Frontaal
Naakt
27 april 2013

Frontaal Naakt leeft!

Peter Breedveld

SAMSUNG

De afgelopen maanden heb ik een inktzwarte nachtmerrie geleefd, waaruit ik maar niet wakker leek te kunnen worden. Wat ik aanvankelijk weglachte als extreem ridicule, totaal ongefundeerde aantijgingen, bleek al gauw een zwart gat dat alles van waarde opslokte. Mijn ongeloof groeide, ging over in verbijstering, waarna de waanzin aan me begon te vreten.

Uiteindelijk was er niets dan die waanzin, een alomtegenwoordige gekte. Geestelijke AIDS, waarbij de ene functie na de andere uitviel, totdat er niks meer van mijn weerstand over was. Ik ging complottheorieën verzinnen, of beter gezegd: die vormden zich spontaan in mijn hoofd. Ik zag mezelf geconfronteerd met een verpletterende overmacht. Ik begon te geloven dat ik inderdaad een slecht mens was. Het stond zelfs in Trouw!

Doodgaan in mijn slaap

Huilend als een kind heb ik mensen gebeld. Gejankt dat ik niet begreep waar ik dit aan verdiende, dat ik niet meer kon, dat ik waardeloos was, dat ik iedereen alleen maar tot last was. Ik wilde dood. Ik wilde echt dood. Elke morgen, waarop ik ontwaakte, greep de waanzin me weer bij de strot. Baalde ik dat ik niet was doodgegaan in mijn slaap.

Ik wilde ophouden met bestaan. Ik heb zelfs zelfmoord overwogen. Ik besloot mijn computer niet meer aan te zetten. Ik durfde geen kranten meer in te kijken, de televisie niet aan te zetten. Ik achtte het serieus mogelijk dat het in Nieuwsuur over mijn perfide persoontje zou gaan. Op een morgen werd ik wakker en durfde ik mijn slaapkamer niet uit, ervan overtuigd dat de demonen, die me vanuit verschillende media belaagden, in mijn woonkamer op me zaten te wachten. Ik heb een hele dag in mijn slaapkamer gezeten.

Ik moest dingen regelen, rekeningen betalen, en dus het Internet op. In mijn mailbox zaten berichten van goedbedoelende mensen die me op de hoogte wilden houden van wat er zoal over me gezegd werd in blogs en op Twitter. Het ontnam me de adem. Het was nog erger dan ik had gedacht!

Groene slang

Hassnae drong erop aan dat ik het land verliet. Eerst ben ik naar Londen gegaan, waar ik, op de metro wachtend, inschatte hoelang het zou duren voordat ik, geraakt door de metro, zou worden omarmd door het zalige niets. Verlost van al mijn zorgen, de pijn, het gedoe. De agressieve vijandigheid. Eindelijk rust.

Daarna vertrok ik naar Tokyo. De eerste nachten daar waren afschuwelijk, mede vanwege de jetlag. Als een zombie liep ik overdag op straat. Ik bezocht tempels, liep over begraafplaatsen. Op één van de grafstenen zag ik een grote groene slang, die zich koesterde in de warme lentezon. Ik was zo gefascineerd door die slang dat ik voor het eerst in tijden niet aan mijn demonen dacht. Toen ik me dat later realiseerde, voelde ik de tranen over mijn wangen rollen.

In een park stond een jongen met een paarse hanenkam acrobatische goochelcapriolen uit te halen. Hij babbelde erbij in een tempo waarin ik nog nooit iemand heb horen praten. Staand op een plankje op een bal gooide hij kegels naar iemand uit het publiek, die ze netjes opving. “Heel goed”, zei de acrobaat. “Nu gaan we het iets moeilijker maken”. En hij haalde drie enorme messen tevoorschijn.

Intens gelukkig

Ik stond daar onbedaarlijk te lachen tussen al die andere mensen, en weer moest ik huilen. Toen ik verder liep, naderde een groep schoolmeisjes. “Hello“, riep de brutaalste naar me. Ik riep “hello” terug. De hilarische verbazing van de meisjes was aandoenlijk. Ik voelde me intens gelukkig.

Ik deed dingen die ik nooit had gedacht te zullen doen: aansluiten in de rij voor een sushi- of ramenbar. Soms wel anderhalf uur gewacht tot ik naar binnen mocht. Fijn, met alle andere Japanners geduldig op je beurt wachten. Als ik mijn bestelling deed, had ik meteen ieders aandacht. “Waar heb je Japans leren spreken?” “Waar kom je vandaan?” “Woon je in Tokyo?” “Jullie hebben een geweldig honkbalteam!” “Vind je het niet koud met alleen een T-shirt aan?” “Wat ben je handig met eetstokjes!”

Ik begon het heel erg naar mijn zin te krijgen. Ging nu altijd aan de counter zitten in een restaurant of eethuis. Ik durfde ook bars binnen te gaan om iets te drinken. Meteen nadat ik mijn mond opendeed, begonnen de geanimeerde gesprekken met de barman en de andere gasten. Als ik wegging, zwaaide iedereen me uit. Het was geweldig. Op een dag verloor ik mijn paspoort en ik genoot van de gesprekken met de politiemannen en de metrostationschefs. Dat paspoort was netjes afgeleverd bij het laatste station, waar ik naartoe ging om ernaar te vragen.

Normaal mens

Ik ging in de metro zitten, alleen maar om tussen de mensen te zijn. Ik zat de hele rit uit, en daarna ging ik weer terug. In musea kletste ik met de dames achter de loketten. Niet dat ik vloeiend Japans spreek – ik verstond vaak geen klap van wat ze zeiden en zij niet van wat ik allemaal brabbelde -, maar het kon me gewoon niks meer schelen. Ze praatten terug en dat was geweldig. Ze deden net of ik een normaal mens was.

’s Avonds in bed realiseerde ik me dat ik ook een normaal mens bén. Ik begreep opeens niet meer waar ik me zo druk om had gemaakt. Onbewust had ik de waanzin van me afgeworpen als een oude huid, ergens in het Ueno-park, of in Yanaka, waar een vrouw me tegemoet fietste en naar me lachte. Ik dacht: ik heb niks gedaan. Ik heb hele-maal niks verkeerds gedaan. Precies wat mijn vrienden me al die tijd al hadden gezegd.

En nu voel ik me dus een soort van, nou ja, herboren.

Absoluut gewetenloos

Terug in Nederland. Grote schoonmaak gehouden. Trouw opgezegd. Ik krijg een steen in mijn maag als ik die krant alleen maar zíe. Bovendien, een periodiek die GeenStijl uitroept tot erfgenaam van Spinoza en Hassnae en mij onder de ‘duistere krachten van het Internet’ schaart, daar heb ik sowieso niets mee.

Wij zijn de good guys. Namelijk.

Zoals u ziet, heb ik Frontaal Naakt weer tot leven geroepen. De site was kapotgemaakt, ík was kapotgemaakt, door mensen die andersdenkenden liever besmeuren en belasteren, net zolang doorgaan tot ze zijn vermalen, dan met ze in discussie te gaan. Zo ‘rolt’ wat ik vroeger ‘domrechts’ noemde, maar waar niks doms aan is. Dit is een kwaadaardige kracht, sluw en berekenend en absoluut gewetenloos. Het overkomt niet alleen mij. In de afgelopen tijd zag ik Jeroen Mirck, Chris Klomp, Martijn de Koning en verschillende anderen het slachtoffer worden.

Enorme troost

Ik ben heel erg erkentelijk voor de morele steun die ik heb gekregen van heel veel mensen. Het verrassendst was die van Arjen van Veelen in NRC Handelsblad en van Annelies van der Veer van Hoeiboei. Over die laatste kan ik dus nooit meer iets lelijks schrijven.

Heel veel mensen hebben heel veel betekend, waarschijnlijk zonder het te beseffen. Ik kan niet iedereen noemen maar ik wil Marion Bloem en haar man Ivan Wolffers niet onvermeld laten. Zij zijn een enorme troost geweest. En Michael Schaap. Robert Vuijsje. Remco Breuker, René Süss en Mohammed Chahim kwamen me cadeautjes brengen. Suzette, die me in Londen heeft opgevangen. Fatima Elatik. Sunny Bergman. “Jij hebt me helemaal afgebrand!” zei ze tegen me en toen bood ze me een bitterbal aan. Francisco van Jole, die me dingen vertelde waar ik geen weet van had, en waardoor ik mijn eigen positie een beetje beter in perspectief kon zien.

Echt, je kunt beter ruziemaken met progressieve mensen dan met wat er tegenwoordig doorgaat voor rechts of liberaal-conservatief of hoe het schaapsvacht dan ook heet, waarmee de wolven zich tooien.

O, en de hele bevolking van Tokyo, want ik ken geen aardiger mensen. Arigatoo gozaimasu! Osewa ni narimasita, hontoo ni tasukarimasita.

Maar natuurlijk vooral Hassnae, die nog veel meer vitriool over zich heen krijgt dan ik, en daarbij ook nog met een hopeloos geval als ik zat opgescheept. Wat een heldin.

Zelf ook scherp

Ik ben heel boos geworden om mensen die stelden dat ik zelf ook geen lieverdje ben. “Peter is zelf ook heel scherp”, zei Ahmed Marcouch tegen Hassnae. En hij was de enige niet. Het deed me denken aan de nasleep van de moord op Theo van Gogh. “Verschrikkelijk”, vond iedereen, “maar Van Gogh ging ook wel heel erg ver.” Precies de reden dat ik acht jaar geleden met Frontaal Naakt begon.

In Nederland wordt het door veel mensen normaal gevonden dat je wordt kapotgebulldozerd als je scherpe columns schrijft. Dan mag je worden belasterd en beschuldigd. Dan is het oké om je werkgever en opdrachtgevers te belagen met de idiootste aantijgingen, met de klaarblijkelijke bedoeling je ontslagen te krijgen, je brodeloos te maken. Want daar vraag je dan zelf om.

Tenminste, als je tegen de stroom inzwemt. Wat ik allemaal ter rechterzijde van het columnistendom voorbij zie komen, daarbij vergeleken ben ik een ingetogen koorknaapje. Oproepen om Polen dood te schieten, dreigen met geweld tegen moslims als Wilders wordt veroordeeld, moslims een ziekte noemen, genieten van dode Palestijnen – nee, niet door marginale bloggers, maar door gevestigde columnisten en verstokte talkshowgasten.

Alleen maar schelden

Pas als ík iemand een domoor noem of, vooruit, een ‘pusbuil’, dan is dat een probleem. Dan kan ik alleen maar schelden. Terwijl ík de inhoudelijke argumenten inbreng, de feiten. Zíj hebben nooit feiten. Om te onderbouwen dat allochtonen niet deugen, dat de islam een ziekte is, dat hij een antisemiet is en zij een terrorist, wordt er steevast gekersenplukt in de feiten, moeten er altijd citaten worden verhaspeld, is de juiste context alleen maar vervelend.

Het zij zo. Ik zal nooit meer iemand een domoor noemen, en zo mijn vijanden de gelegenheid geven daar een absurdistisch circusnummer van te maken. Ik heb even overwogen om meteen ook maar een embargo op metaforen en andere stijlfiguren te heffen. Geen sarcasme meer, of ironie, want dat wordt expres verkeerd begrepen. Maar dat zou absurd zijn. Dan zou ik een soort oer-Nederlands moeten gaan schrijven, zoals ze dat in de Steentijd spraken.

Wat ik ook niet meer doe, is in de reactieruimte met mensen in discussie gaan. Daarnaast moet ik strenger zijn met modereren. Het is met pijn in het hart dat ik Dewanand zal moeten verbannen. Sorry, Dewanand, maar je surrealistische, poëtische gekte is voor bepaalde mensen alleen maar een stok om mij mee te slaan. Het ga je goed.

Er mag helemaal niet meer gescholden worden in de reactieruimte. Sorry jongens, dit is niet uit fatsoensrakkerij mijnerzijds. Maar Bert Brussen en Jan Bennink kunnen niet tegen dat gescheld.

Dubbele looping

Wat ik al heel lang niet meer deed, is reageren op andermans site. Alles wat ik te zeggen heb, staat voortaan alleen nog maar op deze site, op Frontaal Naakt. Daar moet het ook blijven, in de juiste context. Soms staat er niet wat er staat, of wat er lijkt te staan. Ik ben op de eerste plaats een schrijver. Taal is belangrijk voor me, en de belangrijkste drijfveer om door te gaan. Mijn stukjes zijn cakewalks, of achtbaanritjes. U kunt niet halverwege instappen, alleen maar de dubbele looping nemen, of die juist overslaan omdat u er misselijk van wordt.

Nee, u moet de hele rit uitzitten en ik bepaal de snelheid, het ritme, en wanneer het afgelopen is. En als u niet tegen dubbele loopings kunt, dan is Frontaal Naakt gewoon niet voor u.

SAMSUNG

Steun Frontaal Naakt, het enige echte dissidente geluid in Nederland! Stort op rekeningnummer NL59 RABO 0393 4449 61 (N.P. Breedveld, Rabobank Rijswijk), SWIFT BIC RABONL2U o.v.v. ‘Frontaal Naakt’.

Peter Breedveld