Harssalon
Simone Olsthoorn

De consequentie als je regelmatig gebruik maakt van een gemeenschappelijke doucheruimte in de sportschool en daarnaast nogal modegevoelig bent, is dat je nogal besmuikt naar beneden staart als jij daar als enige met een grote bos staat. De haardracht speelt namelijk een cruciale rol. De schaamhaardracht, welteverstaan.
Hoewel ik op Frontaal Naakt een pro-grote-bossen-tendens bespeur, laat ik mijzelf al enige jaren via een Brazilian wax-martelmethode een verzorgd poesje aanmeten in de harssalon. Aangezien ik mijn volwassenheid nooit heb willen verhullen, liet ik altijd een waterpas, net rechthoekje staan (Overigens is niet elke harsster even bedreven in het werk, waardoor ik als resultaat van “daar nog een klein stukje weg, en dan aan de andere kant nog een klein stukje” wel eens het equivalent van een Hitlersnorretje heb overgehouden).
Deze week was het weer de hoogste tijd om een bezoekje te brengen aan de pijnbank. Het meisje bij wie ik op de behandeltafel plaatsnam, had ik nog niet eerder gezien, maar ik kwam er al gauw achter dat ze een kenau was. Het gaat om een behoorlijk delicaat stukje huid, maar daar leek zij geen acht op te slaan.
Overigens schijn ik een redelijk hoge pijngrens te hebben, want gillen tijdens het harsen doe ik niet. Zodoende had bij mij het vermoeden postgevat dat alleen op televisie hartstochtelijk gekrijst wordt tijdens de daad, maar men heeft mij verzekerd dat ook in werkelijkheid menig vrouw het niet stilhoudt op de harstafel. Maar dat terzijde.
Mevrouw de kenau ging voortvarend te werk. Je laten harsen is eigenlijk niet heel anders dan naar de kapper gaan – ook al lig je met je benen wijd, heb je geen onderbroek aan en is er een operatielamp op je edele delen gericht. Het is vergelijkbaar omdat je, net als met je kapster, ook met je harsster een gezellig kletspraatje maakt. Je ligt er immers al snel zo’n drie kwartier (afhankelijk van de weerbarstigheid van je haargroei).
Toen ik zag dat de kenau een tattoo in Hebreeuws schrift op haar pols had, werd ik nieuwsgierig. Ik voelde me enigszins beschroomd, maar als een tattoo zo duidelijk zichtbaar is, mag je ernaar vragen, toch?
“Wat betekent je tattoo, als ik vragen mag?” vroeg ik voorzichtig.
Met haar rug naar me toe omdat ze in de hete hars aan het roeren was, zei ze “Parma”.
Althans, dat verstond ik. De radertjes in mijn hersenen kwamen krakend en piepend op gang. Parma…? Ze is nogal fors, zou het haar lievelingseten zijn? Of komt haar geliefde wellicht uit Parma? Misschien heeft ze er een keer een hele mooie vakantie gehad? Maar wat heeft Parma met Hebreeuws te maken? Toen ze me vroeg op mijn buik te gaan liggen, zodat ze aan de “achterkant” kon beginnen, besloot ik het toch maar te vragen.
“Goh, eh, wat betekent Parma dan voor jou?” Ze antwoordde, niet bijster enthousiast, “Nou gewoon, ik geloof gewoon dat alles wat je doet gewoon terugkomt. Weet je?” De radertjes draaiden door. “Oh, kárma! Ik dacht Párma!” Ze zag de humor er niet van in en beval me stil te liggen.
Door de slagvaardigheid van de Karma-kenau en alle consternatie is mijn chocho nu helemaal kaal. En een beetje geïrriteerd door de hardhandige behandeling. “Dat trekt wel weg”. Ik hoop maar dat mijn jonge god het apprecieert.
Overigens maken niet alleen vrouwen zich druk om schaamhaargroei. Mannen blijken hun tuintje vaak ook netjes bij te houden. Ik vind het er mooi uitzien, zo gekortwiekt, maar moet zeggen dat ik het ook wel lekker vind om met mijn vingers door een dichtbegroeid struikgewas te kroelen. Net als op een hoofd, daarop zie ik ook liever een volle bos.
Simone Olsthoorn (1985) is historica en journalist. Ze publiceert regelmatig op de site Nogal Irritant.





RSS