Kleren maken de mens
Peter Breedveld

Illustratie: Mirjam Vissers
Awa Diatta heeft nog nooit schoenen gedragen. Ze kán ze niet eens dragen, al zou ze willen. Meer dan zeventig jaar heeft ze op blote voeten gelopen. De huid van haar voeten is er dik en leerachtig van geworden, als bescherming tegen het hete zand en scherpe doornen. Haar tenen hebben zich in de loop der jaren zo gekromd dat haar voeten absoluut ongeschikt voor schoenen zijn.
Sociologen en antropologen hebben zich de laatste jaren veel bezig gehouden met de rol die kleding speelt bij het bepalen van iemands plaats in de sociale rangorde, zijn politieke houding of zijn ethnische afkomst. Met andere woorden: welke signalen geeft iemand af met de kleding die hij draagt? Cultureel Antropologe Janet van der Does de Willebois-Andrewes heeft die vraag omgedraaid: hoe wordt iemand beïnvloed door de kleding die hij draagt?
Van der Does bezocht drie dorpen in dezelfde Zuid-Senegalese regio; een animistisch, een islamitisch en een christelijk dorp, waarvan de bewoners allen dezelfde etnische afkomst hebben. Daar bestudeerde ze in hoeverre de manier van kleden in die dorpen invloed heeft op lichaamshouding en gedrag, en wat het verband is met de godsdienst van de dragers van die kleding. Zij schreef er in 2001 een proefschrift over: Bodyworks: dress demeanour and worldview in the south of Senegal.
De hierboven genoemde Awa Diatta woont in het animistische dorp Samatite. De bewoners geloven in de bezieldheid van de bomen, de dieren, de dingen om hen heen. Ze zien zichzelf als een onderdeel van hun omgeving, de natuur. Blootsvoets lopen betekent in contact zijn met die natuur. Schoenen verbreken dat contact.
Slechts enkele kilometers van Samatite ligt het dorp Santiaba, een moslim-dorp. Alleen al de gedáchte op blote voeten rond te lopen vervult de bewoners van Santiaba met afgrijzen. Het vuil dat daardoor aan hun voeten blijft kleven maakt het lichaam onrein, waardoor hun gebeden niet worden gehoord in de hemel.
In het christelijke dorp M’lomp, in dezelfde regio als Samatite en Santiaba, dragen de bewoners schoenen die de hele voet omsluiten. Ze isoleren die voet als het ware, niet alleen van de aarde en de lucht, maar ook van de rest van het lichaam. Dat is een typisch Westerse manier van kleden: bovenlichaam, onderlichaam en voeten zijn gehuld in nauwomsluitende kleding die het lijf duidelijk onderverdeelt in afzonderlijke zones, die niets met elkaar te maken lijken hebben.
Voor Van der Does is het duidelijk: kleding (of het gebrek daaraan) bepaalt in hoge mate de manier waarop mensen zich bewegen en gedragen en dat hangt weer nauw samen met hun wereldbeeld. Om bij het voorbeeld van het schoeisel te blijven: Van der Does merkt op dat juist door de afwezigheid van schoeisel het lichaam van de animisten van Samatite een houding krijgt die onmiddellijk herkenbaar is. De manier van lopen van moslimvrouwen van Santiaba wordt daarentegen bepaald door de slippers met hakken die zij dragen. Het maakt hun gang langzaam en statig.
Dat geldt ook voor de overige kleding die moslims dragen. De Islam is nadrukkelijk een religie die van de gelovige bepaalde handelingen verlangt. Kleding is daarbij een hulpmiddel. Het helpt correct’ moslimgedrag te bevorderen. Bovendien wordt de sociale status ermee benadrukt. Hoe hoger de status, hoe meer kleding er wordt gedragen, wat de manier van voortbewegen meer beheerst en dus statiger maakt.
Heel anders is dat bij christenen. Die worden vooral geacht een heleboel te wéten om een goede gelovige te zijn. Het christendom is daarnaast een godsdienst die is geimporteerd vanuit Europa, het werelddeel waar aan de ratio de meeste waarde wordt gehecht. Voor christenen is vooral het hoofd belangrijk, waar immers de rede huist. Het lichaam is ondergeschikt. Dat wordt van de buitenwereld en het hoofd afgesloten, afgesnoerd eigenlijk, door kleding naar Westers model. De kleding van christenen houdt het lichaam in bedwang, terwijl de wijde gewaden van moslims juist een vrijere manier van bewegen mogelijk maakt.
Van der Does is het opgevallen hoe onzeker christenen vaak zijn over hun lichaam. Zo zijn ze bijvoorbeeld veel meer bezig met hun gewicht dan moslims, wier wijde kleding de contouren van het lichaam verhult.
De animisten van Samatite zijn juist trots op hun lichaam, dat gespierd is en in goede conditie door het vele werken op het land. Omdat animisten nauwelijks gebruik maken van moderne technieken, is de landbouw voor hen bijzonder arbeidsintensief. Ze gebruiken daarbij vooral hun eigen lichaam als instrument. Prestige wordt ontleend aan veel werken, niet aan bezit. Een recht, sterk lichaam en een vaste tred is het resultaat van een leven van hard en veel werken. De Samatiten dragen wel kleding, maar om puur functionele redenen. Van der Does meent zelfs een zekere spotzucht te ontwaren waar het kleding betreft. Zo had een man overduidelijk veel plezier in het belachelijke figuur dat hij sloeg met zijn fel oranje, slechtzittende pak, dat hij op de markt op de kop had getikt.
Wanneer een overleden dorpsgenoot wordt begraven, wordt zijn nagedachtenis geeerd door zijn werkhouding en manieren te imiteren. Ieder heeft zijn eigen lichaamstaal, waaraan de anderen hem onmiddellijk herkennen. In feite zijn de houding en manier van bewegen de werkelijke kleding waarmee een Samatiet zich tooit.
De islamitische Santabianen verhullen hun lichaam, de christelijke M’Lompenaars snoeren het af en de animistische Samatiten zijn hun lichaam. Soms worden mijn lang gekoesterde vooroordelen zó volledig en absoluut door wetenschappelijke studies bevestigd, dat de wereld wel een zorgvuldig gecultiveerde Japanse tuin lijkt.
Peter Breedveld is ook een soort animist
14 oktober 2006 — Algemeen
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS