Frontaal
Naakt
19 januari 2008

Het maakbare lichaam

Peter Breedveld

rood_jan2008_08 (21k image)
Illustratie: Robi Roboter

De stad Ravenna in de Italiaanse provincie Emilia-Romagna wordt door de meeste toeristen genegeerd. Ten onrechte, want Ravenna bulkt van de vroegchristelijke monumenten, onder andere het waanzinnig mooie graf van de Romeinse keizerin Galla Placidia. Niet ver daarvandaan staat het Baptisterium van de Arianen, waar een mozaïek is te zien (Ravenna staat bekend om zijn sublieme vroegchristelijke mozaïeken) dat de doop van Jezus door Johannes de Doper voorstelt. Jezus staat frontaal naakt afgebeeld, zijn geslacht vrijelijk zwevend in het water van de Jordaan.

Bloederige massa
Jezus is dikwijls naakt in vroegchristelijke afbeeldingen, die ook meestal de doop als onderwerp hebben. Die onbevangen Jezus, die in zijn blootje in het water wordt herboren, staat in schril contrast met de gekruisigde Christus die sinds de Middeleeuwen centraal is komen te staan in het christendom. Kronkelend van de pijn hangt hij aan het kruis, op het punt om zijn laatste adem uit te blazen. In die visie is hij pas herboren als zijn lichaam is kapotgeranseld, wanneer zijn ziel eindelijk is verlost van die bloederige massa, zoals Mel Gibsons relipornofilm The Passion of the Christ treffend laat zien.

Heeft filosoof Govert Buijs, coördinator van de masterstudie Christian Studies of Science and Society aan de Amsterdamse Vrije Universiteit, gelijk als hij stelt dat de vermeende christelijke afkeer van het lichaam een kwestie is van ‘oppervlakkige kretologie’? In het voorwoord van het zeer lezenswaardige boekje Lijf – leven in een lichaamscultuur, uitgegeven door het ICS, Forum voor geloof, wetenschap en samenleving, schrijft Buijs dat het lichaam in de christelijke traditie juist eerbiedig wordt gevierd. De apostel Paulus schrijft immers dat het lichaam een tempel is van de Heilige Geest, merkt Buijs op.

Dat is waar, maar Paulus schrijft ook: ‘Wij geven er de voorkeur aan uit het lichaam te verhuizen en bij den Heer te gaan wonen’ (2 Korintiërs 5:8) en ‘indien gij vleselijk leeft, zult gij sterven; indien gij door den geest de werken des lichaams doodt, zult gij leven’ (Romeinen 8:13) en ‘de lichamelijke oefening is tot weinig nut, maar de godzaligheid is tot alle dingen nut’ (1 Timoteus 4:8).

Lijntje met God
Dat zet die tempel van de Heilige Geest in een ietwat ander licht. Het lichaam behoort God toe en u dient het zo min mogelijk te bezoedelen met aardse zaken. De fatsoensrakker Paulus leefde zelf celibatair maar liet zich daardoor niet weerhouden zijn medemens voor te schrijven hoe hij zijn seksleven moest inrichten (alléén binnen het huwelijk tussen een man en een vrouw). De al even invloedrijke kerkvader Augustinus onthield zich ook van seks, uit vrees dat zijn directe lijntje met God zou worden verstoord.

Dat de christelijke traditie het lichaam veronachtzaamt, is dus geen oppervlakkige kretologie. Het staat gewoon in de bijbel. Niet dat je bijbelteksten nodig hebt om die conclusie te trekken. Dat massa’s christenen, in navolging van Paulus en Augustinus (en dus niet van Jezus!) een moeizame relatie met hun eigen lichaam hebben en dat ze met hun seksualiteit al helemaal geen raad weten, weet iedereen die zijn ogen niet in zijn zak heeft zitten. Zo trekt de Evangelische Omroep momenteel veel aandacht met een televisieprogramma waarin christenen zich veertig dagen lang van seks onthouden, een soort van verzet tegen de ‘seksualisering van de samenleving’, waar iedereen het tegenwoordig over heeft. Het is blijkbaar alles of niets voor de EO-christenen. Óf seksualisering, óf geheelonthouding. De gulden middenweg, namelijk een gezonde viering van de eigen seksualiteit, is kennelijk geen optie.

Uitstekende schaamlippen
Interessant is ook het proefschrift waarop antropologe Janet van der Does de Willebois-Andrewes een paar jaar geleden promoveerde aan de Vrije Universiteit. Bodyworks: dress demeanour and worldview in the south of Senegal is het verslag van het onderzoek dat Van der Does deed naar lichaamscultuur in een animistisch, een islamitisch en een christelijk dorp, slechts enkele kilometers van elkaar verwijderd. Haar bevindingen zijn zeer interessant: de naakte animisten zien hun lichaam als een deel van hun omgeving. Kleren zouden het contact daarmee verbreken. De wijde, losse kleding van de bewoners van het moslimdorp is bedoeld om hun lichaam vrij te houden van stof en vuil, want het moet rein zijn om in contact met God te komen. De christenen tenslotte, zo schrijft Van der Does, hullen hun lichaam in nauwsluitende kleding, die het lichaam als het ware afsnoert van het hoofd, waar het allemaal om draait. Het christendom is immers een religie van het denken, terwijl in de islam de nadruk sterkt ligt op lichamelijke handelingen. Kijk maar eens naar de verschillende manieren waarop moslims en christenen bidden.

Terug naar Lijf – leven in een lichaamscultuur, waarin behalve Buijs, tevens hoofdredacteur, twaalf andere christelijke wetenschappers schrijven over de christelijke visie op de huidige lichaamscultuur. Dat wil zeggen de heersende obsessie met het ‘maakbare lichaam’ dat wordt gemarteld in het fitnesscentrum en op de operatietafel van de plastische chirurg om zoveel mogelijk te voldoen aan een ideaal: strak, slank, gespierd, regelmatig. Flaporen gecorrigeerd, uitstekende schaamlippen weggesneden. Documentairemaakster Sunny Bergman zwengelde vorig jaar de discussie erover aan met haar film ‘Beperkt Houdbaar’.

Onthutsende dooddoeners
Het zijn verdraaid interessante essays, met soms zeer knappe analyses. Theoloog Marco Derks houdt bijvoorbeeld de film Fight Club tegen het licht, waarin de hoofdpersonen volgens hem naar extreme ervaringen hunkeren omdat ze in de moderne samenleving verstoken blijven van een essentieel onderdeel van het leven – pijn. Sportfilosoof Ivo van Hilvoorde beschrijft de ‘maakbaarheid van het lichaam’, een verschijnsel van alle tijden, maar door de vermaakindustrie, de media en de commercie totaal uit de hand gelopen. Theoloog Ruard Ganzevoort wijdt een essay aan het ‘geschonden lichaam’ van Christus, dat het voor de mens mogelijk maakt zich met hem te vereenzelvigen. Bewegingswetenschapper Ruben van der Scheer beschrijft de heilzame werking van lichamelijke oefening voor mensen met psychische problemen.

So far so good, maar dan de conclusies die sommige schrijvers trekken…! Alles komt goed als we ‘het lichaam van Christus herkennen in dat van de ander’, besluit Derks zijn filmbespreking. Psychiater Gerrit Glas zoekt het in de ‘relatie tot God’. ‘Het ware lichaam is het lichaam van Christus’, meent theoloog Wolter Huitinga. Het zijn onthutsende dooddoeners aan het eind van vaak rake analyses.

Eerder gepubliceerd in Ad Valvas, weekblad van de Amsterdamse Vrije Universiteit.