Geert McCarthy
De Levende Dodo

Illustratie uit Die Schönheit
Je kunt Geert Wilders met Adolf Hitler vergelijken, maar je kunt het ook niet doen. Het is namelijk niet zo’n goede vergelijking, al is het alleen maar omdat Wilders geen genocidepleger is, en dat – zo zie ik in mijn glazen bol – ook nooit zal worden. Nee, een veel betere vergelijking heeft Wilders ooit zelf gemaakt, namelijk met Joseph McCarthy, de oude communistenvreter.
Het is natuurlijk alleszins redelijk om het communisme of het islamisme te bestrijden, want het zijn beide geen prettige politieke ideologieën. Maar beide heren verliezen daarbij volledig hun werkelijkheidszin. Waar voor McCarthy iedereen met een beetje linkse sympathieën waarschijnlijk een cryptocommunist was, zo is voor Wilders iedere moslim vermoedelijk een pleger van taqiyya.
De agressie van McCarthy richtte zich vooral tegen de Democraten. Die waren toen twee decennia onafgebroken aan de macht, wat volgens McCarthy “twenty years of treason” waren. Hij meende dat er een monsterverbond bestond tussen de Democratische regering en het internationale communisme. Ook Wilders en zijn ‘ideoloog’ Martin Bosma zijn in dit soort complotdenken gespecialiseerd. Volgens hen heeft de Partij van de Arbeid de afgelopen vier decennia voor eigen gewin de ‘massa-immigratie’ in gang gezet, en bestaat er een ‘demonische convergentie’ tussen socialisten en moslims.
Net als McCarthy deed, maakt Wilders een verschil tussen de partij en de achterban daarvan. Die achterban, dat zijn “good, loyal Americans” oftewel brave hardwerkende burgers, die door hun partij zijn verraden vanwege de geheime agenda van die partij. De ‘PvdArabieren’ heeft de Nederlanders aan de islam uitgeleverd, zoals volgens McCarthy de ‘Commiecrats’ het Amerikaanse volk aan het communisme hadden uitgeleverd.
McCarthy nam het niet zo nauw met de feiten. Een lijst van werknemers van het State Department waarnaar de veiligheidsdienst had verzuimd goed onderzoek te doen, werd bij McCarthy een lijst van “known communists”. Zoals bij Wilders een lijst vage intenties in het regeerakkoord “maatregelen” worden die “tot maar liefst vijftig procent minder instroom” van niet-westerse allochtonen kunnen leiden, terwijl uit de formatiestukken blijkt dat dit maximaal vijftien procent is.
Zo kan ik nog wel even doorgaan, dus dat doe ik ook.
De tragiek van beide politici is natuurlijk dat ze verworden tot datgene wat ze in naam zeggen te bestrijden: een gevaar voor de vrije samenleving. Van de vrijheid van drukpers tot het gelijkheidsbeginsel, en van de vrijheid van meningsuiting en godsdienst tot de onafhankelijke rechtspraak – McCarthy lapte het aan zijn laars en Wilders veegt er zijn derrière mee af.
Een speciale rol spelen ‘de media’. McCarthy wist handig elke kritiek op hem af te doen met de constatering dat de liberal media nu eenmaal broeinesten van communisten waren – dat bleek alleen al uit het feit dat ze hem bekritiseerden. Op dezelfde wijze wuift Wilders elke kritiek van de ‘linkse media’ van de hand. Maar aan de andere kant wist McCarthy en weet Wilders de media als geen ander te bespelen. McCarthy wist zich jarenlang van vette koppen te verzekeren, en Wilders hoeft maar een tweet te laten of het haalt het nieuws.
Ook wat betreft de manier van politiek bedrijven is Wilders een goede leerling van McCarthy. Hij heeft groot demagogisch talent, kiest standaard voor de aanval en hanteert nogal onconventioneel taalgebruik. McCarthy had het over “egg-sucking phony liberals” (subsidieslurpende linksmensen) wier “pitiful squealing would hold sacrosanct those Communists and queers” (moslimknuffelaars doen huilie huilie). Minister van Buitenlandse Zaken George Marshall was een “pitifull thing” (knettergek) die niet geschikt was voor zijn ambt. McCarthy wilde de regering van “communists, dupes and fellow-travellers” (multicultikabinet) zo snel mogelijk zien weg te krijgen, want “the survival of the western non-atheistic civilization hangs in the balance” (de joods-christelijke cultuur staat aan de afgrond).
McCarthy kwam ten val doordat hij zichzelf met steeds waanzinnigere uitspraken en beschuldigingen moest blijven overtreffen. Hetzelfde zie je bij Wilders. Streed hij eerst alleen tegen ‘de uitwassen van de islam’, toen werd het ‘de islam’ als geheel maar had hij niets tegen moslims, vervolgens werden moslims toch wel allemaal potentiële plegers van taqiyya, enzovoort. Op gegeven moment zal hij zich niet meer kunnen overtreffen zonder dat het zelfs voor die anderhalf miljoen kiezers te ridicuul wordt.
Maar McCarthy kwam óók ten val doordat politici en journalisten eindelijk eens onomwonden durfden te benoemen wat hij was: een demagogische leugenaar en een gevaar voor de rechtstaat. Net als Wilders.
De Levende Dodo is een alcoholicus uit de Transvaalbuurt met allerlei meninkjes, zoals ook is te lezen op zijn weblog.





RSS