Kinderporno
De Levende Dodo

Illustratie: Théo van Rysselberghe
Zelfs na het eindeloos lezen van Gerard Reve begrijp ik niet veel van pedofilie. Maar je hoeft het niet te begrijpen om te weten dat het bestaat, dat het een probleem is, en dat daar de best mogelijke oplossing voor gevonden moet worden. Een deel van die oplossing is het straffen en behandelen van kindermisbruikers – óók als ze tot de paapse pederastenclub behoren – en van bezitters en verspreiders van kinderporno.
Maar daarmee zijn we er niet. Pedofilie is waarschijnlijk aangeboren, of ontstaan in de vroege jeugd, maar je komt er in ieder geval niet meer vanaf. Dat is vervelend, want seksuele lust is krachtig. Toch zal bij verreweg de meeste pedofielen de lust onderdrukt worden door het geweten, of anders toch door de sterke arm der wet. Een enkeling zal daadwerkelijk kinderen misbruiken, maar de meesten zullen hoogstens soms in het geniep een plaatje bekijken – misschien een echte foto, of misschien een mangastrip in het lolicon of shotacon genre.
Maar daar is iets raars mee aan de hand. Niet alleen echte kinderporno is verboden, maar ook virtuele kinderporno, zoals animaties. Wat minister Opstelten betreft wordt deze geanimeerde kinderporno even hard aangepakt als beelden van daadwerkelijk kindermisbruik. Volgens het Openbaar Ministerie kan virtuele kinderporno namelijk leiden tot “gedrag dat deel kan gaan uitmaken van een subcultuur die seksueel misbruik van kinderen bevordert”. Dit soort boerenwijsheid wordt ook vaak gebruikt als argument tegen pornografie in het algemeen, maar het omgekeerde blijkt het geval.
Studies in onder meer Tsjechië, Duitsland, de Verenigde Staten en Hong Kong hadden als uitkomst dat na legalisering van pornografie het seksueel misbruik meestal afnam, soms constant bleef, maar in geen enkel geval toenam. De casus van Tsjechië is interessant omdat daar tussen 1990 en 2007 zelfs het bezit van kinderporno legaal was. In die periode halveerde het aantal gerapporteerde gevallen van kindermisbruik. Sinds het verbod is er weer een toename te zien. Gelijksoortige onderzoeken in Japan en Denemarken vertonen hetzelfde patroon.
Dat het bezitten en verspreiden van echte kinderporno verboden moet zijn, daar is vrijwel ieder redelijk en overigens ook onredelijk mens het over eens. Maar het verbieden van geanimeerde kinderporno is niet alleen een inbreuk op de artistieke vrijheid, het werkt ook averechts. Zoals de schrijvers van genoemd onderzoek concluderen, werkt virtuele kinderporno als bliksemafleider: het vermindert het gevaar van misbruik.
De zaak Robert M. heeft twee soorten reacties opgeleverd. De reacties als die van de gezonde volksjongen Henk Bres, die onderhand genoeg handtekeningen heeft verzameld voor een debat in de Tweede Kamer over een verbod van de pedofielenvereniging Martijn. En de reacties van mensen als hersenonderzoeker Dick Swaab, schrijver A.H.J. Dautzenberg en columnist Rosanne Hertzberger, die pleiten voor transparantie, tolerantie en een structurele oplossing voor dit probleem. Zoals Hertzberger schreef:
Ik stel reclamespotjes voor, anonieme telefoonlijnen, gespecialiseerde therapie, praatgroepen met lotgenoten, de hele psychologische mikmak om pedofielen te helpen om hun seksualiteit in toom te houden. Misschien krijg je sommigen zover dat ze voor het celibaat kiezen: vrijwillige castratie. Anders zou je zelfs hun seksuele drang kunnen proberen te stillen met geanimeerde kinderporno, zo echt mogelijk. Hoe gestoord ook, daarvoor worden in elk geval geen kinderlevens geruïneerd.
Met het even hard aanpakken van geanimeerde als van echte kinderporno kiest de Nederlandse regering voor de methode Henk Bres.
De Levende Dodo is een alcoholicus uit de Transvaalbuurt met allerlei meninkjes, zoals ook is te lezen op zijn weblog.





RSS