chocoladereep. Later proost ik met saké, en doe grappend alsof ik ook wat in zijn tuitbeker schenk. Als hij me later nadoet, wordt zijn tuitbeker geschokt afgepakt en moet hij huilen. Ik schaam me diep en maak het goed door hem dino-Pokémon te laten zien.

Karaoke

Ik ben gegaan in de Sakura-periode. Mag ik toegeven dat ik het tegen vond vallen? Ik verwachtte knalroze maar kreeg ‘gewoon’ witroze bomen. Een wandeling langs het keizerlijk paleis was mooi, maar ik sla maart voortaan over.

Sakura

Douane

Op de terugweg explodeert mijn koffer. Hij wordt me aangeleverd in een Finnair-vuilniszak. Er zit keramiek en een LP in; wonder boven wonder is er niks kwijt of kapot. Een douane-agent gebiedt me te stoppen. ‘Voor hoeveel aan souvenirs heb je meegenomen?’ In typisch autistische ‘ik zie het niet, dus is er niks’ geef ik eerlijk antwoord. ‘Tsja, meneer, als u boven de grens van 430 euro zit, moet u dat melden.’ Ja, dit is dus een regel die ik met plezier altijd zal breken.

Vierhonderddertig is helemaal niks. En als de douane-ambtenaar ziet dat elke koffer tot de nok toe vol zit met dingetjes die hij apart moet checken, geeft hij het gauw op. De douane-agent noemt mijn carry-on de ‘Snorlax-koffer’, hij herkent de afbeelding.

Gezeur

Ik wil zo snel mogelijk weer terug, maar ja, geld. Dan ga ik van noord naar zuid heel Japan bezoeken. Hier in Nederland vind ik het niks, met dat eeuwige gezeur op werk en op de universiteit en in de winkels. En dit nog minstens veertig jaar?

It’s funny. Don’t ever tell anybody anything. If you do, you start missing everybody.

Afscheid Japan 1
Afscheid Japan 2
Afscheid Japan 3
Afscheid Japan 4
Afscheid Japan 5

Tom Breedveld is bijna klaar met zijn tweede korte film en hoopt er fondsen voor een speelfilm mee op te kunnen halen. Hij heeft bijna zijn creditcardschuld uit Japan afbetaald.

Nieuwsbrief