De Soefi
Peter Breedveld

Patrizia Laquidara (foto: Luigi de Frenza)
Schrijver op locatie’ Abdelkader Benali hield zich nogal op de vlakte toen hem in het VU-weekblad Ad Valvas werd gevraagd wat hem aantrok in het soefisme, de mystieke stroming binnen de islam. VU-hoogleraar Soefisme Mustafa Basri, de hoofdpersoon in zijn nieuwe novelle De Soefi, doet aanvankelijk hetzelfde als de studente Tamara hem tijdens een college vraagt wat een soefi zo anders maakt dan een doorsnee gelovige. De soefi’s beschrijven zichzelf als zoekers’, antwoordt Basri.
In een later college geeft Basri iets meer prijs: (De soefitraditie) is een vorm van verzet. Verzet tegen kleingeestige kleinzieligheid. Verzet tegen het plaatsen van de letter boven de geest en daardoor het vermoorden van de religieuze geest.’ Benali heeft voor in het boek een gedicht opgenomen waarvan de eerste regels luiden:
Not Christian or Jew or Muslim, not Hindu,
Buddhist, sufi, or zen. Not any religion
Benali houdt niet van hokjes en etiketten, lijkt hij te willen zeggen. En het islamdebat van de afgelopen jaren is hem eveneens slecht bevallen. Hij trekt in De Soefi nogal van leer tegen de heren van middelbare leeftijd die de krantenkolommen vullen met hun existentiële angst voor mannen met baarden en vrouwen met hoofddoekjes’ en die volgens hem jongleren met de ballen van vrijheid van meningsuiting en belediging’.
De plot van De Soefi draait om het geheim van Basri, een Irakese vluchteling die, zo ontdekt Tamara, niet blijkt te zijn wie hij zegt dat hij is. Basri is op het eerste gezicht een niet al te spannende man, die zich desondanks toch in de meer dan warme belangstelling van Tamara mag verheugen. Het decor van dit mysterie is onmiskenbaar VU. Ad Valvas speelt een rolletje, omdat Tamara er een interview met de pas aangetreden Basri in leest. De lange houten banken in de centrale hal van het VU-hoofdgebouw zijn er ook, dus dan zal de volgende beschrijving ook wel op feitelijke waarneming berusten:
Wat maakte deze man bijzonder tussen alle godsdienstwetenschappers die de VU al bevolkten en die van tijd tot tijd opdoken in forums rond de islam, symposia rond de islam en borreltjes rond de islam om als nijverige bijen druk te zoemen om daarna, zonder een druppel honing gemaakt te hebben, weer naar huis terug te keren?
Die islamdiscussie speelt in De Soefi een prominentere rol dan het geheim van Basri of het soefisme, dat de hoogleraar preekt (Basri gedraagt zich in de collegezaal meer als een godsdienstleraar dan als een wetenschapper). Steeds komt Benali erop terug. Wanneer Tamara’s ex-vriendje ter sprake komt, die een hekel aan moslims is gaan krijgen toen Theo van Gogh werd vermoord, en als een student tijdens een college van Basri kritische vragen stelt over de islam: Superkritische jonge jongen, denkt dat hij alles weet. (…) Over alles kunnen praten, toch niets te zeggen hebben.’ Ook op een feestje weet Tamara zich omringd door islamofoben. Nou moet je je bek houden! schreeuwt ze tegen één van hen.
Tamara moet duidelijk nog veel colleges volgen bij haar soefische hoogleraar, want zo gaan we niet met elkaar om aan de VU.
Eerder gepubliceerd in Ad Valvas. De Soefi verschijnt in de week van 10 december en is een speciaal kerstgeschenk aan medewerkers, letterenstudenten en relaties van de VU. Op verzoek van Benali zelf zijn er ook vijfhonderd exemplaren gedrukt voor belangstellende studenten van buiten de letterenfaculteit, af te halen in de VU-boekhandel.





RSS