Tijd voor het échte linkse tegengeluid
Tayfun Balçik

Afgelopen zaterdag was ik op het Marxisme Festival in Amsterdam. Ik heb er gemengde gevoelens aan overgehouden. Enerzijds was ik boos vanwege alle onrechtvaardigheid in de maatschappij die ter sprake kwam, aan de andere kant had ik toch gevoelens van nieuwe hoop en energie. Want ik heb bijzondere mensen ontmoet die juist wel iets proberen te doen om de status-quo te doorbreken. Hieronder volgt een verslag van de dag zoals ik die heb beleefd.
Ik ben naar drie lezingen geweest, de een nog onthutsender dan de ander: fascisme in Griekenland (Vicky Ioannidi), racisme in Nederland (Rob Witte) en het neoliberale gezicht van Rutte II (Zihni Özdil).
Openlijk antisemitisme
Bij de lezing over Griekenland werd duidelijk hoe snel het land afglijdt naar een onhoudbare situatie, waarbij vreemdelingen de facto vogelvrij worden verklaard. Dit is allemaal het werk van een nazistische partij: de Gouden Dageraad. Een partij die bekend staat om haar openlijke antisemitisme en haat tegen immigranten. Niet onbelangrijk is het feit dat de daad ook bij het woord wordt gevoegd: migranten en mensen die zich verzetten zijn hun leven niet zeker.
Er hebben immers al gewelddadige uitbarstingen plaatsgevonden, vooral in de grote steden Athene en Thessaloniki. We waren, als publiek, natuurlijk gechoqueerd. Er moet wat gebeuren, “waarom doet de overheid niks” werd er terecht gevraagd. Het antwoord: de overheid is medeplichtig. Partijleden van de Gouden Dageraad en sympathisanten zitten ‘gewoon’ in het overheidsapparaat, vooral bij de politie en in het leger.
Op de vraag hoe de Gouden Dageraad zich wil laten gelden te is de onderzoeker Vicky Ioannidi duidelijk: er worden nazi-methoden toegepast, dus ze willen op gewelddadige wijze de macht grijpen. Is er dan geen verzet? Die is er wel. Van linkse groeperingen. Maar ze lijken geïsoleerd. De negatieve berichtgeving in de media over Griekenland en Grieken in het algemeen maakt het moeilijk om dit isolement te doorbreken en is juist de oorzaak van het groeiende gevaar van de Gouden Dageraad. In tegenstelling tot de linkse beweging zijn zij veel meer in contact met fascistische groeperingen in het buitenland, zoals de British National Party. Het was deprimerend om dit te horen, maar het was slechts het begin van wat nog allemaal zou komen.
‘On-Nederlands’ fenomeen
Rob Witte’s presentatie over racisme in Nederland ‘Al eeuwenlang een gastvrij volk’ was een korte inleiding op de opkomst van het racistische gedachtegoed in de publieke discours van Nederland. Witte zegt dat racisme van oudsher als een ‘on-Nederlands’ fenomeen wordt beschouwd. Hoewel dit op onterechte aannames is gebaseerd, was er tot het einde van de jaren zestig – ten gevolge van de Tweede Wereldoorlog – toch wel een ‘brede maatschappelijke afkeuring’ van racisme, aldus Witte.
Vanaf het begin van de jaren zeventig gaat het fout. De komst en de zichtbaarheid van de ‘gastarbeider’ maakte racistische krachten, die dus al dan niet aanwezig waren, los. Racisme wordt in de jaren zeventig en tachtig, zoals Witte het noemt, ‘sozialfähig‘. Dit betekent concreet groeiende weerzin tegen minderheden in de maatschappij. Er zijn onder andere rellen in Twente, waar Spanjaarden en Italianen in elkaar worden geslagen, in Rotterdam wordt Turkse restauranthouders het leven zuur gemaakt en Surinamers worden op de arbeidsmarkt gediscrimineerd.
Met andere woorden, je viel met name bij de autochtone onderklasse niet buiten de boot als je racistisch was. Het werd ‘maatschappelijk’. Alhoewel zulke ideeën ook in de achterkamertjes van de politiek werden besproken was men nog te huiverig om zich publiekelijk te associëren met racisme.
Racisme werd acceptabel
Begin jaren tachtig gaat rechts zich dan ook moderniseren: eventuele verbanden met het gevoelige nazi-verleden, die het publiek zou kunnen leggen, moesten koste wat kost voorkomen worden. Men ging, wat dat betreft, heel bewust te werk. Zo werden in dit tijdsgewricht ook de eerste successen behaald. Hans Janmaat van de racistische Centrumpartij komt in de Tweede Kamer.
In de jaren negentig werd het ‘sozialfähige‘ racisme ‘salonfähig‘, dat wil zeggen:racisme werd in de hogere regionen van de maatschappij acceptabeler gemaakt. ‘Nette mensen’, zoals Frits Bolkestein van de VVD, zetten hele groepen apart door systematisch de veronderstelde ‘joods-christelijke beschaving’ van Nederland te benadrukken. Dit werd gecontrasteerd met de ‘vreemde’ en bovenal ‘gevaarlijke’ islam.
In 1991 was het dan zo ver. Er werd een heus Nationaal Debat gehouden over de integratie van minderheden met het enige resultaat dat het minderhedendebat in de sfeer van problematisering, criminalisering, marginalisering én islamisering terecht kwam.
Clash of civilizations
Na 9/11 wordt het racisme onderdeel van de ‘dominante discours’. Maar zoals Witte met klem benadrukt, begon het dus al veel eerder. Pim Fortuyn was degene die de koppeling maakte tussen allerlei sociaal-economische problemen die inherent zijn aan migratieprocessen met ‘de’ islam. In navolging van de politicoloog Samuel Huntington kwam de nadruk te staan op een zogenaamde ‘clash of civilizations‘.
Geert Wilders is slechts het moderne gezicht van extreem-rechts. Hij is de zesde representant van een rechtse continuüm in de recente Nederlandse geschiedenis. De huidige situatie in Nederland geeft aan dat hij de gevestigde orde in zijn greep heeft. Je hebt in Witte’s woorden Wilders niet meer nodig om rechts beleid uit te voeren.
Wilders’ vrijspraak is een belangrijk cesuur in het gevestigd raken van racisme in Nederland. Het is niet Wilders die nu druk opvoert ten opzichte van minderheden, maar Lodewijk Asscher van de PvdA. Je hebt, om een ander voorbeeld te noemen, Wilders niet meer nodig om illegaliteit strafbaar te maken.
Moslims horen er niet bij
Uit recent onderzoek blijkt bovendien dat racistisch geweld tegen moslims vaker voorkomt dan racistisch geweld tegen joden (Monitor Racisme & Extremisme, negende rapportage, p.33). Maar de manier waarop hiermee in de politiek en media wordt omgegaan is schandalig. Bij uitingen van antisemitisme is de maatschappelijke verontwaardiging groot, want Joodse Nederlanders zijn van ons, daar blijf je met je vingers van af. Moslims horen er niet bij, dus is die verontwaardiging er niet.
Deze houding draagt bij aan het probleem van racisme. Het groeit en bloeit. Er wordt al dan niet willens en wetens een monster gecreëerd. Dat monster is geen incident, het is structureel aanwezig.
Oorlog tegen de verzorgingsstaat
Zihni Özdils lezing was een ware aanklacht tegen een kabinet dat de oorlog lijkt te hebben verklaard aan de verzorgingsstaat en alles afbreekt om winsten voor de hogere klassen te maximaliseren.
Het is in Özdils woorden ‘vijf voor twaalf’. Bijstandmoeders worden geproblematiseerd, terwijl de kosten van de bijstand in totaal slechts 0,8 procent van het bruto binnenlands product uitmaken. Dit terwijl alle grote bedrijven die in de high-tech zitten wel gesubsidieerd worden, maar waarvan de stelling, dat ze ook tot werkgelegenheid zouden leiden, niet wordt bewezen met cijfers.
Het tegengestelde is juist het geval: de werkloosheid stijgt als nooit tevoren. De afbraak van het zorgstelsel is werkelijk dramatisch. Het is nationaal bekend dat we minder zorg krijgen terwijl we steeds meer moeten betalen. Het eigen risico is verhoogd naar 350 euro. Ieder jaar stijgen weer de maandelijkse premiekosten.
Racistische afleidingsretoriek
Zulke cijfers komen extra hard aan als blijkt dat zorgverzekeraars 1,4 miljard winst hebben gemaakt in 2012. U hoort het goed, u krijgt minder zorg, hetgeen tot winstmaximalisatie leidt bij de zorgverzekeraars.
Maar het vreemde hieraan is dat dit allemaal niet tot sociale ophef leidt. Özdïl verklaart het ontbreken hiervan als volgt. Hij heeft geconstateerd dat bij iedere bezuinigingsbericht op systematische wijze racistische afleidingsretoriek wordt toegepast in de media en politiek. Dat betekent dat we bijvoorbeeld geen armoedebat houden maar wel tijd hebben voor een Marokkanendebat!
Elke keer wordt in de media iets negatiefs over allochtonen opgeworpen, waardoor het debat over bezuinigingen ondergesneeuwd raakt. Dan is het weer een Turkse jongen (een allochtoon is nooit een Nederlander als hij iets negatiefs doet) die zich antisemitisch heeft uitgelaten of een Marokkaan die ‘weer’ de mist in is gegaan.
Geen wrokgevoelens
En hoe meer ik luisterde over het neoliberalisme, hoe bozer ik werd. Die boosheid heeft te maken met de haast uitzichtloze situatie waarin veel mensen uit de onderklasse zich bevinden. Werklozen, ‘illegalen’ en verslaafde mensen ondergaan elke dag de vernedering ten gevolge van het neoliberale wanbeleid.
Maar ik weiger om wrokgevoelens toe te laten. Ik onderdruk ze elke dag, want er gebeuren ook positieve dingen. Het gevoel dat ik heb overgehouden aan het Marxisme Festival wil ik vasthouden. Met name het sentiment, dat de onderklasse het niet meer pikt, is belangrijk.
Tegen al die mensen die in de knel zitten, wil ik het volgende zeggen: wat jij voelt of meemaakt is niet jouw schuld. Het is een structureel probleem, dat alleen op structurele wijze opgelost kan worden. Zwart en wit moeten de handen ineenslaan. Als ik hoor hoe ‘de boze witte man’ zich uitspreekt over bepaalde zaken dan kan ik niet anders dan concluderen dat dit ook bij de ‘zwarte’ man speelt.
Echt links tegengeluid
Er zijn problemen en er wordt gewezen naar ‘de ander’ als oorzaak. Terwijl het in wezen om materiële en geestelijke armoede gaat. Racisme is, zoals Zihni het verwoordt, een noodzakelijk onderdeel van het neoliberalisme. De onderklasse wordt door zulke primitieve gedachtes gespleten, waardoor ze geen echte vuist kunnen maken tegen mensen die profiteren van ons lijden.
Het wordt tijd dat we dit allemaal inzien en bij elkaar komen om het echte linkse tegengeluid te organiseren.
Tayfun Balçik is historicus, gespecialiseerd in de moderne geschiedenis van Turkije en die van Amsterdam-West.





RSS