Frontaal
Naakt
8 december 2007

Toearegs

Paul Lafargue

inrosso14 (45k image)
Patrizia Laquidara (foto: Luigi de Frenza)

�Het moederlijf geeft het kind zijn kleur�, zegt een spreekwoord van de Toearegs, wat weer gevonden wordt bij de Howa’s van Madagaskar. De jonge Toeareg is van dezelfde stand als de moeder. Is deze vrij en edel, zo is het kind dit ook, zelfs wanneer de vader een slaaf is. Zo vermeldt ook Herodotus van de oude Lykiërs: ‘Wanneer een burgeres zich met een slaaf verbindt, dan gelden de kinderen voor edel geboren; wanneer echter een burger, zij ’t ook de voornaamste, een buitenlandse vrouw neemt, zo zijn de kinderen onteerd.’

De Toearegs kennen twee vormen van de eigendom: 1. Goederen welke door de arbeid van het individu verworven worden, zoals wapens, geld, gekochte slaven, vee, de opbrengst van de oogsten, en in het algemeen levensmiddelen, gelden als persoonlijk eigendom; 2. belastingen, die van karavanen of reizigers geheven worden, belasting van weide – of bebouwd land, of van wateren; verder belastingen van personen of stammen, die in afhankelijkheid gebracht worden, en ten slotte het recht te bevelen en gehoorzaamheid te verlangen, behoren de familie gemeenschappelijk; zij erven niet in mannelijke linie over, zij komen aan de oudste zoon van de oudste zuster, die ze in het belang van de ganse familie beheert.

Vroeger, bij de verdeling van landerijen, werden de iedere familie aangewezen landstukken op de naam van de moeder gezet. De vrouwen is het bestuur van haar eigen goederen toegestaan. In Rhat hebben zij alleen het recht van de beschikking over huizen en tuinen, in één woord, over het gehele grondbezit van het land. De Toeareg kent wel zijn moeder, maar niet zijn vader. Het kind behoort de vrouw en niet de man. Haar bloed is het, dat hem zijn rang in de stam en in de familie aanwijst.

Wanneer er een punt is, waarin zich de maatschappij van de Toearegs onderscheidt van die van de Arabieren, dan is het wel het verschil van de hoge positie van de vrouw in de eerste vergeleken met de ondergeschikte stelling van de Arabische vrouw. Bij de Toearegs is de vrouw niet alleen met de man gelijk, zij verheugt zich zelfs in een bevoorrechte positie. Zij beschikt vrij over haar hand, en in de huwelijksgemeenschap beheert zij zelf haar vermogen, zonder verplicht te zijn in de kosten van de huishouding iets bij te dragen. Het komt ook voor dat, ten gevolge van de ophoping van producten, het grootste deel zich in de handen van de vrouw bevindt.

De vrouw bij de Toearegs heeft haar man de monogamie opgelegd, trots de mohammedaanse wet die hem meerdere vrouwen toestaat. Zij is onafhankelijk van haar echtgenoot, die zij onder het nietigste voorwendsel afwijzen kan. Zij komt en gaat, zoals het haar bevalt. Deze maatschappelijke inrichtingen en de daaruit voortgesproten zeden hebben de vrouwen van de Toearegs buitengewoon ontwikkeld. Haar geest en haar energie verrassen te midden van een mohammedaanse maatschappij. Ook lichamelijk staat zij veel hoger, op de rug van de dromedaris vliegt zij honderden kilometers door, om naar een feest te gaan.

Zij neemt het in wedrennen tegen de stoutste ruiter van de woestijn op. Zij onderscheidt zich ook door haar hoogschatting van geestelijk ontwikkeling. De vrouwen van de stam van de Imanan worden geprezen om hun schoonheid en hun muzikaal talent, wanneer zij concerten geven, komen van wijd en zijd de mannen aan, uitgedost als mannelijke struisvogels. De vrouwen van vele stammen zingen iedere avond bij de begeleiding van een viool (rebâza); zij improviseren vaak daarbij. De gehuwde vrouw wordt des te meer geacht, hoe meer vrienden zij onder de mannen telt; maar om haar goede naam niet te verliezen, mag zij geen enkele bevoorrechten. “De vriendin en de vriend”, zegt zij, “zijn er voor de ogen en voor het hart, en niet alleen voor het bed, zoals bij de Arabieren”. Maar de edele Toearegvrouwen zijn niet gedwongen hun levenswandel in tegenstelling met hun gevoelens te brengen. Het huwelijk van de Toearegs is niet onverbreekbaar, de paren kunnen gemakkelijk gescheiden worden, en de vrouwen daarna een nieuwe echtverbintenis aangaan.

De vrouwen spelen de belangrijkste rol in de legenden van het land. Hetzelfde verschijnsel neemt men waar bij de Grieken uit Homerus’ tijd. Bij verschillende oorlogsondernemingen voerden zij het bevel. Een van haar, Kahiva, de Maria Theresia van de woestijn, verenigde in de aanvang van de 8e eeuw de Berberstammen onder haar heerschappij en vormde het middelpunt van de heldhaftige tegenstand tegen de inval van de Arabische veroveraars, wat eerst na haar dood gelukte, het kustgebied van het Atlasgebergte in bezit te krijgen. Zij viel met het zwaard in de hand, gedood door Hassan, de veldheer van de Arabieren.

Voor enige jaren stond aan het hoofd van de stam Ihehahu een vrouw. Tegenwoordig nog worden vrouwen, die door hun talenten uitblinken, tot de raadsvergaderingen van de stam toegelaten.

De Toearegs zijn de nakomelingen van die Libyërs, waarvan Herodotus verhaalt dat de vrouwen hun gemeenschappelijk behoorden, dat zij echter niet met hen te samen woonden, en dat de kinderen door de moeders opgevoed werden.

Paul Lafargue was de schoonzoon van Karl Marx. Hij schreef orthodoxe marxistische werken over verschillende onderwerpen als vrouwenrechten, antropologie, reformisme en economie. Bovenstaande tekst is een fragment uit Le matriarcat – Etude sur les origines de la famille (1886). Vertaling afkomstig van het Paul Lafargue Internet Archief.

Algemeen