Frontaal
Naakt
6 april 2012

Wimpie

Peter Breedveld

“Bent u van de krant?” vraagt mevrouw Kimah Slee. “U bent wel laat, het is nu veertig jaar geleden.” Ze lacht verlegen. Haar man Wim zit op de bank met krantenknipsels in zijn hand: berichten over de verdwijning van hun 6-jarige zoontje Wimpie, op donderdag 11 april 1963.

Tussen de knipsels bevindt zich ook de laatste tekening die Wimpie maakte, van een paashaas met een karretje vol kleurige eieren onder een stralende zon.

Slee is nu 86 jaar oud. Zijn vrouw, een Javaanse, is 72. Ze wonen al meer dan veertig jaar in hetzelfde huis aan de Voorburgse Prins Hendrikstraat. “Wimpie was een verdomd aardig joch”, vertelt Slee. “Hij hield veel van dieren. Als hij later groot was, wilde hij een boerderij, zei hij altijd. Maar, zei-ie dan, wel met schone koeien. Hahaha.”

Wimpie was op die noodlottige donderdag gaan spelen met een buurjongetje. Het jongetje moest echter naar de kapper, waarna Wimpie zich alleen moest zien te vermaken. “Toen ging hij waarschijnlijk op avontuur, want het was een ondernemend ventje.” Toen Slee ‘s avonds terugkwam van zijn werk, bij een Haagse drukkerij, was Wimpie nergens meer te vinden.

“Twaalf nachten heb ik niet geslapen, al die tijd heb ik aan een stuk door gezocht”, aldus Slee. “Ik dacht: ‘Misschien zit hij ergens vast.’ Zelfs in de toren van de Sint Martinuskerk heb ik gekeken.”

Aan de wand in hun kleine huiskamer hangt een foto van Wimpie, een vrolijk lachend, knap kereltje met een cowboyhoedje op. Mevrouw Slee pakt een andere foto van een kast, waarop Wim met zijn zusje Linda staat, die toen twee jaar oud was. In zijn armen houdt hij een enorme teddybeer.

“We hebben veel steun van de buurt gehad”, vertelt zij. “Iedereen hielp bij het zoeken.” De hele omgeving werd afgekamd: de parken, het gebied langs de Vliet, de wagons bij station Leidschendam-Voorburg. “Er was een matroos van de marine die hier in de buurt woonde”, vertelt Slee, “die kroop door de openliggende rioolbuizen op een bouwterrein, om te zien of Wim misschien daar was.”

Een zwager van Slee opperde om de Utrechtse paragnost Gerard Croiset in te schakelen. Croiset was een wereldberoemde helderziende. Dankzij hem zouden al honderden vermiste personen zijn opgespoord. Slee geloofde er niet erg in. “Er waren al wel tien paragnosten bij ons aan de deur geweest. De ene wilde een kledingstuk, de ander een stuk speelgoed om contact met hem te krijgen. Zonder resultaat.”

Met Croiset ging het anders. Hij kwam op 19 april naar Voorburg en vertelde de ouders meteen dat Wim ter hoogte van de Wijkerbrug was verdronken. “Ik ben vrij nuchter”, zegt Slee. “Maar dit was toch wel heel frappant. Croiset was nog nooit bij de Wijkerbrug geweest, maar hij wist allerlei details. Een prieeltje, een sloot die daar toen was, kartonnen dozen die daar lagen.” “Dat kon hij niet weten”, zegt zijn vrouw.

Per auto reed de politie met Croiset langs de Vliet. Slee zat achterin. “Bij de Kerkbrug werd zijn gezicht opeens rood en begon hij te trillen”, vertelt Slee. “Toen kreeg hij contact met Wim.” Croiset voorspelde dat Wimpie op maandag of dinsdag bij de Kerkbrug zou komen bovendrijven, wat op dinsdag inderdaad gebeurde. “Hij was bij de Wijkerbrug in het water gevallen en door de passerende boten meegevoerd naar de Kerkbrug”, aldus Slee.

Wimpie werd onder enorme belangstelling begraven aan de Rodelaan. Elk jaar op 11 april leggen zijn ouders nog bloemen op het graf. Slee: “We hebben er twee jaar lang vreselijk onder geleden. Maar het slijt, he. Je pakt je leven weer op. Gingen we weer op vakantie, naar Frankrijk. Maar zonder Wimpie was het toch niet zo leuk meer.”

Eerder verschenen in De Haagsche Courant.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home