Frontaal
Naakt
6 augustus 2011

Hufterjournalistiek

Frans Weerts

Bestaat wel zoiets als ‘hufterjournalistiek’? Die vraag kwam bij me op toen ik deze bijdrage van Peter Breedveld las. Mijn eerste impulsieve reactie was: neen. Ik beschouwde het als een intrinsieke contradictio in terminis.

Journalistiek is immers een discipline, die alleen die naam verdient als men zich houdt aan de ethiek van dit vak. Enkele basisregels: de vijf w’s (wie, wat, waar wanneer en waarom), check en dubbelcheck, hoor en wederhoor. Wie zich daar niet aan houdt verdient het predicaat ‘journalist’ niet.

Na dertig jaar in het vak weet ik ook wel dat de hazen niet meer zo lopen als voorheen. Aan alle kanten is er het afgelopen decennium de klad in gekomen. In de papieren pers, maar vooral ook met de opkomst van nieuwssites en dito blogs. Laat ik maar even de randverschijnselen benoemen.

Er is de persberichten-journalistiek, waarbij berichten van persbureaus vrijwel onbewerkt en niet gecheckt in de media verschijnen. Vroegâh pleegde je in ieder geval nog een telefoontje aan om het verhaal nog een beetje aan te kleden en nog even bevestigd te krijgen of ANP het wel bij het rechte eind was (en dat was lang niet altijd het geval). Het specialisme van luie redacteuren en newsdesks.

Dan is er uiteraard de roddeljournalistiek, een vrij onschuldige uitwas van het echte vak. In ons land dan. Men bedient zich van bepaalde trucages, die vooral rusten op de koppen boven een artikel. Voorbeeld: ‘Ging Maxima vreemd?’ Zet er een vraagteken achter en je kunt de grootste onzin beweren, zonder erop afgerekend te worden. In dit geval zou het zo kunnen zijn dat onze prinses is gekiekt in de Efteling, met een knap ogende beveiliger naast zich. Dat wordt dan in het artikel wel beschreven, maar dan is de buit al binnen. Het verkoopt en daar gaat het om.

Afgeleide is de schandaaljournalistiek, bij uitstek gebezigd door de krant van wakker Nederland en een groot aantal blogs. De truc is om een of meerdere incidenten om te vormen tot een vermeende trend. Neem het voorbeeld van enkele recente overvallen op juweliers. Dan kop je zo’n bericht als volgt: “Juweliers zijn hun leven niet meer zeker”.

En dan hebben we uiteraard de komkommerjournalistiek, die nu flink op gang is gebracht. Je kunt het ook macro-journalistiek noemen waarbij kleine feitjes, die normaal gesproken de media niet halen, ineens tot grote proporties worden opgeblazen. Voorbeeld: er worden dit jaar veel muggen verwacht als gevolg van het natte voorseizoen. Als je zo’n bericht brengt moet er natuurlijk wel een moddervette kop boven: “Muggenplaag teistert Nederland”.

Dan zijn er nog disciplines die bij uitstek door radio en tv worden aangewend. Twee favorieten zijn de locatie-verslaggeving en de deskundologen-interviews. In het eerste geval worden willekeurige omroepmedewerkers op de plaats delict ondervraagd met stupide vragen als: “Hoe denk je dat deze rechtszaak zal aflopen?”
Veel ergerlijker is nog het leger ‘deskundologen’ dat voor microfoon en camera wordt gesleept, om uitleg te geven over zaken waar ze meestal maar zijdelings kennis van hebben en in veel gevallen niet meer weten dan wat in de pers is verschenen. De presentatoren, die voor journalist door moeten gaan, hebben een hele batterij aan holistische vragen in hun bagage. Zoals de vraag: “Wat denkt u dat er gaat gebeuren als…”

Er zijn nog tal van categorieën te benoemen van uitwassen die wel beschouwd het predicaat ‘journalistiek’ niet verdienen. Maar nu even terug naar de hufterjournalistiek en de vraag of die eigenlijk wel bestaat. Aanvankelijk dacht ik van niet, maar ik heb mijn mening bijgesteld na alle berichtgeving rondom de werkwijze van News of the World. Ik had het niet voor mogelijk gehouden dat een tabloid in staat was tot zulke criminele praktijken. Dit is met recht hufterjournalistiek in overtreffende trap.

Terug naar het betoog van Breedveld, met name de handel- en werkwijze van figuren als Bert Brussen. Ik kan hem en de zijnen op schreeuw- en haatblogs onmogelijk betichten van het bedrijven van journalistiek. Het selectief shoppen in feiten, onderzoeksresultaten, rapporten; het nalaten van hoor en wederhoor, het recyclen van ouwe meuk.

Dat kun je hooguit als publicistiek kwalificeren. Dit gebeurt vrijwel uitsluitend op internet door figuren die wel een goede pen hebben, maar zich totaal niets aantrekken van de mores die een integere journalist kenmerken. Ook als het gaat om een column of commentaar. Een mening of standpunt moet ook dan zijn gebaseerd op alle bekende feiten en niet op slechts één kant van de medaille.

‘Hufterpublicist’ is wat mij betreft een treffend scheldwoord dat zo in de Van Dale kan worden opgenomen. Want er zijn er al velen en er zullen nog velen volgen. Een blog is immers zo gemaakt en zo volgekalkt met de grootste waanzin. En dankzij het Wilders-proces weet het publicisten-plebs dat de vrijheid van meningsuiting zo ongeveer tot aan de hemel reikt.

De enige remedie tegen hufterpublicistiek is het fenomeen pareren met journalistieke principes en artikelen of columns die er werkelijk toe doen. Een zelfreinigend vermogen van haat- en schreeuwblogs lijkt mij illusoir.

Frans Weerts meent dat journalistiek nog altijd een kwestie is van vakwerk, dat alleen met het juiste gereedschap tot het gewenste resultaat leidt.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home