Frontaal
Naakt
20 januari 2013

Kleine plaatjes, grote verhalen

Peter Breedveld


Illustratie: Alexandre Bystrov

“De laatste jaren lees ik geen strips meer, maar vooral échte boeken”, zei striptekenaar/illustrator Peter van Dongen tijdens een gezellig gesprek dat ik zaterdagavond op het Winternachtenfestival had met hem en zijn collega’s Barbara Stok en Thé Tjong-Khing.

Gelach in de Grote Zaal van het Theater aan het Spui, waar ik het publiek aan de hand van het werk van deze drie tekenaars ervan probeerde te overtuigen dat strip een mooi medium is waarmee je grote thema’s kunt aansnijden, net zoals dat kan met een roman, een film of een kunstwerk. En daar trok Van Dongen op het laatst in één keer het fundament onder mijn zorgvuldig opgebouwde stellage vandaan.

Blatante schijnheiligheid

Als stripauteurs zelf al zo’n duidelijk onderscheid maken tussen strips en échte boeken, wie zal mij dan nog geloven? Van Dongen baarde eind jaren negentig veel opzien met het eerste deel van zijn tweeluik Rampokan, dat zich afspeelt aan de vooravond van de Politionele Acties in Nederlands-Indië.

Het album oogt op het eerste gezicht als een avontuur in de stijl van Kuifje, maar bevat een gecompliceerd verhaal over de waanzin van oorlog, racisme, loyaliteit en identiteit. Van Dongen, die zich uitgebreid documenteert, laat een aspect van de Nederlandse koloniale geschiedenis zien dat Nederlanders nog steeds graag onder het mottige tapijt van hun blatante schijnheiligheid vegen.

Als Nederlanders al willen erkennen dat er in Nederlands-Indië oorlogsmisdaden zijn gepleegd, betoogde Van Dongen, dan schrijven ze die op het conto van de Molukse militairen in het Nederlands-Indische leger. “Want onze eigen, blanke jongens zouden zulke verschrikkelijke dingen nooit doen”, zei hij sarcastisch.

Smaak van het publiek

Lijden voor de kunst is het thema van Barbara Stoks nieuwe boek Vincent over Vincent van Gogh. Stok heeft de periode in Van Goghs leven genomen waarin hij leed aan psychoses, culminerend in het afsnijden van een stuk van zijn eigen oor. Zeer intens in beeld gebracht, in een minimalistische tekenstijl en felle, primaire kleuren, waardoor een direct beroep wordt gedaan op de emoties van de lezer.

Vincent gaat niet alleen over Van Gogh, beaamde Stok desgevraagd, maar ook over haarzelf. Van Gogh weigerde zich aan te passen aan de smaak van het publiek in zijn tijd, en groeide daardoor uit tot één van de belangrijkste kunstenaars uit de geschiedenis. Dat kon hij dankzij de financiële steun van zijn broer Theo. “Hoeveel Van Goghs zouden er nu rondlopen, die zich niet kunnen ontplooien door de kaalslag in de kunstsubsidiëring?” vroeg Stok zich geagiteerd af.

Adriaan van Dis

Van Dongen vindt het onzin om van een kunstenaar te eisen dat hij de commercie weerstaat. “Ik maak regelmatig commercieel werk”, zei hij. “Daardoor kan ik me toeleggen op het tekenen van strips, dat nauwelijks iets opbrengt”. – “Maar waar schep je de meeste bevrediging in?” vroeg Stok. “In die strips”, gaf Van Dongen toe. Maar hij legt zich erbij neer dat hij daar maar mondjesmaat aan toekomt. Alweer jaren geleden is hij begonnen aan het verstrippen van een novelle van Adriaan van Dis, ‘Familieziek’. Daarvoor heeft hij twintig pagina’s in potlood getekend, en het zal nog zeker een jaar of drie duren voordat dat werk is voltooid, vertelde hij.

Van Thé Tjong-Khing kent iedereen, die in Nederland is opgegroeid, wel zijn tekeningen in de kinderboeken van schrijvers als Guus Kuijer en Miep Diekmann. Strips maakt hij al tientallen jaren niet meer omdat de constante herhaling, die strip eigen is, hem ging vervelen. Toch vertelde hij enthousiast aan de hand van op twee grote schermen geprojecteerde scènes uit Arman & Ilva hoe hij lichaamstaal, mise-en-scène en belichting gebruikte om bepaalde emotionele effecten te bereiken.

Achteloze wreedheid

Thé’s interessantste strips zijn echter de korte verhalen die hij maakte voor andere het tijdschrift De Vrije Balloen. Met sardonisch plezier fileert hij daarin de Nederlandse samenleving, de waan van de dag, de bombastische zelfdeceptie van de mondige burger. In een briljante slotscène van één van die verhalen slaat een man zijn vrouw in elkaar, en Thé laat het eruit zien als een elegant ballet. Het tafereel is onweerstaanbaar grappig in zijn achteloze wreedheid. Niet gehinderd door enige politieke correctheid verklaarde de tachtigjarige Thé dat die vrouw het eigenlijk wel lekker vond. “Waarom tekent u zoiets?” vroeg ik. “Gewoon”, lachte hij, “dat vind ik leuk.”

Thé maakt zich geen zorgen om de nachtmerries die kinderen krijgen na het zien van zijn kinderboektekeningen waarin mensen verscheurd, uiteengereten en aan stukken gesneden worden. Reusachtige draken dreigen kleine mensjes te verslinden, een vrouw wordt het water ingesleurd, naar een wisse verdrinkingsdood. “Ach wat”, wuifde Thé mijn bezwaren weg. “In die tekeningen gebeurt tenminste wat.”

Zie hier een ander verslag van hetzelfde gesprek door cultuurjournalist Daniël Bertina.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home