Einde van een tijdperk
Traudl de Jonge

Illustratie: Miriam Pertegato
In 1913 schilderde Kasimir Malewitsch een zwart vierkant. Klaar, zou je denken, ook weer gehad die ‘abstracte schilderkunst’. Maar helaas, niets was minder waar. De verf was nog niet droog of Picasso kwam alweer aankakken met Kubisme! En na het Kubisme gingen alle remmen pas echt volledig los. Picasso werd, u kent ze wel, opgevolgd door zwakbegaafden als Piet Mondriaan met zijn ministeckkunst, Jackson Pollock (‘Jack the Dripper’) met zijn alcoholische tremorkunst en Ik Jan Cremer met zijn vingerverfkunst.
Nou is het gekke met die abstracte schilderkunst uit de twintigste eeuw dat je, zogenaamd, altijd eerst dikke boeken – barstensvol moeilijke woorden, notenapparaten en literatuurverwijzingen – moest hebben gelezen om dingen te kunnen zien die je niet ziet. Dit soort boeken, vaak volgeschreven door academici en kunstpausen van het slag Rudi ‘Hocus Pocus’ Fuchs, hebben een enorme invloed gehad. Abstracte schilderkunst werd het domein van ‘de gestudeerde kunstkenner’. Kritiek op ‘de gestudeerde kunstkenner’ was niet geheel zonder risico. Iedereen hield wijselijk zijn mond, uit angst voor ‘dom’ te kunnen worden versleten.
Vroeger, vóór de twintigste eeuw, was het allemaal veel makkelijker. Omdat schilders toen nog jarenlang moesten studeren op de menselijke anatomie, de wetten van het perspectief en stofuitdrukking, kon je onmiddellijk zelf zien wie een knoeier was. En kon iemand vroeger goed schilderen, maar had-ie geen goede ideeën, was het over en uit. Je kon dan immers meteen zien dat het nergens over ging.
Gelukkig nadert het tijdperk van de abstracte schilderkunst zijn einde. Door Rudi Fuchs weggehoonde ‘ouderwetse’ schilders als Jan Mankes, Salvador Dali, Carel Willink, Pyke Koch, Lucian Freud, Dick Ket, Henk Helmantel enz. enz. hebben de tand des tijds moeiteloos doorstaan. Abstracte schilders niet. Abstracte schilderijen zijn nu alleen nog geschikt als keukengordijntje. Op het moment dat er geen overheidssubsidie meer wordt verstrekt aan abstracte schilders zijn we er helemaal van af.
Historicus Traudl de Jonge (Heiligerlee, 24 oktober 1973) is als onderzoeker verbonden aan het Stutterheim Del Ferro Instituut te Amsterdam. Aan de Zuid-Afrikaanse universiteit van Witwatersrand promoveerde zij in 1999 op het proefschrift Eyewash and deceit, an introductory study of Maoism and the communist quest for a paradise.





RSS