Frontaal
Naakt
22 november 2008

Kunstbeeld

Frans Smeets

Z12 (55k image)
Illustratie: Anders Zorn

Iedereen die wel eens een museum, galerie of academie voor moderne beeldende kunst bezoekt, kent het gevoel dat je ergens naar moet kijken wat totaal buiten jouw belevingswereld staat.

Een hoop zand met een stukje metaal erin, propjes papier bij elkaar geveegd, een samenraapsel van afval zonder logica, een breiwerkje met dildo (zucht) en als je echt pech hebt, dan kom je terecht in wat ze ‘Performance Art‘ noemen. Een individu of groep mensen die denkt dat zijn intuïtieve handelen een kunstzinnige waarde heeft, simpelweg, omdat hij kunstenaar is. Een waarde, althans voor henzelf.

Het onbegrip heeft in het verleden tot amusante incidenten geleid. Van poetsploegen die kunstwerken opruimden, een sokkel die tentoongesteld werd en het meest bekende voorbeeld was de vernieling van Who’s afraid of Red, Yellow and Blue van de kunstenaar Newman, waarbij het schilderij tijdens de restauratie met de verfroller werd overgeschilderd. Totale kosten restauratie inclusief nasleep: rond de één miljoen gulden.

De dwingende stilte van musea geeft je het gevoel van domheid. Iedereen om je heen grijnst ongemakkelijk, trekt eens aan zijn sik, zet zijn te grote bril recht en staart wezenloos net iets te lang. Maar allen pretenderen het kunstwerk te begrijpen en zullen het nooit in hun hoofd halen om de onschendbaarheid en onfeilbaarheid van het kunstwerk te verachten. Simpelweg, omdat ze niet durven. Want iedereen denkt van iedereen dat ze ‘het’ begrijpen en dat zij zelf de enige dommeriken zijn, niet in staat de genialiteit van de maker te doorgronden. Maar laat u niet foppen. In werkelijkheid begrijpt niemand er een snars van. Het is kunst, omdat de maker zegt dat het kunst is.

Zelf ben ik al een aantal jaren geabonneerd op Kunstbeeld waar veel van deze onbegrepen kunst besproken wordt (ken uw vijanden.) In huize Smeets heet dit “Juist Ja”- kunst. Aanvankelijk probeerde ik open te staan voor de beschrijvingen van deze kunstwerken, maar in de loop van de tijd ben ik ze steeds dommer gaan vinden. Het is hetzelfde kritiekloze gezwets (een paar uitzonderingen daargelaten) dat ik al dertig jaar aanhoor. Dezelfde terminologie, dezelfde rechtvaardigingen, maar bovenal dezelfde kritiekloze en incestueuze relatie met het imago van de kunstenaar.

De laatste uitgave sloeg werkelijk alles en je kunt je afvragen in wat voor wereld sommige mensen leven. Daarin gaat Machteld Leij in gesprek met de kunstenaar Navid Nuur (wie kent hem niet?). Het volledige artikel is hier (pagina 1) en hier (pagina 2) te lezen.

In het hele artikel staat werkelijk niet één kritische vraag of opmerking. Het is alsof Baghwan door een van zijn discipelen ondervraagd wordt. Alles wordt geaccepteerd, er wordt niet doorgevraagd, kritiek kennen we niet en het lijkt of de vaak stupide en kinderlijke antwoorden van Nuur slechts dienen om het Kunstbeeld van Machteld in stand te houden. Sterker nog, ze geeft toe met dat typische kunstjargon, dat ze er eigenlijk geen moer van snapt ( ‘geven hun ideeën niet prijs’ en ‘niet snel te doorgronden’), en ze ziet dit niet als een motief om de maker het vuur eens aan de schenen te leggen. Ze gebruikt haar eigen onbegrip als motief voor de kwaliteit van het kunstwerk. Dat heet je ratio in geloof omzetten. Je krijgt als lezer het gevoel dat je een blaadje van de Jehovagetuigen aan het lezen bent. Alsof je een klein kind bent dat moederlijk toegesproken wordt over het leven van Jezus.

Het werk van Navid Nuur wordt door Machteld ‘associatief, subtiel en ongelofelijk speels’ genoemd. Stereotiep kunstjargonneriger kun je het echt niet krijgen om de onbegrepenheid te plaatsen. Persoonlijk heb ik het gevoel dat dit soort terminologie vooral dient om de onbekwaamheid, luiheid en nietszeggendheid met hoogdravendheid te verbloemen.

Er moet natuurlijk altijd aangetoond worden dat de maker een erg belangrijke kunstenaar is en met name waarom zijn kunst hot is. Verklaringen worden gezocht in de achtergrond, studie, etniciteit (als het meezit), jeugdjaren, maar bovenal, zijn positie op de kunstladder uitgedrukt in het aantal exposities. De genialiteit moet natuurlijk wel ergens vandaan komen. Het bewijs wordt door Machteld versterkt door de verklaring dat Navid Nuur een T-shirt draagt met de tekst ‘Only Human‘. Dan ben je wel erg speciaal.

Het is zo ontzettend dom.

Het ergste gedeelte is ‘Het Grote Niets’. Een oneindig gezwets van de maker waar geen touw aan vast te knopen is. Bij het gesprek met Navid Nuur wordt er in bijna twee volle pagina’s slechts onzin uitgekraamd dat door Machteld onderdanig – je zou bijna denken dat ze haar roeping als kunstenaarsmuze gemist heeft – overgenomen wordt. Wie de benamingen van de kunstwerken aanhoort, krijgt het gevoel te maken te hebben met een puber die een jointje teveel heeft gerookt en bij zijn vriendje gewichtig probeert te doen met wat vage engelse statements. Het zijn nog net geen teksten van The Doors.

Zo hebben we daar onder andere de werken The Main Remain; een kunstwerk van zes aan elkaar gelijmde schuursponsjes, en A black dark ridge found under a baseboard, stuffed with the absorbed coulours, which made the ridge turn black in the first place; een lege galerie met onder de plinten kleine gekleurde kleiballetjes. David Nuur zag daar namelijk, in zijn onmetelijke genialiteit, leegte in… zucht…

Over The distant relations between lovers could fail by the lack of your focus zegt Nuur:

“De ‘distant relation between lovers’ is die tussen kunst en kunstmagazines: we hebben elkaar nodig, er is een wisselwerking. En ‘the lack of your true focus’: dat is de lezer, die de aandacht erbij moet houden. Het intrigeerde me dat kunst als idee in beweging is, maar kunst als object niet. De beschouwer moet als onderdeel van dit kunstwerk pijltjes draaien van pagina’s uit kunstbladen en ze met een blaaspijp schieten op het doelwit. Eigenlijk maak je het magazine op, het is geweest, we moeten weer door. Het is een soort circulation zeg maar. Het werk laat een driehoeksverhouding zien, met een boodschap aan het publiek. Ze moeten zuiver schieten, dat wil zeggen, goed blijven nadenken. Er is een link tussen dit werk en de verstuurde uitnodiging. Die uitnodiging op je deurmat hoort, net als de expositie, ook tot mijn ruimte en de ruimte van het kunstwerk.

Als klap op de vuurpijl komt het blad met een kunstwerk THERE. Op een overigens lege pagina staat groot De letter T, en op de achterkant daarvan staat ‘EREH’. Als je het blad tegen het licht houdt, schijnt de T door het blad en lees je het woord THERE. Voor de uitleg door Machteld moet u maar even het hele artikel lezen.

Ik kan er niet meer tegen. De hoofdredactrice noemt dit ‘pionieren’ en ‘grenzen verleggen’ en een waar collecters-item.

Zucht, zucht en nog eens zucht? Als Machteld Leij een beetje journalistieke zelfrespect had gekend – het is vernederend voor volwassen mensen om met pijltjes te gooien – had ze deze vent óf helemaal doorgezaagd en een draai om zijn oren gegeven óf was ze gewoon vertrokken.

Het artikel van Machteld zegt heel veel over de verhouding van de kunstwereld met de kunstenaar (althans de uitverkorenen), het object en haar geïsoleerde positie ten aanzien van de buitenwereld.

De kunstcritici, kunstenaars, galeries, musea begrijpen ook helemaal niets van David Nuur, net zo min als dat ze van de meeste moderne beeldende kunst iets begrijpen, simpelweg omdat hedendaagse beeldende kunst niet te begrijpen is. Het is namelijk niets. Het ontroert niet, het zegt niets over de tijd waarin we leven, het is slecht gemaakt, het kent geen schoonheid en het is bovenal respectloos naar het publiek. Misschien is de illusie van moderne kunst wel het laatste taboe in Nederland.

En dit onvermogen om maar iets te begrijpen, wordt verbloemd en gecompenseerd door een blind geloof in kunst. Precies als Machteld Leij doet. Kunst is een sekte geworden van gelovigen met alle kenmerken hiervan. Kunst heeft een goddelijke status, die boven kritiek (buiten de geijkte kanalen natuurlijk) verheven is. Met de uitverkozen kunstenaar als de grote geniale onbegrepene. Gebruik het woord kunst en de meeste mensen doen het zwijgen ertoe. Verniel een schilderij en er wordt gejammerd dat de barbaren aan de poorten van de beschaving staan te rammen. U mag onderdanig pijltjes gooien, maar o wee, degene die het waagt het stukje papier van de muur af te halen!

De wereld der beeldende kunsten doet me een beetje denken aan de nadagen van het katholicisme in Limburg. Iedereen zweeg, ging nog met pijn en moeite af en toe naar de kerk, maar buiten de kleris geloofde werkelijk helemaal niemand meer in het aangebodene. Tien jaar later waren de kerken leeg.

In werkelijkheid overleeft de beeldende kunst slechts nog doordat deze sinds de jaren zeventig een investeringsmaatschappij is geworden. Een verkapt en elitair piramidespel van gokkers, verwende nieuwe rijken en businessclubs. Proleten die hun banale rijkdom om willen zetten in intellectuele status. Ze kopen iets, gooien het in een hoek en hopen dat het ooit iets waard wordt. Meer is het niet. De kopers begrijpen het object niet en geloven er evenmin in, maar tja, als iedereen zegt dat dit belangrijke kunst is, dan zal het wel zo zijn.

En hierin speelt het circus van gelovigen een cruciale rol. Een internationaal circus dat ieder jaar bijeenkomt op de biënnales en waar men als schapen weer achter de nieuwe trend aanholt. Wie en wat is hot? (Waar valt geld mee te verdienen?) Er wordt alleen naar elkaar gekeken.

Een beeldende kunst, waarin het gemaakte onderhevig is geworden aan speculatie en kuddegedrag. En de gelovige Machtelds van deze wereld dienen slechts, bewust of onbewust, ter legitimering hiervan. In feite is het recht lullen wat krom is. En met kritische vragen gaat dit immers niet. Dat er niemand buiten hun eigen incestueuze wereld er meer in gelooft, zien ze niet, of wordt weggezet als populistisch geklets. De praktijk is echter dat van mijn hoogopgeleide vrienden werkelijk niemand meer een museum of galerie met moderne kunst bezoekt. Ze voelen zich iedere keer verneukt en als kijker niet serieus genomen. Geef ze eens ongelijk als ze pijltjes moeten gaan schieten op puberale onzekerheid.

Machteld haar artikel is een schoolvoorbeeld van het onderdanige geneuzel en semi-intellectuele gelul rondom objecten en pretenties van makers die niemand meer wil zien of horen. Een beeldende kunst die werkelijk geen enkele rol meer speelt in het maatschappelijke debat en die door vrijwel niemand buiten de eigen kring als kunstuiting nog serieus wordt genomen. Een kunstuiting die in dienst staat van de eigen waanideeën of als investering in gebakken lucht. Een kunstwerk dat plaats heeft gemaakt voor een kunstbeeld.

Wil de laatste bezoeker het licht uitdoen?

Frans Smeets heeft de vreemde opvatting dat hedendaagse kunst behalve oeverloos gezwets en geld ook nog schoonheid in zich mag herbergen.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home