De oneindige oorlog (deel 1)
Frans Smeets

Illustratie: Alphonse Etienne Dinet
We zijn sinds zeven jaar in oorlog. Het schijnt zo te zijn. Zelf zie ik de straaljagers van Osama nog niet zo snel over mijn huis scheren. En de kans dat ik door twee vrachtwagens tegelijkertijd op een fietspad geplet word terwijl ik orale seks heb, is groter dan dat ik opgeblazen word door De Vijand.
In feite zijn we helemaal niet in oorlog. Ik durf de stelling aan, dat op globale schaal de islam niets, maar dan ook werkelijk niets voorstelt. Sterker nog, de islam heeft het volledige recht om zichzelf en zijn bedreigde cultuur te beschermen en met geweld te verdedigen.
De aanslag op het WTC was in feite een David tegen Goliath-actie van een fanatieke sekteleider tegenover het machtigste land ter aarde. De reus kreeg een koekje van eigen deeg en was in zijn staat van welvaart niet meer gewend dat oorlog ook pijn en vernedering kan betekenen. De VS dacht immuun en onaantastbaar te zijn voor de gevolgen van oorlog en daarmee betekende de aanval van een klein groepje fanaten een totale vernedering.
Het aanvallen van burgerdoelen en economische belangen is een bekende strategie in oorlogsvoering. Bekend zijn de aanvallen op de handelsschepen en de massabombardementen in de wereldoorlogen waar honderdduizenden burgers bij omkwamen. Bomber Harris heeft er zelfs ooit een standbeeld mee verdiend. Geïnteresseerd in aantallen slachtoffers zijn overheden trouwens nooit geweest.
Wat veel minder aandacht kreeg dan de aanval op het WTC was de aanval op het Pentagon. En het is vreemd te noemen, dat het opblazen van een paar geldschuivers, proleten en zakenlui in een vierkante bak meer verontwaardiging opwekte, dan een directe aanval op het militaire epicentrum (het Pentagon) van de grootmacht VS. En het waren niet alleen de “fantastische” tv-beelden die dit veroorzaakten. De aanval op het WTC was namelijk niet een aanval op de militaire grootmacht VS, maar op het waardesysteem van de gehele westerse wereld. Het was alsof je een bom op het Vaticaan van het Westen gooide. Oftewel, bekeken vanuit het gedachtegoed van Bin Laden, een bom op het epicentrum van de vervuiler van “zijn” samenleving.
En nu zijn we in oorlog met Het Terrorisme. Maar waar vechten we eigenlijk tegen?
Wie door de Arabische wereld reist, ontdekt dat “onze vijand” meer geïnteresseerd is in de ster op de motorkap, neuken en merkkleding dan in het Heilige Boek. Ondanks het eeuwige gemopper op het Westen adoreren ze onze rijke samenleving. De markten van Damascus en Teheran, ooit symbolen van de islamitische cultuur, liggen vol met prullaria, Barby’s en Ipods. Als Wallstreet kucht, lijden ze honger in Cairo, en niet visa versa. De meeste Arabische regimes vallen als kaartenhuizen ineen als de VS er niet jaarlijks miljarden dollars inpompt. Ons systeem is dominant aanwezig in alle vezelen van de Arabische maatschappijen, tot in de kleinste uithoeken van elk land. En in feite geldt dit trouwens voor de gehele wereld.
Persoonlijk denk ik dat veel islamitisch radicalisme eerder voortkomt uit de frustraties over de onmogelijkheid van het bereiken van materiele vooruitgang, de corruptie van politieke systemen en de sociale dwang, dan uit geloofsovertuiging. Iedereen moet tenslotte de illusie hebben ergens voor te leven.
Symbolisch voor de onmacht van de Arabische wereld vond ik het neerhalen van het standbeeld van Saddam Hoessein bij de inname van Bagdad door de Amerikanen. Het beeld zag er van de buitenkant imposant uit, maar toen het neergehaald werd, bleef het op twee goedkope blikken kokers hangen. Geen robuust RvS, duur koper, gegoten brons, goud of high tech DSM-materialen, maar blik en gietijzer. Dat was onze vijand, die het Westen bedreigde. Een materiaalanalyse van het standbeeld van Saddam en we hadden kunnen weten dat de oorlog op bedrog gebaseerd zou worden. Tja, en nou zit je daar in die woestijn
En dan Afghanistan, de habitat van onze grotbewoner Osama. Ooit een trots en welvarend land, de laatste vijftig jaar speelbal van de Sovjet Unie en de VS en naar de middeleeuwen gebombardeerd, hetgeen we ze nu weer kwalijk nemen. Het was in de chaos van het door ons kapot gemaakte Afghanistan waar het rijkeluiszoontje Osama een vluchtoord had voor zijn sekte. Een land met meer dan één miljoen slachtoffers in de Koude Oorlog om het gelijk van een paar ideologen aan de andere kant van de wereld te bevestigen. De nachtmerrie voor hen duurt nog steeds voort.
De Afghanen hebben het grootste gelijk van de wereld om boos te zijn, ons te verachten en ons het land uit te schieten. Trouwens, zouden wij het accepteren als de Afghanen hier met hun tanks door de straten reden, nadat de Vrije Volkers-ers een Afghaanse moskee hadden gebombardeerd? Natuurlijk niet.
En ondanks het aangerichte leed is er geen enkele Afghaan die hier een bom heeft geplaatst of een regelrechte bedreiging voor ons was. Respect voor de vredelievendheid van dit volk.
Kijk eens naar het wapentuig van onze oorlog tegen Het Terrorisme. Satellietgestuurde raketten tegenover rugzakdragertjes met geïmproviseerde munitie, industriële grootmachten tegenover middeleeuwse landbouw, informatietechnologie tegenover stammengezwets, satellietbeelden tegenover verrekijkers, zwaarbewapende infanterie tegenover verouderde Russische kalashnikovs, straaljagers en helikopters tegenover hard wegrennen en World Trade Centers tegenover grotbewoners.
Eigenlijk is onze manier van vechten veel smeriger en laffer dan die van de “vijand”. Lekker gemakkelijk aan de andere kant van de wereld van een kilometer hoogte risicoloos gamen, zonder reële kans zelf geraakt te worden. En dan ook nog verontwaardigd zijn dat de vijand zich niet keurig volgens militaire principes geüniformeerd in rijen opstelt. Op de grond ziet een westers “precisiebombardement” er hetzelfde uit als een opengereten metro in Madrid. Rondvliegende darmen, brandend vlees, onthoofdde lichamen, opengeslagen schedels. Het is de afstand die de strijd zo laf maakt. Zo’n zelfmoordjochie heeft tenminste nog de ballen, of stupiditeit, om de ervaring van zijn tegenstanders te delen. Daartoe zijn wij niet bereid. Wij voeren namelijk een “nette” en “keurige” oorlog. Althans voor onszelf en natuurlijk niet te vergeten voor de baan van Jaap de Hoop Beffer.
De mensen achter de aanslagen in New York, Madrid, Londen en op van Gogh waren geen Afghanen of Irakezen, maar producten van eigen westerse bodem. En dat maakt het geheel een stuk ingewikkelder om op te lossen. De bommenleggertjes waren namelijk van goede komaf. Het waren producten van het westen en ze kwamen niet uit de sloppenwijken van Cairo, Bagdad of de grotten van Uruzgan. Die mensen hebben hele andere zorgen. Bin Laden had zijn woestijnmantel afgelegd, de Bentleysleutels bij pappa ingeleverd en ging als een soort van verwende Don Quichot op zijn muilezel achthonderd kilometer verderop op zoek naar zingeving door in een vreemd land tegen de Russen te vechten. En later tegen ons…
De oorlogen in Irak en Afghanistan zijn foute bezettingsoorlogen tegen onschuldige volkeren die het Westen werkelijk nog nooit een haar gekrenkt hebben. Het zijn fictieve vijanden die als bliksemafleider, rechtvaardiging en veroorzaker dienen voor het voeren van een geheel andere oorlog; namelijk die tegen onszelf. De War on Terror is vooral een oorlog van staat tegen haar eigen onderdanen, waarin de Westerse waarden geslachtofferd worden. In plaats van de aanslagen gebruiken om onze eigen waarden van democratie, burgerrechten en individualiteit te versterken, worden de aanslagen misbruikt om foute oorlogen te voeren, de rechtstaat te ondermijnen en het individu te controleren en zelfs te martelen.
Osama heeft zijn doel bereikt.
(Wordt vervolgd)
Frans Smeets is van mening dat kunst eigenlijk niet bestaat. Desondanks doet Frans een poging.





RSS