Frontaal
Naakt
30 augustus 2011

Dat uitdagende krullenbosje

Rob van Kan

Ik ben een gluurder. Niet dat ik met een verrekijkertje op mijn balkon zit in de hoop een douchende buurvrouw te kunnen spotten, of dat ik in de buurt van naaktstranden met een telelens probeer iets vast te leggen – dat niet. Ik bedoel dat ik mij een gluurder voel. Een man die geniet van een onverwachte en provocatieve blik op dat wat verborgen zou moeten te blijven voor het oog van de wereld. Een man dus van doorschijnende stofjes, natte zwemkleding, kleine broekjes. En daar hoort wat schaamhaar bij.

Een voorbeeld. Ik herinner me van twintig jaar geleden een middagje zwemmen met vrienden en vriendinnen uit het studentenhuis. Een van de meisjes had een wit badpak aan. Niks bijzonders aan, de voering was niet uit het kruisje geknipt en het was ook geen drie maten te klein – liefhebbers van Japanse swimsuit porn kunnen nu ophouden met lezen. Maar de donkerharige schone – een kreng was het, maar wel een mooi kreng – had zich niet geschoren en dat was na de eerste duik duidelijk te zien.

Tsja, wat moet ik daar nog aan toevoegen. Ik herinner het me nog, dat zegt al genoeg. Ik bleef kijken. Ik zie haar nog aan de rand van het bassin zitten, met dat uitdagende krullenbosje op ooghoogte voor wie in het water lag. Misschien had ze het niet door, misschien kon het haar niet schelen, misschien deed ze het expres. De naïeve schone, de zorgeloze naaktloopster, de geile exhibitioniste: alle drie mogelijkheden gaven mijn fantasie talloze bospaadjes om te ontdekken. Als het niet zo’n onmogelijke meid was geweest con la puzza sotto il naso – met een geurtje onder de neus, zoals we hier zeggen – had ik nog kunnen fantaseren dat ze het speciaal voor mij had gedaan, maar wat ik voor haar voelde, was wederzijds. Deze Rotterdammer kon Hare Limburgse Majesteit niet boeien. Gelukkig deed mijn fantasie daar niet al te moeilijk over.

Die donkere krulletjes onder de witte stof vormden de cadeauverpakking van haar zoete traktatie, een uitdagende knipoog naar wat daaronder verscholen zat en wij, arme mannen die nooit helemaal aan onze kindertijd ontsnappen, wij voelden ons als een kind op de dag voor Kerstmis. We zien de pakjes onder de boom en we willen niets anders dan weten wat er onder het papier zit. Maar we mogen niet zomaar beginnen te scheuren – je moet geduld hebben, wachten tot Eerste Kerstdag, en de hele nacht ben je de willoze prooi van je eigen fantasieën.

En wat had ik nou helemaal gezien als ze zich geschoren had? Natte lycra over zonnebankbruine huid – niks meer. Ik had het me vast niet meer herinnerd – ik weet immers ook niet meer wat haar beste vriendin aan had. En die mocht er ook best wezen.

Strak geschoren poesjes vertellen een heel ander verhaal. Een naakt kutje zegt heel brutaal dat het er is om bewonderd, betast, bemind te worden. Kijk naar mij, ik wil het. Het is de minst subtiele vorm van exhibitionisme en daarmee is het ook het kortstondigste genot. Het uitkleden, het verleiden, het uitpakken van de cadeautjes slaan we over. Ik wil het nu. Het meisje heeft niets aan onder haar rokje en – oeps! – even laat ze zien op wat voor avond ze zich heeft voorbereid. Dat wordt misbruik maken van de eerste de beste gelegenheid: de toiletten van het restaurant, de achterste bankjes in de bioscoop, de auto, de lift. Niets om voor weg te lopen, integendeel zelfs – weinig heteroseksuele mannen zullen dergelijke uitdagingen kunnen weerstaan, maar het is wel een beetje het pornohoekje van de verleiding.

Rob van Kan is vertaler Engels en Frans; hij studeerde voor vertaler Arabisch en journalist maar maakte nooit iets af. Daarom woont hij nu in Italië, waar zijn luiheid niet opvalt. Lees zijn weblog.