Caramel
Peter Breedveld

Illustratie: Alphonse Etienne Dinet
Caramel is een zoete bron van zinnelijk genot, maar ook een pijnlijk ontharingsmiddel. Die paradoxale combinatie levert een mooie scène op in de Libanese film Caramel, waarin hoofdpersoon Layale, gespeeld door de regisseuse van de film, Nadine Labaki, wellustig proeft van de caramel waarmee ze een moment later de sympathieke echtgenote van haar minnaar pijnigt, die nietsvermoedend haar schoonheidssalon is komen binnenwandelen.
De schoonheidssalon is Layales koninkrijk, het domein waar zij bijna onbeperkte macht heeft over de mensen die zij daarbuiten als haar meerdere moet erkennen. De echtgenote van de man op wie ze verliefd is, en ook de knappe politieman die haar op straat steeds op de bon slingert voor verkeersovertredingen. In de salon is de politieman aan haar grillen overgeleverd. Hij is er niet helemaal gerust op, maar schikt zich gelaten in zijn lot. Haar minnaar komt de salon niet in. Hij dwingt haar steeds, op bevel van zijn claxon, haar koninkrijk te verlaten en zich bloot te stellen aan de onrechtvaardige wetten van de buitenwereld.
Niet alleen Layale, ook haar werknemers genieten in haar salon van de vrijheden die ze buiten door de maatschappij worden ontzegd. Slechts op het werk kan de lesbische Rima zichzelf zijn, niemand dan haar collega’s kan Nisrine, die op het punt staat te trouwen, vertellen dat ze geen maagd meer is en de gescheiden moeder Jamale worden in de salon de vernederingen bespaard die zij als ouder wordend model krijgt te verduren.
Overigens is Layales koninkrijk niet compleet autonoom. In een veelzeggende scène komt er, terwijl zij bezig is de politieman van zijn snor te ontdoen, zomaar opeens een katholieke processie binnenvallen. Daarmee is haar macht over hem meteen gebroken. Hij staat onmiddellijk op uit zijn stoel om een kruis te slaan en mee te zingen, enigszins gegeneerd, dat wel.
Toen ik via Google informatie over deze film zocht, stuitte ik op twee kwalificaties die Caramel mijns inziens groot onrecht doen. De eerste was oosterse Sex and the City‘, de tweede voorspelbare chick-flick‘. De enige overeenkomst met Sex and the City is dat de film draait om een groep vrouwen. Maar de bordkartonnen personages in Sex in the City zijn allemaal afschuwelijk verwend en extreem onsympathiek, terwijl de vrouwen in Caramel van vlees en bloed zijn, en stuk voor stuk op hun manier innemende vechters uit noodzaak. Dat de film voorspelbaar zou zijn, slaat nergens op. Alleen al het feit dat de film in Beiroet speelt, en er met geen woord gesproken wordt over oorlog en etnisch-religieuze conflicten, mag toch behoorlijk verrassend worden genoemd. (Toch is het beeld van Beiroet in de film, volgens Labaki in een interview op de DVD, volstrekt realistisch.)
Daarnaast denk ik bij chick-flicks ofwel aan larmoyant zelfbeklag, ofwel aan oppervlakkige romantische komedies volgens een vast stramien, waarbij altijd sprake is van een misverstand dat vlak voor het einde wordt opgelost en die zonder uitzondering romantisch’ noch komisch’ zijn. In Caramel draait het om chicks‘, dat klopt, en die hebben problemen in de liefde, klopt ook, maar die problemen worden veroorzaakt door de hypocrisie en de taboes in een onrechtvaardige samenleving. En dan komt het meest onvoorspelbare: Labaki kaart die onrechtvaardigheid aan zonder te verzanden in het pathetische zelfbeklag waar vrouwen patent op lijken te hebben en met een behoorlijke dosis subtiele humor, zelfspot ook. Nooit zag ik het lijden van vrouwen zo zinnelijk verbeeld.
In de film ook geen spoortje mannenhaat, integendeel. De mannelijke personages zijn allen sympathiek en zachtaardig. Zelfs voor de autoritaire politieman die Nisrine en haar verloofde Bassam arresteert omdat ze ’s avonds laat samen in Bassams auto zitten te praten en daardoor verdacht’ zijn, is sympathie op zijn plaats omdat de opstandige Bassam hem feitelijk weinig keuze laat met zijn grote mond (Zelfs God kan mij niet uit mijn auto laten stappen, provoceert Bassam).
De enige echte zakkenwasser in de film, Layales minnaar, komt nooit in beeld.
Labaki zegt in het interview ook dat ze niet is geïnteresseerd in een aanklacht tegen mannen. De hele samenleving is schuldig, zegt ze. Vaak zijn het juist de vrouwen die elkaar het scherpst controleren en veroordelen. Kijk aan, dat zeg ik nou ook altijd. De grootste vrouwenonderdrukkers zijn vrouwen, waar ook ter wereld.
Caramel is een juweel van een film. Ik kan nauwelijks geloven dat het het regiedebuut is van Labaki, en dat de acteurs in de film allemaal amateurs zijn, verbaasde me ook, want ze spelen weergaloos. De mise en scène is subliem, de belichting warm en zacht, de montage en de timing zijn feilloos en ook de soundtrack (Satie-achtige muziek met oosterse accenten) is erg mooi. Bovendien is alleen al het kijken naar het kijken van Labaki en haar tegenspeelster Yasmine Elmasri (mooie ogen!) een hemelse ervaring. Waren alle vrouwenfilms maar zo.
Ik had nooit van Caramel gehoord en nam de film uit de videotheek mee vanwege de prachtige hoes met daarop een in warm, gouden licht badende Labaki in een sexy jurk. Wat een geluk dat er niet zo’n mistroostig affiche op de voorkant staat dat het filmhuisgenre zo typeert, dan had ik veruit de mooiste film, die ik dit jaar tot nog toe heb gezien (zelfs beter dan Hellboy II!) gewoon gemist.
Peter Breedveld ziet bijna alleen maar ravissante vrouwen op de nieuwsfoto’s en filmreportages uit Libanon en begrijpt dus niet waar Libanese mannen de tijd vandaan halen voor hun etnisch-religieuze geëikel.
4 oktober 2008 — Algemeen
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS