Netwerkgeneratie
Frans Smeets

Illustratie: John Gabriël Stedman
Mensen die anderen graag indelen in een generatie hebben iets tragisch. Meestal projecteren ze een soort ‘vroeger-was-alles-beter’-mentaliteit op de jeugd, door deze in een negatieve context te generaliseren. De nixgeneratie, de patatgeneratie of de grenzeloze generatie.
Het kan echter ook omgekeerd. Mensen die zichzelf in een ‘positieve’ generatie indelen en zich afzetten tegenover iedereen die meent aan de door henzelf uitgeroepen superioriteit te tornen. Bekend is de generatie van de ‘sixties‘ en tegenwoordig de mensen die zich ‘netwerkgeneratie’ noemen. In arrogantie en onverdraagzaamheid is er weinig verschil tussen beide. De laatste heeft, door gebruik te maken van het Internet, echter veel meer mogelijkheden om haar gemeenheid te exploiteren.
De netwerkgeneratie volgens Powned:
‘Ze gaan anders met de media om, ze kijken tv met de laptop op schoot, ze spreken elkaar op het Internet en schrijven elkaar via hun telefoon. Daarbij willen ze alles meteen nu, onmiddellijk. En dat allemaal tegelijk. De netwerkgeneratie bestaat uit eigenwijze mensen. Ze zijn extreem kritisch en gaan geen discussie uit de weg. Ze stellen vragen, ook als dit niet uitkomt, en geloven nooit klakkeloos wat hen wordt verteld. De doelgroep praat terug en levert zelf een belangrijke bijdrage aan nieuwsgaring en opinievorming.‘
‘Leeftijd doet er minder toe’. Nu zou ik dat ook zeggen, als je bedenkt dat de meeste door zichzelf benoemde representanten van deze netwerkgeneratie geleidelijk richting de vijftig sukkelen.
Wat sneu eigenlijk, dat je je op die leeftijd nog in een generatie meent te moeten indelen. De praktijk van de door zichzelf benoemde leden van de netwerkgeneratie is toch echt anders, dan dat wat ze predikt of probeert te doen voorkomen. Ze kunnen zelf moeilijk tegen kritiek, vechten nooit met open vizier, zijn bang voor wederkerigheid . Ze zijn vaak in hun eigen leven extreem burgerlijk en hangen op het Internet een seksistische bier- en tietencultuur aan.
Wat de laatste vijftien jaar heeft plaatsgevonden, is een technologische vernieuwing die nieuwe mogelijkheden op het gebied van media, communicatie en omgangsvormen heeft gecreëerd. Toen deze veranderingen zich in het nieuwe millennium aandienden, waren er natuurlijk veel partijen die achterbleven en hun macht aangetast zagen, zoals bij iedere vernieuwing. De door zichzelf benoemde netwerkgeneratie heeft in deze tijd heerlijk kunnen stangen en de oude conservatieve haantjes kunnen bespotten en karikaturiseren.
We zijn echter behoorlijk wat jaartjes verder en het zijn nu vooral de door zichzelf benoemde representanten van de netwerkgeneratie die een karikatuur van zichzelf zijn geworden.
En dit niet alleen vanwege de leeftijdskarikatuur van volwassen mannen en hun puberale fratsen en taalgebruik. De tegenstelling tussen zij die de moderne tijd omarmd hebben en zij die hieraan weigeren mee te werken, bestaat namelijk allang niet meer.
Iedereen heeft de nieuwe tijd omarmd en trekt daaruit zijn eigen conclusies. Zelfs mijn ouwe heer van vierentachtig schaakt op zijn iPad met iedereen over de hele wereld. Tegelijkertijd ken ik ook jonge mensen die na tienduizend nietszeggende ‘vrienden’ back to the basics gaan.
Als Internet iets gedaan heeft, dan is het wel iedereen keuzemogelijkheid bieden, zonder dat een dominante stroming dit voor jou meent te moeten gaan bepalen. Het zijn echter nu de door zichzelf benoemde vertegenwoordigers van de netwerkgeneratie die met hun intimidatie en hufterjournalistiek eisen dat hun conclusie het enige resultaat mag zijn van die verandering.
Hierbij gaat het vooral over de gedragingen die zij zelf graag zien bij die nieuwe verandering: schelden, intimidatiejournalistiek, verdachtmakingen en persoonlijke aanvallen, althans, als het henzelf niet treft. Het zijn de methodes die bij de opkomst van Internet indruk maakten, maar nu vooral gaapverwekkend zijn.
Vraag een twintiger hoe hij over Geenstijl denkt en hij komt met woorden: “Dat kennen we nou wel, een beetje puberaal”. Geenstijl is een burgerlijk oude mannenblog geworden en misschien altijd wel geweest.
Ook Bert Brussen, die maar niet uitgeroeptoetert raakt over een niet-bestaande tegenstelling tussen de netwerkgeneratie en de babyboomgeneratie, komt bij Pauw en Witteman weer aanzetten met een oud filmpje van Hans Teeuwen tegenover een recenter filmpje van Freek de Jonge als symbolen van twee generaties.
Zoals Freek de Jonge zijn hoogtepunt op het moment van een veranderende tijd had, had Hans Teeuwen dat ook. Maar, als je drie keer hard “KUTHOERRR” roept, gaat dat snel vervelen.
Ikzelf heb trouwens die mannen nooit begrepen die met hun vrouw naar Hans Teeuwen gingen om haar voor “kuthoer” te laten uitschelden, om er dan vervolgens schaapachtig naast te zitten lachen.
Dat is het nadeel van grof taalgebruik en schelden als communicatievorm. Je moet steeds harder tekeer gaan, wil er nog iemand luisteren. Daar merkt Wilders nu alles van. Er zal zeker publiek voor zijn, maar het heeft nu niets meer te maken met vernieuwing of moderniteit of laat staan met een generatie. Bij Hans Teeuwen moet ik altijd denken aan de feministische cabaretière, zangeres en kunstenares Karen Finley, die een korte periode in de jaren ‘80 ook zo tekeer ging, alleen Teeuwen doet dat op een agressieve, masculiene manier.
De ‘ingebouwde bullshit-detector’, waar de door zichzelf benoemde netwerkgeneratie zo prat op gaat, slaat steeds meer als een boemerang terug. Deze representanten zijn door hun eigen gedragingen volstrekt ongeloofwaardig geworden en er wordt steeds meer schouderophalend over gedaan.
Je kunt als Bert Brussen nog zo hard ageren tegen de oude media, maar als je vervolgens het slijm van het beeldscherm ziet afdruipen, omdat Brussen er zo graag bij wil horen, dan trapt niemand daar meer in.
Wees dan ook de Theo van Gogh van je gewilde netwerkgeneratie en trek je gezicht niet plotseling in de plooi als de camera op je gericht wordt, maar scheld en tier er lustig op los. Daar zou ik nog respect voor kunnen opbrengen.
Als de hoofdredacteur van Geenstijl, bijna-vijftiger Marck Burema, weer eens in zijn Volvo ejaculeert, omdat hij vanuit de anonimiteit weer een paar miskleunende pubers voor hun leven heeft weten te ruïneren, is het niet echt geloofwaardig om jezelf te positioneren als een hippe vertegenwoordiger van de netwerkgeneratie.
Terwijl er honderden miljoenen uit de pensioenfondsen wordt geroofd, jaagt PowNed vol bravoure op een paar halve junks die voor honderd Euro koper uit een oud Shell-gebouw jatten dat toch al op de nominatie stond om te worden gesloopt. Powned heeft niet eens door dat de eigenaar erg blij is met dit soort diefjes en vandalen, omdat het de sloop een stuk goedkoper en gemakkelijker maakt. Powned roert niet waar het stinkt, Powned roert waar het gemakkelijk scoren is.
De door zichzelf benoemde vertegenwoordigers van deze zogenaamde netwerkgeneratie zijn niet de luis in de pels van de gevestigde orde. Ze zijn onderdeel van de gevestigde orde geworden. Het zijn boefjesjagers en zedenbeschermers van het Internet geworden.
Frans Smeets raakt altijd aan de diarree bij het horen van het Wilhelmus.





RSS