Frontaal
Naakt
31 mei 2013

Die ‘jihadstrijders’, die dóen tenminste iets

Peter Breedveld

Iwase20
Naakt omdat het moet (foto: Iwase Yoshiyuki)

Al zolang de mensheid in groepen de aarde afstruint, op zoek naar voedsel en een schuilplek voor als het regent, wordt van jongemannen verwacht dat zij hun leven in de waagschaal stellen voor die groep. Ze moesten op mammoetenjacht en ze moesten vechten tegen jongemannen uit andere groepen, die hun schuilplek te dicht naderden.

In die tijd – stel ik me zo voor – wist een jongeman nog waar hij het voor deed. Als er geen mammoetvlees werd gescoord, ging iedereen dood van de honger en als concurrerende groepen niet werden weggejaagd, ook. Maar in de afgelopen drie, vier millennia zijn de doelen steeds abstracter geworden. Gingen jongens vechten voor roem en glorie, toen voor God, voor hun heer, voor hun vaderland en uiteindelijk voor ideeën. Vrijheid, democratie, rechtvaardigheid.

Vechten voor een symbool

Onder het mom van die smoezen hebben vele honderden miljoenen mannen en vrouwen zich een afschuwelijke dood in laten jagen, of nog erger: zich zo afzichtelijk laten verminken, dat de rest van hun leven een hel was, verschoppelingen van diezelfde gemeenschap waarvoor zij zich hadden opgeofferd.

Waar ging de Eerste Wereldoorlog eigenlijk over? Jonge mensen werden door de overheid, die verondersteld werd ze te beschermen, de best mogelijke voorwaarden te scheppen voor een mooie toekomst, de loopgraven, de kogelregens, de bajonetten, de wolken mosterdgas ingejaagd om te vechten voor een symbool.

Staatspropaganda rondpompen

Onze eigen Nederlandse jongens gingen in Nederlands-Indië vechten en sterven voor een misdadig regime van onderdrukking, uitbuiting en rassensegregatie. Nederland werd door de hele wereld veroordeeld, maar tot op de dag van vandaag wordt ons voorgehouden dat het ging om ‘politionele acties’ tegen bloeddorstige slechteriken.

Nog steeds sturen we ‘onze jongens’ (en meisjes) de hel in om te vechten tegen rook en spiegels, tegen een vijand die alleen in de media bestaat, of die Amerikaanse oliebelangen bedreigt. ‘Voor vrijheid en democratie’ heet dat dan. In naam van die vrijheid en democratie worden de afschuwelijkste oorlogsmisdaden gepleegd, maar dat horen we pas achteraf. Onze jongens worden evengoed als helden beschouwd en de media blijven enthousiast de staatspropaganda rondpompen die ons moet doen geloven dat onze vrijheid wordt bedreigd door een onzichtbare vijand, die allang niet meer voor onze grenzen staat, maar die zich in ons midden bevindt en handig gebruik maakt van onze grote zwakte, onze tolerantie!

Sterven voor idealen

Vechten voor vrijheid en democratie is voor ons volledig legitiem. Sterven voor idealen vinden we nog steeds het hoogst haalbare – voor andermans kinderen. De rouwende ouders van jonge soldaten die zijn gestorven in Afghanistan, zien we niet of nauwelijks op televisie of in de krant. En wat dan nog? Democratie is niet voor mietjes. We moeten offers brengen.

Waarom is iedereen dan zo verontwaardigd over een klein aantal jongeren – ’tientallen’ lees ik in de pers – dat naar Syrië trekt om daar te vechten tegen een wrede dictator? Waarom worden nu wel rouwende ouders ingezet om de staat te bewegen daar iets aan te doen? Waarom is het zo schokkend dat een bepaald aantal Nederlandse moslims deze ingebeelde vrijheidsstrijders als helden beschouwt? Waarom worden deze jongeren voorzien van het afschrikwekkende etiket ‘jihad-strijders’?

Dode Syrische kinderen

De afgelopen maanden – of misschien is het al meer dan een jaar; ik weet niet eens meer uit mijn hoofd wanneer de burgeroorlog in Syrië begonnen is – zijn we bestookt met foto’s van verminkte Syrische lijken en dode Syrische kinderen. Het gebrul van morele verontwaardiging was niet van de lucht. “Dit gebeurt daar en wij doen niks!” “Kinderen sterven en wij kijken toe!”

Wat stellen al die stukkiestikkende dominees zich eigenlijk voor bij ‘iets doen’? Een girorekening openen? Luxe brunchen voor Syrië? Een slagzin laten drukken op een T-shirt? Of had Obama weer een paar blikken kansarme Amerikaanse jongeren moeten opentrekken om zich in Syrië aan stukken te laten schieten zodat wij ons weer goed kunnen voelen over onszelf?

Aan de verkeerde kant strijden

Helden zijn mensen die willens en wetens grote risico’s lopen om anderen te helpen. Of de Nederlandse jongeren, die in Syrië vechten, daadwerkelijk anderen helpen of de boel alleen maar verergeren of aan de verkeerde kant strijden, dat zal de geschiedenis uitwijzen. Maar zij ze laten zich niet sturen door een overheid die ze een rad voor ogen draait, ze voorliegt over ‘vrijheid’ en ‘democratie’. Dit is hún keuze, hún leven, hún ideaal.

Ik vind ze dwaas, mij lijkt het zinloos en absurd om jezelf aan te bieden als kanonnenvlees, te eindigen in een anoniem graf. Maar we hebben ze nooit krokodillentranen zien huilen op de opiniepagina van de Volkskrant, verpletterend in orde zien zijn vanaf hun zelfgebouwde kansels. Ze gaan gewoon iets doen.

Makkelijke mening

En wij, wij doen weer niks. Wij hebben er alleen weer een makkelijke mening over.

Steun Frontaal Naakt, het enige echte dissidente geluid in Nederland! Stort op rekeningnummer NL59 RABO 0393 4449 61 (N.P. Breedveld, Rabobank Rijswijk), SWIFT BIC RABONL2U o.v.v. ‘Frontaal Naakt’.

Peter Breedveld