Masochistische mystica
René Süss

Illustratie: Uramado, via Les Retro-Galeries de Mister Gutsy
Omdat ik een ontmoeting hoopte te hebben -die overigens niet door ging- met Désanne van Brederode, filosofe en romanschrijster en ik niet zo’n consument van fictie ben, besloot ik mij te verdiepen in haar bundel -bewerkte- lezingen die zij bij verschillende gelegenheden in het land hield: De ziel onder de arm.
Mijn leeslust werd gewekt door een ontroerende bijdrage van haar hand, het tegelijk vermakelijke ‘Hakken met een halve maan’ dat ik tegenkwam in Een warmte om het hart; Liefdesbrieven aan Descartes (2008). (Wij hakken thuis onze kruiden al jaren met dat opmerkelijke bijltje, een mezzaluna (‘halve maan’), waarvan ik een kleine collectie bezit).
Marktdenken in de wetenschap
Een taalvirtuoos, om niet te zeggen een taalgigant, dat is Désanne van Brederode stellig. Hoe krijg je het anders voor elkaar om twaalf boeiende, elegante bladzijden -de bijdrage ‘Kleine fenomenologie van het roken’- te schrijven over zoiets smerigs als het roken van sigaretten?
Het is niet nodig alle bijdragen in de bundel de revue te laten passeren. Graag wil ik nog wijzen op ‘Blootsvoets bodemonderzoek’, een toespraak gehouden bij de opening van het academisch jaar in Nijmegen, in augustus 2010. Zij pleit daarin voor wetenschap zoals die behoort te zijn, los van ‘de zo bewierookte innovatie en efficiëntie’, lees: winst en nut, kortom het marktdenken. Vroeger kon je een beurs krijgen van ZWO (Zuiver (!) Wetenschappelijk Onderzoek.) Het is tekenend dat die naam niet meer bestaat. Het gaat nu om zogenoemde kenniseconomie, alsof kennis samenvalt met economie en alleen met economische maten te meten valt. Het artikel is een warm pleidooi voor coöperatie in plaats van concurrentie, ‘het wetenschappelijke denken moet minder op vechten gaan lijken en veel meer op dansen.’ Was het maar zo!
Veel van wat Van Brederode schrijft is mij uit het hart gegrepen.
Van Brederode als gelovige
Wat ik hoopte aan mijn lectuur van De ziel onder de arm over te houden, werd niet beschaamd: een subtiel gepenseeld zelfportret van Désanne van Brederode als gelovige, die zich in menige rake observatie en ontroerende meditatie weet en vooral durft te uiten. Het zijn op zijn Duits gezegd: ‘Andachten‘, om aandachtig te lezen zoals de ondertitel van het boek in een variatie aangeeft. De bundel heeft geen eigenlijk thema, het is haar eigen persoon die centraal staat. Daar is weinig op tegen in een boek, dat steeds weer origenele visies op bekende thema’s brengt.
Maar daarmee is niet alles gezegd. Zeker, het valt mij zwaar om van het existentieel-ontroerende over te gaan naar het theologische, het kerkelijk-rationele. Toch lijkt het mij onontkoombaar, wil deze bespreking eerlijk zijn en hout snijden.
Masochistische geladenheid
Godsdienst-fenomenologisch gezien is Désanne een mystieke gelovige, die weet van de ‘unio mystica cum Christo‘ (p.173). ‘Wijn in mijn bloed’, ‘…ik geloof Jezus Christus zoals je een geliefde gelooft, wilt geloven…’ (p. 189, 191). Die mystiek heeft een sterke ethische, soms een wat masochistische geladenheid. Tegelijk is ze een brave, keurige dame, een beetje tuttig zelfs, die het hardnekkig blijft hebben over haar man (Arjan) en haar zoon (Jesse).
Désannes religieuze beschouwingen hangen niet in de lucht, maar moeten gelezen worden in het kader van een centraal geleid, half-crimineel instituut, de Rooms-katholieke kerk, inclusief haar vele louche dépendances. Daar heeft de schrijfster voor mijn besef te weinig boodschap aan. Losse dogma’s, die voor Van Brederode een zekere aantrekkingskracht hebben -ze schrijft ergens dat ze de kerkelijke leer al had geïnternaliseerd via haar opvoeding-, bestaan niet. Ze dragen alle het waarmerk van de papale kerk met alle restricties vandien. Aan wie daar niet toe behoort, mogen bijvoorbeeld de gaven van de eucharistie niet worden uitgereikt.
Met het instituut kerk heeft ze echter (nog?) weinig op, hoewel ze intussen ‘gevormd’ is en, naar ze laat weten, is opgevoed ‘met een God en een transcendente Jezus aan wie je in gebed alles mocht vragen (p.178). Toch kan ze zichzelf niet zien als een loot aan de stam van haar ouders (p. 179). Waarom eigenlijk niet? Het moet toch een groot voordeel en een grote vreugde zijn om zulke ouders te hebben gehad!
Lichaam en bloed van Jezus
Ook bij Désanne, zoals bij zovele (ex)katholieken, constateer ik ecclecticisme: ‘Het moge inmiddels duidelijk zijn dat ik me niet als rooms beschouw…’ (p. 183). Katholicisme dus zonder paus, zonder Rome:
‘Ik kan niet anders dan telkens weer vaststellen dat als mijn geloof ergens in wortelt, het wel in dit deel van de liturgie is, waarin brood en wijn in het lichaam en bloed van Jezus veranderen, ook al is dit natuurwetenschappelijk bezien onmogelijk’ (p. 183).
Met alle respect: die partiële verworteling is een illusie. Je kunt het hartsgeheim van de Rooms-kartholieke kerk, de eucharistie, niet isoleren van het geheel. De term transsubstantie en waar die voor staat, werd overigens pas in 1215 na een lange incubatieperiode, op het vierde Lateraanse concilie gebruikt en gangbaar en nimmer teruggenomen.
Joodse Jezus
Chris Rutenfrans beklaagt zich ten onrechte als hij in een bespreking van het boek van Désanne in de Volkskrant (12 jan. 2013) schrijft:
‘Je zou wat meer waardering verwachten voor de manier waarop de katholieke kerk, ondermeer met behulp van die dogma’s, de leer van de joodse Jezus van Nazareth en daarmee de joodse God toegankelijk heeft gemaakt voor de heidenen.’
Een hardnekkig misverstand, het tegendeel is het geval. Immers, de Joodse Jezus is een geheel andere dan de Jezus Christus van de kerk en haar dogma’s. Het is die Jezus Christus die Désanne trouw wil blijven (p.162), maar hij is niet los te verkrijgen van de sacrale gemeenschap die hem belijdt en zijn aanwezigheid beleeft: de kerk, compleet met biechtstoel waarin een professionele, gewijde gelovige resideert (p. 166). Solo-religieuzen (Jan Oegema) bestaan in het Jodendom (een volk) en naar ik meen ook in het christendom niet (de gemeente).
Vakantie voor het lichaam
Die kerk heeft niets met een Joodse Jezus, een Joodse messias, die nu eenmaal niet eeuwig is, die niet terugkomt, maar zoals iedereen eenmalig is. Geen hemel en geen hel, geen reïncarnatie (hierna nog een keer). Niets van dat alles.
Nog even terug naar de titel. Désanne neemt ons mee naar het Vondelpark waar ze ons confronteert met de hardlopers, de ‘stuurloze sporters’ die daar met hun ziel onder de arm in actie zijn om hun ‘ware zelf te hervinden, pal achter de pijngrens’.
Die ziel wordt overal heen gesjouwd. Op zich is daar niets mis mee. Maar soms kon ik de verzuchting niet onderdrukken: mag deze ziel weer even los uit de omklemming van de arm, die er ongetwijfeld een beetje lam van wordt? Zij zal daar zeker behoefte aan hebben, zeker als ze lijkt op de gloeiende bal die Van Brederode, of haar uitgever, op de voorkant van het boek liet zetten. Gewoon wat vakantie voor het lichaam, al weet ik heel goed dat de ziel zonder lichaam niets is.
De hel dat ben je zelf
De titel suggereert een zekere lichtvoetigheid: Wie doet me wat? Dat lijkt niet in overeenstemming met de ernstige manier waarop Désanne in het leven staat. Zij is bepaald geen flierefluiter en veel humor is er niet bij.
Een mooie samenvatting van het hele boek vond ik op pagina 99: ‘Het paradijs bestaat waar mensen elkaar aanzien op ooghoogte, elkaar helpen en zich door de ander laten helpen, omdat twee altijd meer weten dan één’
Weldadig: idealisme en pragmatisme ineen! ‘(Aanzien) op ooghoogte’ was dat voor het boek geen treffender titel geweest?
Désanne van Brederode stelde een tegendraads, aanstekelijk en bepaald onmodieus boek samen uit haar artikelen en voordrachten. Het soms in (mijn) Joodse ogen nogal speculatieve karakter van verschillende bijdragen neem ik voor lief (bijvoorbeeld de eerste acht bladzijden ‘De hel dat ben je zelf’). Van harte aanbevolen!
René Süss schreef onder andere Luthers Theologisch Testament, zijn proefschrift over het virulente antisemitisme van Maarten Luther. Hij maakte er een paar vijanden mee. Ook schreef hij De Geest Bemint de Buitenkant, over de lichamelijkheid in het jodendom. Zijn meest recente boek gaat weer over Luther en heet Luther, een Sympathieke Potentaat.





RSS