Strafbaar
Prediker

Vriend en vijand lijken het er over eens te zijn dat het proces tegen Geert Wilders geen goede zaak is. “Ik ben geen vriend van Wilders, maar ik ben tegen dit proces”, sprak Midden-Oostendeskundige Bertus Hendriks vorige week vrijdag in Nieuwsuur. Hendriks is de man achter het inmiddels beruchte etentje waar PVV-arabist Hans Jansen oog in oog kwam met Tom Schalken, een van de rechters die tot de vervolging van Wilders had gelast. Volgens Hendriks was vanwege dat arrest eerder zelfs de hele eetclub van progressieve notabelen over Schalken heen gevallen.
Ze zijn de enigen niet.
Zo meent het Openbaar Ministerie dat je best hele bevolkingsgroepen mag beledigen en wegzetten, zolang je dat maar doet omdat hun religie je niet aanstaat; VVD & PVV zouden parlementariërs het liefst meteen helemaal onschendbaar maken wat betreft groepsbelediging; en ook in de samenleving klinkt wijd en zijd dat de juridische vervolging van Wilders de plank misslaat.
“Als deze rechtszaak één ding duidelijk heeft gemaakt dan is het wel dat rechtszaken het verkeerde middel zijn om uit te maken wie er in een debat gelijk heeft.” schrijft Daniël Teeboom, ict-er en koketteerjood, in de Volkskrant. Dezelfde sentimenten verwoordde rechtsfilosoof Theo Rosier eerder in Nieuwsuur. Beroepsstouterik Bert Brussen vergelijkt de zaak Wilders al met het ezelproces tegen Gerard Reve.
Zelfs de algemeen adviseur van vakcentrale FNV, toch een links bolwerk, raadt aan om de stekker maar uit het hele proces te trekken, omdat het Wilders alleen maar een podium verschaft en moslims op het schandblok zet.
Laatste toevlucht
Dit nu is een kapitale misvatting. Wilders dient namelijk voor de rechter gebracht te worden, juist omdat journalisten, opiniemakers en politici er maar niet in slagen bloot te leggen dat Wilders niet alleen sprookjes voor waarheden verkoopt, maar daarbij ook nog eens zwaar over de schreef gaat, door onder het mom van ‘islamkritiek’ moslims keer op keer collectief verdacht te maken.
Ook tijdens deze Algemene Beschouwingen lieten politici weer eens allerlei krasse beweringen van Geert Wilders over de islam onweersproken, doordat ze hun feiten niet paraat hadden. Zo viel Femke Halsema Wilders aan omdat hij moslims geregeld beschuldigt van taqiyya, om hem vervolgens weg te laten komen met twee klinkklare leugens:
“Op het moment dat een moslim taqiyya pleegt – dat is inderdaad soms ook een gebod in de islam. Dat betekent (..) inderdaad dat je redenen kan hebben om niet de waarheid te vertellen. (..) [B]ijvoorbeeld een moslim die vindt dat homoseksualiteit niet deugt; die zegt dat niet op die vraag omdat ‘ie bang is dat hij of vervolgd wordt, of dat het maatschappelijk onacceptabel is, terwijl ‘ie het misschien wel vindt. Nou dat – een beetje gesimplificeerd – is taqiyya.
(…) en vraagt u aan de eerste de beste islamkenner of arabist of wat-dan-ook; ook als die niet van mijn partij is, ook als die het totaal met mij oneens is, wat taqiyya is en hij legt u dát uit.”
Als Femke Halsema en medecriticus Alexander Pechtold in de materie hadden gezeten, hadden ze kunnen tegenwerpen dat Brill’s Encyclopaedia of Islam het begrip heel anders uitlegt, dat wetenschappers die het islamisme bestuderen er niet of nauwelijks melding van maken (blijkbaar speelt het geen rol), en dat zelfs de no.2 van Al Qaeda taqiyya uitlegt als de verschoning om te liegen onder foltering of bedreiging met de dood. In plaats daarvan draaiden ze hun gebruikelijke riedel van verhevigde morele verontwaardiging af.
Die verontwaardiging is terecht, maar het is bij lange na niet afdoende. Wilders kán bestreden en in zijn hemd gezet worden met feiten en argumenten, en het zou ook de voorkeur verdienen dat deze ontmaskering plaats zou vinden in de arena van het publieke debat. Maar nu opiniemakers en politici het keer op keer hebben laten afweten, rest er voor degenen die aan het ontvangende eind zitten van Wilders’ verdachtmakingen nog slechts één toevluchtsoord: de Nederlandse wet, en nog slechts één instantie die af kan dwingen dat Wilders zich daaraan houdt: de Nederlandse rechter.
Want Wilders treedt die Nederlandse wetgeving met voeten. Volgens de Nederlandse wet mag je mensen namelijk helemaal niet beledigen of discrimineren vanwege hun etnische afkomst of religieuze affiliatie; en mag je evenmin aanzetten tot haat jegens groepen vanwege hun etniciteit of godsdienst. Sterker nog, wie daarvan zijn beroep of gewoonte maakt, wordt zelfs extra zwaar bestraft.
Wilders doet dit echter nadrukkelijk wel en veelvuldig, door moslims (en niet-Westerse allochtonen in het algemeen) keer op keer weg te zetten als deelgenoten van een achterlijke cultuur; hen af te schilderen als het paard van Troje, als kolonisten die hier gekomen zijn om te parasiteren op onze uitkeringen en via criminaliteit en straatterreur hele wijken over te nemen, als een sinistere voorhoede van een vreemde mogendheid die op termijn de tirannie van de sjaria in zal voeren; om op grond van deze voorstelling van zaken vervolgens verregaande voorstellen tot discriminatie te doen.
Uitlatingen…
De antiracismebeweging Nederland Bekent Kleur en de website Artikel 1 verzamelden een reeks kenmerkende uitspraken van Geert Wilders, waarvan een aantal bijzonder illustratief zijn voor de minachting en afkeer die Wilders jegens moslims van allochtone afkomst uitdraagt, en de discriminatie die hem voor ogen staat:
“Ik ben voor sluiting van de grenzen voor gezinshereniging en familiehereniging van niet-westerse, islamitische allochtonen. Negenennegentig procent van die mensen voegt niets toe. Daar hebben we alleen maar ellende van.”
– Zakenblad ‘Zoete’, juni/juli 2006
Eén op de vijf Marokkaanse jongeren staat als verdachte bij de politie geregistreerd. Hun gedrag vloeit voort uit hun religie en cultuur. Je kunt dat niet los van elkaar zien. (…) Islam betekent onderwerping en bekering van niet-moslims. Die interpretatie geldt in de huiskamers van die probleemjongeren, in de moskeeën. Het zit in die gemeenschap zelf.”
– Volkskrant, ‘De Paus heeft volkomen gelijk‘, 7 oktober 2006
“De demografische samenstelling van de bevolking is het grootste probleem van Nederland. Ik heb het over wat er naar Nederland komt en wat zich hier voortplant. Als je naar de cijfers kijkt en de ontwikkeling daarin… Moslims zullen van de grote steden naar het platteland trekken. We moeten de tsunami van de islamisering stoppen.”
– Volkskrant, ‘De Paus heeft volkomen gelijk‘, 7 oktober 2006
“De moslimpopulatie verdubbelt elke generatie – 25 jaar – en het aantal islamieten in ieder Europees land neemt meer dan zorgwekkende vormen aan. (…) Er is genoeg islam in Europa en Nederland. De PVV zal zich met man en macht verzetten tegen deze derde islamitische invasiepoging.”
– GeenStijl, ‘Mohammed (Deel II)‘, 6 februari 2007
“Met de komst van de aanstaande staatssecretarissen Aboutaleb en Albayrak (beiden PvdA) heeft de tsunami van islamisering ook het kabinet bereikt.”
– GeenStijl, ‘Dubbele Nationaliteit‘, 20 februari 2007
“Maar ik wil niet dat er meer moslims in Nederland komen, ik wil liever dat het er minder worden. Dus wil ik de grenzen voor migranten uit moslimlanden dichtgooien. Bovendien wil ik moslims aanmoedigen om Nederland vrijwillig te verlaten. De demografische ontwikkeling moet zo worden, dat de kans klein is dat er weer twee in het kabinet komen.
– NRC Handelsblad, ‘Het Koninkrijk van Allah zal er nooit komen‘, 24 februari 2007
“Ik heb het nooit over individuen. Ik heb het altijd over de islam, over islamisering, nooit over moslims. (…) ik heb het nooit over Achmed of Ali, ik spreek altijd over moslims als groep. Ik val nooit individuen aan.”
– NRC Handelsblad, ‘Abjecte brief van een gevaarlijke man‘, 3 december 2007
Veel fundamentele problemen in Nederland, zoals infrastructuur, files, huisvestingsproblemen en de verzorgingsstaat, kun je rechtstreeks toeschrijven aan migranten.”
– Interview met Duits persbureau DPA, 3 januari 2008
De elite noemt deze Marokkanen, die hier de boel verzieken, heel romantisch ‘nieuwe Nederlanders’. Ik noem ze liever ‘kolonisten’. Moslim-kolonisten. Want ze zijn niet gekomen om te integreren, maar om de boel hier over te nemen, om ons te onderwerpen.”
– PVV Website, Algemene Politieke Beschouwingen 2008, 17 september 2008
“Was uw uitspraak op 14 juni in Denemarken over het uitzetten van tientallen miljoenen moslims uit Europa een slip of the tongue?
‘Nee.’ (…) ‘De islam is voor 90 procent een totalitaire ideologie en maar voor 10 procent een religie. Dus als je zulke contracten invoert, in heel Europa, want ik heb nooit gesproken over alleen de EU, zullen miljoenen moslims niet tekenen. Dan kunnen ze vertrekken.’ ”
– Volkskrant, ‘Ik heb de feiten en de kiezers aan mijn kant‘, 4 juli 2009
De ideologische critici van Wilders’ proces, waaronder het Openbaar Ministerie zelf, stellen dat Wilders slechts godsdienst- en ideologiekritiek pleegt, en daarom niets onrechtmatigs doet. Bovenstaande citaten laten echter ondubbelzinnig zien dat Wilders’ visie op de islam zich wel degelijk ook uitstrekt tot haar representanten; en dat hij die representanten – allochtone moslims – collectief over één kam scheert, verdacht maakt, belastert en voorstellen doet om hen van hun burgerrechten te berooien.
Wilders spreekt in dat verband zelfs openlijk over de deportatie van tientallen miljoenen moslims, vanwege overtuigingen die in de Nederlandse Bible Belt gemeengoed zijn, en gedragingen die meer verband houden met de Nederlandse onderklasse dan met de islam. Hoeveel bruiner moet iemand het bakken voordat een Godwin – of juridische vervolging – op zijn plaats is?
… en hun gevolgen
De negatieve beeldvorming over moslims, waar Wilders met zijn gestage stroom verdachtmakingen, minachtingen en beledigingen sterk toe bijdraagt, blijft evenmin zonder maatschappelijk effect. De afgelopen jaren zijn er een fors toenemend aantal bekladdingen en brandstichtingen gepleegd bij moskeeën. Inmiddels is het bijna iedere maand raak. Niet zelden wordt daarbij gebruik gemaakt van molotovcoctails; soms worden varkenskoppen of schapenkarkassen gehangen op bouwplaatsen waar een islamitisch gebedshuis gepland is; en onlangs is een moskee zelfs beschoten. Een enkele keer laten daders daarbij ronduit weten zich gesterkt te voelen door het optreden van Wilders.
Toen de PVV in Almere een klinkende verkiezingsoverwinning boekte op een campagne van buitenlandervrees, spierballentaal over stadscommando’s en een verbod op het hoofddoekje in overheidsgebouwen, snauwden verschillende PVV-sympathisanten in die stad moslims toe dat als hun partij straks de macht had, ze er wel voor zouden zorgen dat moslims hun koffers konden pakken en een enkeltje buitenland kregen. De Marokkaans-Nederlandse Amal – een van de klagers in het proces tegen Wilders – vertelde bij Pauw & Witteman hoe iemand op straat met de fiets op haar inreed, en begon te schelden dat “Wilders volkomen gelijk had” en dat zij maar “op moest rotten naar haar eigen land”. Hoeveel duidelijker moeten daders het zeggen?
Uit studies naar de dynamiek van etnische zuiveringen is inmiddels wel bekend, dat politici een cruciale rol spelen in de ontketening van geweld tegen minderheden. Wanneer politici dat geweld niet krachtig veroordelen, maar in plaats daarvan hun hetze voortzetten, voelen daders zich gelegitimeerd om te discrimineren en leden van de als ‘vijand’ aangemerkte groepering(en) met fysiek geweld te bedreigen en verdrijven.
Juist politici hebben daarom een extra zware verantwoordelijkheid in hun uitlatingen over minderheidsgroeperingen. Uitgerekend politici zouden dan ook niet minder, maar juist méér aansprakelijk moeten zijn op wat ze zeggen. Die bijzondere verantwoordelijkheid is ook één van de overwegingen van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens om de veroordelingen te handhaven van rechts-radicale politici als Daniel Feret en Jean Marie LePen, wegens uitlatingen die grote overeenkomsten vertonen met die van Wilders. Vrijheid van meningsuiting gaf hen wat het Europese Hof betreft geen vrijbrief om hele bevolkingsgroepen weg te zetten en verdacht te maken. Politici hebben daarin volgens het Hof niet méér ruimte, maar juist minder. Hun woorden hebben immers meer maatschappelijk gewicht.
Woorden wikken
Veelvuldig klinkt de spreuk dat je het maatschappelijk debat niet in de rechtszaal moet willen beslechten. De zaak tegen Wilders is er echter niet om uit te maken wie gelijk heeft, maar om te toetsen of de heer Wilders bij het winnen van zieltjes voor zijn standpunt niet zozeer uit de bocht vliegt, dat hij de wet overtreedt. Zoals een van de advocaten van de eisers, prof. dr. mr. Ties Prakken, betoogde: ook als Wilders gelijk zou hebben, wil dat nog niet zeggen dat de manier waarop hij dat gelijk tracht te halen, niet gewoon strafbaar is.
Sneren, beledigingen, sarcasme, wrange spot en venijnig karikaturale voorstellingen aan het adres van gelovigen kunnen middel zijn om kwalijke attitudes en daaruit voortvloeiend gedrag aan de kaak te stellen. Ze kunnen echter evenzogoed dienen om hele bevolkingsgroepen te demoniseren. En zolang er nog geen ondubbelzinnige lakmoesproef is om het een van het ander te onderscheiden, is de rechter de laatste instantie die het koren van het kaf zal moeten schiften.
Prediker (oogst van 1976) vindt dit spoorboekje voor genocide nog altijd instructief.
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS