Witte vrouw
Gin Mooy

Illustratie: Gerda Wegener
Ik ben ‘de witte vrouw’ in Sierra Leone. In ruim drie jaar in dit west-Afrikaanse land is daar nog steeds niets aan veranderd. Het snerpende ‘white woman’ wordt me nog steeds dagelijks nageroepen. In het begin had ik er een hekel aan ‘de witte vrouw’ te zijn, omdat ik bruin ben en ik me niet voor kon stellen dat het hele land aan kleurenblindheid lijdt. Maar alles wat niet pikzwart is, is in Sierra Leone wit, dus daar kan ik me al heel lang niet meer druk over maken.
Wat erger is, is dat men denkt dat alles wat niet pikzwart is, geld bij bosjes heeft. Wat zeg ik, bij koffers. Want geloof maar dat men denkt dat de vier koffers die ik rijk ben, afgeladen vol zitten met harde euro’s. En dat mijn koffers bovendien nog een magische bodem hebben, waardoor ze nooit leeg raken. Alles wat niet pikzwart is, is in Sierra Leone rijk, en dat is echt vreselijk vermoeiend. Zeker als je al je dubbeltjes drie keer moet omdraaien, al veel te veel mensen sponsort en het gewoon nooit genoeg is. En dat laatste begint me mijn keel uit te hangen. Wat ik ook doe, het is nooit goed genoeg.
Wie me ook een bezoekje brengt, vaak zelfs onuitgenodigd en tegen wil en dank, verwacht dat ik mijn poeplap trek en er een fortuin uit vandaan tover. Voor de transportkosten natuurlijk, geld voor eten, misschien wat voor een doktersbezoekje, schoolgeld voor kinderen, broertjes, zusjes, neefjes en nichtjes, geld voor schoenen, geld om uit te gaan, geld om in de kerk te kunnen doneren en ga zo maar door.
‘De witte vrouw’ moet hoe dan ook uitgekleed worden. Letterlijk, zo bleek vandaag. Want één van de familieleden van mijn lieve echtgenoot had zich bedacht dat ik wel wat van mijn kleren kon weggeven aan zijn vrouw. Tuurlijk! Uit mijn koffer met magische bodem zullen wel genoeg kleren getoverd kunnen worden zodat ik zelf niet naakt over straat hoef.
Ikzelf ben intussen redelijk immuun geworden voor dergelijke verzoeken. Ik gooi er een grap overheen, een strenge blik en hou mijn poot stijf. Ik heb nu wel genoeg weggegeven. Manlief kan er echter geen weerstand tegen bieden. Dus ging een hooggewaardeerd familielid er vandoor met een deel van de garderobe van mijn echtgenoot. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was. En toen kwam de ruzie. Omdat ik er iets negatiefs over had te melden. Dat zijn mijn zaken namelijk helemaal niet. Als manlief iets weg wil geven, doet hij dat. Het zijn immers zijn kleren.
Wat hij voor het gemak vergeet, is dat ik zijn kleren betaal. En dat hij ze al jaren steeds weggeeft, waardoor hij zelf niet genoeg heeft en dan met ontevreden kop bijvoorbeeld mijn verjaardag durft te vergallen: ‘Ik wil nergens heen hoor, ik heb niets om aan te trekken. Je moet spijkerbroeken voor me kopen, en heel veel t-shirts, sportschoenen. En nette schoenen.’ En dat het daarom mijn zaken dus gewoon wel zijn.
Maar ach, ‘de witte vrouw’ ritselt het allemaal wel bij elkaar. En daarom kan je ook gewoon echt het aller- aller- allerlaatste geld van de witte vrouw aan je familieleden weggeven. Omdat ‘ze’ toch wel weer nieuw geld ritselt. Wat ik ook altijd voor elkaar krijg. Mijn fout, want voor de 388 miljoen bochten waarin ik me daarvoor moet wringen, heeft niemand oog. Het is gewoon weer een teken van onbeperkte rijkdom.
En wat ik ook probeer, ik krijg gewoon niet uitgelegd dat de wereld een heel klein beetje anders in elkaar zit. Oost Indisch doof noemen we dat in Amsterdam. En daar heb ik een heel ietsie pietsie klein beetje genoeg van. Ik wil namelijk helemaal niet mijn handdoeken, zeep, eten en kleren weggeven aan inhalige familieleden die door eigen toedoen arm zijn. Als ik net als hen niet in scholing had geïnvesteerd en ook maar gewoon een beetje was gaan lummelen, was mijn eigen situatie niet veel rooskleuriger geweest dan dat van hen.
Maar dat maakt in Afrika niet uit. Al maak je zelf nog zo’n puinhoop van je leven, als je familieleden hebt die het een heel klein beetje beter doen dan jij, klop je gewoon bij hen aan. Zo werkt dat nou eenmaal. Wie weigert, is de zwarte piet. Of een hele, hele, hele onaardige en krenterige witte vrouw. So be it.
Kersverse moeder Gin Mooy doet promotie-onderzoek naar ex-kindsoldaten in Sierra Leone. Ze zette het hulpproject Mind to Change op en schreef een boek. Voor een nieuwe voorlichtingscampagne zoekt ze de hulp van onder meer kunstenaars. Meer Gin op haar weblog.





RSS