Frontaal
Naakt
12 september 2026

Een boerenkooleter op een islamitische school

Peter Breedveld


Illustratie: Tomoe Gozen door Katsukawa Shunkô II.

Bij het lezen van Dirk Wanrooijs De islam hoort wél bij Nederland moest ik denken aan de Bibelebonse mensen die in Bibelebonse huizen wonen met hun Bibelebonse kinderen die Bibelebonse pap eten met een Bibelebonse lepel uit een Bibelebonse nap. Bibelebonse mensen doen precies hetzelfde als wij, maar op z’n Bibelebons.

Zo ook op de islamitische school waar de afgezwaaide journalist Wanrooij, die de trouwe lezertjes van Frontaal Naakt kunnen kennen van zijn boek over Jemen, stage loopt nadat hij besloten heeft zijn perskaart aan de wilgen te hangen en zich als zijstromer in het onderwijs nuttig te maken.

Op die school gaat het precies als op alle andere scholen, maar dan op z’n Bibelebo…, ik bedoel islamitisch. Dus met Ramadan-viering in plaats van kerst en gebed tussen de lessen door. Dat laatste zal mensen, die lezen en rekenen en Willem van Oranje hebben geleerd op een openbare school, misschien bevreemden, maar op mijn protestants-christelijke school baden we ook tot de Lieve Heer om Hem te bedanken voor de regen en de zon en de lauwe schoolmelk en te vragen om, áls het niet teveel van Zijn tijd vergde, Johan van der Molen, die thuis zat met de waterpokken, weer snel beter te maken.

Gewone Hollandse school

Een gewone Hollandse school dus, met probleemkinderen en haantjes de voorsten en strebers in de klas, pestgedrag, gesprekken met gescheiden ouders, schooluitjes, de hele santekraam. Wanrooij beschrijft het allemaal heel precies in een onderkoelde, soms naar mijn zin wat té onderkoelde, stijl.

Hij is zelf niet gelovig, maar heeft tot zijn tiende levensjaar wel altijd in islamitische landen gewoond, waardoor hij een band heeft met de islam en met moslims. Hij heeft, schrijft hij, even getwijfeld of hij wel les moest gaan geven op een islamitische school, maar besloot dat het in de context van het actuele islamofobe klimaat (mijn woordkeuze) belangrijk was om ‘zelf de verbinding op te zoeken, als hoogopgeleide witte man met uitgesproken ideeën over diversiteit en de noodzaak van inclusieve instituties’.

Deze plechtige manier van formuleren kwam ik vaker in het boek tegen als Wanrooij zijn eigen motivatie toelicht. Het is wat potsierlijk, maar ik vind het ook wel ontroerend, die zorgvuldig doordachte goede bedoelingen waarmee hij zich in de schoolstrijd stort. Wanrooij is zich er constant van bewust dat hij een witte man voor een klas vol kinderen van kleur staat, met collega’s van kleur. Hij betrapt zichzelf op vooroordelen, corrigeert zichzelf dan streng en doet zijn uiterste best om zich aan iedereen aan te passen en niemand voor het hoofd te stoten.

Boerenkool en Wilders

Dat is niet altijd wederzijds. Als de kinderen voor het eerst die witte man voor zich hebben, willen ze weten of hij moslim is en flapt iemand eruit dat hij eruit ziet als iemand die altijd boerenkool eet. Dat is heel erg onaardig, vijandig zelfs en ik weet, het zijn kinderen, maar ze zijn in de prepuberleeftijd en oud genoeg om te weten wat wel en niet kan in een gesprek met een volwassene, ook als die er niet uitziet zoals jij. Ik zou zo’n brutale snotaap honderd strafregels hebben laten schrijven: “Ik moet nog goede manieren leren.” Maar ik ben, denk ik, niet geschikt voor de klas. Ik zou het op zijn Bints doen.

Het is natuurlijk wel zo dat deze Bibelebonse kinderen, geboren en opgegroeid in Amsterdam, hun hele jonge leven ingepeperd hebben gekregen dat ze er niet bij horen, dat ze niet Nederlands zijn. Daags na de verkiezingsoverwinning van Wilders zit Wanrooij met zijn kinderen naar een filmpje te kijken waarin Wilders triomfantelijk belooft dat “De Nederlander weer op één komt”. Die kinderen weten dondersgoed dat dit niet over hén gaat. Of juist wel, natuurlijk. Een meisje vraagt Wanrooij of dit betekent dat zij nu terug naar Marokko moet.

‘Ik zet het filmpje op pauze en verkondig dat zo’n acht miljoen mensen dus niet op de pvv hebben gestemd. Een overgrote meerderheid, benadruk ik. Ik veins een soort vrolijkheid die maar niet aanslaat. De klas is muisstil.’

Seksuele diversiteit

Maar er is ook een andere kant. Eén van de leerdoelen die alle Nederlandse basisscholen opgelegd krijgen, is aandacht voor ‘seksuele diversiteit’. Wanrooijs school zegt zich aan ‘islamitische normen en waarden’ te houden en kennelijk betekent dit dat die seksuele diversiteit vriendelijk gezegd nogal onderbelicht blijft. Op Paarse Vrijdag wordt de kleur paars, schrijft Wanrooij, ‘wel heel opzichtig gemeden’. Het vieren van Paarse Vrijdag past volgens zijn collega’s niet bij de identiteit van de school. Van “woke” moeten ze niks hebben en Pim Lammers, de kinderboekenschrijver die een paar jaar geleden moest onderduiken omdat hij de toorn van Wierd Duk, Thierry Baudet en ander fascistisch tuig over zich had afgeroepen wordt ook door Wanrooijs collega’s gezien als een “mafkees” die moet worden geboycot.

Er gloort voorzichtig wat hoop. Wanrooij beschrijft hoe een leerling, als ze zich even gevrijwaard weet van de bemoeizuchtige blikken van de andere kinderen, hem ‘samenzweerderig’ haar paarse sokken laat zien, die ze speciaal voor Paarse Vrijdag heeft aangetrokken. Wanrooij lijkt hiermee te willen zeggen dat het wel goedkomt, maar ik vind het schrijnend.

Free Palestine

Schrijnend is ook hoe het Israëldebat zijn neerslag heeft op de kinderen van deze islamitische school. Uit de manier waarop in Nederland over de Palestijnen wordt gesproken, halen ook zij de boodschap dat hun leven minder waard is dan dat van een witte westerling of van een Israëlische Jood (nogmaals, mijn woorden). Wanrooij worstelt ermee. ‘Online zoek ik naar foto’s van antizionistische joden die bij pro-Palestijnse protesten poseren met een Palestijnse vlag. Mijn voornemen is vooral weg te blijven van een
joden-versus-moslimsverhaal’. Maar de kinderen willen vooral weten waarom Nederland Israël ondanks alles blijft steunen. “Bij een ruzie op het schoolplein krijgt de pestkop toch ook straf? Waarom mag Israël dan wel doen wat het wil?’”

Wanrooij probeert dit alles in goede banen te leiden, maar ziet in dat al die woede en frustratie niet te beteugelen is. Hij heeft geen goede antwoorden omdat hij het, ondanks zijn innerlijke verzet, met de kinderen eens is.

Tijdens een schooluitje beginnen de kinderen op het Leidseplein “Free Free Palestine” te scanderen. Wanrooij ziet een omstander zijn telefoon pakken om de kinderen te filmen, ziet de alarmistische krantenkoppen al voor zich en probeert de kinderen tot zwijgen te brengen. Maar uiteindelijk geeft hij zijn verzet op en roept dan met de kinderen mee. ‘Hier lopen Wij, de groepen 6 en 7 van een islamitische school uit Amsterdam’, schrijft hij, ‘en we eisen deze ruimte op. Deal er maar mee.’

Nieuwsbrief