Sociaal-constructivisme
Willem de Zwijger

Plaatje van Jean-Léon Gérôme
In 1979 publiceerde de amusante Franse filosoof Bruno Latour met de Brit Steve Woolgar een invloedrijk boekje, getiteld Laboratory Life: the Social Construction of Scientific Facts. Latour had een etnografische studie gedaan in een belangrijk laboratorium, en was daarbij nagegaan hoe een nieuw ‘feit’ tot stand kwam door allerlei gezamenlijk gepuzzel en discussie. Heel anders dan het Eureka! zoals veel mensen zich dat voorstellen.
Latour had iets van een clown, en hield lang vast aan een quasi-onnozole insteek die suggereerde dat dat nieuwe ‘feit’ er ook heel anders uit had kunnen zien. Co-auteur Woolgar – die zelf niet in dat laboratorium was geweest – nam één en ander wat letterlijker, en hing in feite een epistemologisch relativisme aan: alle kennis is mensenwerk, en dus betrekkelijk. De zwaartekracht is ook maar een idee.
Dat leidde geruime tijd tot een eindeloze stroom publicaties, in bijvoorbeeld vakblad Social Studies of Science, die alle ‘The Social Construction of …‘ tot titel hadden. Het grote voordeel van deze aanpak was namelijk dat wetenschapssociologen stukjes konden schrijven over natuurwetenschappelijke ontwikkelingen zonder te begrijpen waar het over ging: het waren immers toch maar sociale constructies.
Ik herinner me de bijzonder geestige Britse Amerikaan Andy Pickering die zeker wist dat quarks ook sociaal-geconstrueerd waren, en daarmee vooral andere Amerikanen tot grote woede wist te brengen. Na weer zo’n voordracht begaven we ons dan met groot plezier naar de bar. Ook was daar de sociale constructie van de fiets, een ontdekking van de Nederlander Wiebe Bijker (nomen est omen), die daarvoor beloond werd met een hoogleraarschap aan de Universiteit van Maastricht.
Het sociaal-constructivisme in de wetenschapstheorie leidde uiteindelijk tot niks, omdat het vanaf het begin een ‘truism‘ was. Kennis is mensenwerk, natuurlijk, maar dat maakt kennis niet minder hard of objectief als het werk eenmaal gedaan is. Het sociaal-constructivisme kon ons ook niet vertellen onder welke omstandigheden welke kennis of technologie meer of minder kans van slagen had – het was gewoon geen wetenschappelijke benadering, maar een intellectueel spelletje, even een heel andere manier om tegen de wetenschap aan te kijken.
Latour, Woolgar, Pickering en hun volgelingen waren zich daar goed van bewust. Woolgar stapte echt niet ’s ochtends in zijn auto in de verwachting dat zijn sociaal-geconstrueerde benzinemotor wel eens iets heel anders zou kunnen gaan doen dan gisteren.
Nu blijkt er onder onderwijskundigen en aanpalende adviesbureau’s een sterk gevulgariseerde vorm van sociaal-constructivisme in omloop te zijn. Een goed voorbeeld is dit. Enkele basisideeën zijn dat kennisverwerving plaatsvinden in interactie tussen leraar en leerling, en tussen leerlingen onderling, en dat (dus!) ervaringsleren de beste manier is. Het lijkt misschien zo …
‘… dat uitleg, boeken en ervaring aan elkaar gelijk kunnen worden gesteld. Dat is niet terecht. Volgens de sociaalconstructivistische visie is ervaring verreweg de belangrijkste en meest bepalende bron van informatie voor het leren.‘
Benaderingen met heel veel literatuurreferenties, zoals hier, kunnen net zo goed leiden tot een aanbeveling voor traditionele kennisoverdracht. Die is net zo goed sociaal van aard: docent-leerling, waarbij de leerlingen elkaar vragen wat de docent nou precies gezegd heeft. De tendens is ook echter ook hier dat ervaringsleren beter is dan wat in deze kringen als het Ultieme Kwaad wordt beschouwd: het objectivisme, oftewel kennis als feit.
En daarmee zijn we terug bij Latour. Hij twijfelde er, uiteindelijk, niet aan dat zijn wetenschappers in het Salk-laboratorium al doormodderend en discussiërend een echt wetenschappelijk feit hadden geconstrueerd. Een feit dat waar nodig op scholen – zonder dat het nodig is het gedoe te bespreken waarlangs het tot stand is gekomen – als enkel, kaal, naakt feit kan worden gepresenteerd en als kennis kan worden overgedragen. De inhoud van een afgeknotte pyramide is wat hij is, en een knappe kop die de leerlingen het atoommodel van Rutherford via ervaringsleren weet bij te brengen.
De onderwijskundige aanhangers van het sociaal-constructivisme halen het volgende door elkaar: het construeren van wetenschappelijke feiten, van kennis, door wetenschappers en technologen, en het overbrengen – op leerlingen, kinderen – van die inmiddels al lang gestolde, harde en objectieve kennis.
Het vulgaire, onderwijskundige sociaal-constructivisme heeft op de Havo en het VWO tijdelijk geleid tot het waanzinnige Studiehuis, met ‘leraren als facilitators‘. Maar het heeft met name in het MBO tot de volledige vernietiging van kennisoverdracht geleid. Tot voor kort was een MTS’er iemand met een flinke hoeveelheid kennis en vaardigheden, een echte vakman en dan ook nog met heel wat kennis in zijn hoofd. Dat is niet meer het geval. Het MBO heeft de boeken afgeschaft. Kennis is immers maar sociaal-geconstrueerd, ervaring is alles. Niet het resultaat telt, maar het proces er naar toe.
Kijk dus uit bij degene die je nieuwe centrale verwarming komt installeren: voor je het weet heb je koolmonoxidevergiftiging. Want is ook koolmonoxide niet gewoon een sociale constructie?
Willem de Zwijger is ‘de stem van politiek incorrect links’. Hij rijdt een poenige SUV.





RSS