Frontaal
Naakt
27 juli 2009

Zelfbevrediging

Hassnae Bouazza


Illustratie: Annie Cassez

Na de aanslagen van 11 september 2001 was op de Nederlandse televisie te zien hoe moslims en Arabieren juichten bij het neerstorten van de Twin Towers. Volgens menig commentator gaf dat aan hoe diep de haat was van de moslims voor de vrije, westerse democratieën. Een bibberende Yasser Arafat die demonstratief bloed afstond voor de slachtoffers, veranderde niks aan dat beeld.

Op de Arabische televisie was iets heel anders te zien: aangeslagen nieuwspresentatoren versloegen de gebeurtenissen en later op de avond waren er op verschillende zenders gesprekken en discussies te zien tussen welbespraakte, erudiete intellectuelen die de gebeurtenissen analyseerden, in een context plaatsten en ze van intelligent commentaar voorzagen. Geen gejuich, geen versleten ‘allahou akbar’ viel er uit hun monden op te tekenen. Ik vroeg me af waarom deze beelden niet de westerse televisie haalden.

Toen de kans zich voordeed, wist ik meteen wat ik wilde: een column over de Arabische televisie, want als je weet waar mensen naar kijken, als je weet wat populair is en als je een kijkje krijgt in hoe mensen leven, haal je hun anonimiteit weg. Als de anonimiteit verdwijnt, zie je gezichten, namen en ervaringen. Je ziet de ander als een mens en niet als een enge, schreeuwerige baard die graag vlaggen in brand steekt en jou dood wil hebben, want dat was het beeld dat overheerste.

De laatste maanden overheerst een ander beeld uit een land dat het rechtse publiek graag gebombardeerd had zien worden. Na de verkiezingen in Iran gingen vele Iraniërs de straat op uit onvrede met de verkiezingsuitslag en hunkerend naar verandering. De opstand werd al snel gekaapt door rechts, of liever dom-rechts. Mensen die op Internet in ellenlange epistels opriepen om de islamitische wereld te bombarderen, een oorlog tegen de islam te beginnen of een andere variant op de sleets geworden holle-oorlogsretoriek uitkraamden, bleken ‘geraakt’ door het volksprotest. Ze klommen in de pen, riepen op tot steun aan het Iraanse volk en betichtten zogenaamde linkse sites en journalisten ervan de Iraniërs in de steek te laten.

Mij werd door met name één van die Internet-spoken gevraagd waar ik toch bleef met mijn steun aan de Iraniërs en waarom ik me niet uitsprak. Nogal vreemd, want mijn columns worden door hem en zijn geestverwanten op z’n zachtst gezegd weggewuifd. In de ruim twee jaar dat ik nu columns schrijf, hebben islamjagers en racisten mij ervan beticht mooi weer te spelen, te liegen, het kalifaat te willen stichten (in mijn Lacroix-bikini zeker). Ik ben voor hen een islamapologete, want mijn beweringen dat de mensen aldaar ook in vrijheid willen leven en meer bezig zijn met hun dagelijkse beslommeringen dan met politiek of haat voor het westen, dat zijn leugens.

Maar ziedaar, bij de eerste gelegenheid die zich voordeed, grepen de Iraniërs de kans en schreeuwden om verandering. Het Iraanse protest was dus helemaal niet zo verrassend. Je kon erop wachten. Maar voor mensen die in zelfgecreëerde mythes geloven en die het vijandbeeld van de islamitische wereld graag in stand houden, was het protest iets wonderbaarlijks. Er bleken daar in Iran dus toch gewone mensen te leven die de onderdrukking zat zijn.

Hoe aanmatigend is het dan om de les te worden gelezen door mensen die moslims de nieuwe nazi’s noemen en iedere nuance in het debat wegdoen als apologie. Hoe hypocriet is het om eerst te staan trappelen om Iran te bombarderen en nu dan te treuren om de slachtoffers die het Iraanse regime maakt? Hoe weerzinwekkend is het om de God aanroepende demonstranten weg te zetten als niet-moslims omdat echte moslims natuurlijk nooit zouden demonstreren?

Twee jaar geleden drukte het Libanese volk veranderingen door. Dit jaar heeft het Iraanse volk zich geroerd. Andere landen in de regio zullen ook volgen. In Egypte broeit het al lang. De Kefayah-beweging (Kefayah betekent ‘genoeg’) probeert een einde te maken aan de dictatuur van Moubarak. Al die mensen en bewegingen verdienen onze steun. Eigenlijk hoeft dat niet uitgesproken te worden. Het is niet meer dan vanzelfsprekend dat mensen die zich willen bevrijden, onze steun verdienen en krijgen. Dat er nu mensen zijn die zichzelf op de borst kloppen en te koop lopen met hun ‘steun aan het Iraanse volk’ is obsceen en riekt naar publieke zelfbevrediging.

Hassnae Bouazza (حسناء بوعزة) schrijft voor Vrij Nederland, De Volkskrant, NRC Handelsblad en de Arabische site van de Wereldomroep. Dat ze nog tijd heeft om in het geheim voorbereidingen te treffen voor de vestiging van het kalifaat in Nederland, mag een wonder heten. Eerder gepubliceerd in ZemZem.