Frontaal
Naakt
26 november 2013

Het nederlinkse lijk

Hans Post

kat1
Illustratie: Paul Avril

Links is dood. Geveld door sex, drugs en ouderdomsgebreken. Het lijk is begraven. De enige bezoeker aan het graf, een oude kraker met een kalende hanekam, ververst de bloemen eens per week.

Maar het lijk wordt zo nu en dan opgegraven – bij nacht en ontij – door jonge mannen met designer-brillen en iPad Airs. Het zijn de research-teams van infotainment-shows als Nieuwsuur en De Wereld Draait Door. Ze kieperen de rammelende botten in een emmertje sop, drogen ze af, voorzien de lappen rottend vlees van blosjes en sjeulen het in processie rond van studio naar studio, van Hilversum tot Amsterdam-Zuid, alsof het lillende lijk knalgezond is.

Ontbindend lichaam

Het hangende lichaam wordt door kokhalzende stagiaires in een stoel gehesen en thematisch ingezet door Matthijs van N.

Aan tafel! Een kankerende Peter R. de V., een kankerende Jan M. en een kankerende Jort K. negeren het lijk. Het ontbindende lichaam druipt onder de hete studiolampen tussen de botten door aan hun voeten, terwijl de camera het pruttelende vet, dat op de vloer voortkruipt, buiten beeld houdt.

Fractiebaas Diederik S. schuift aan. Hij werpt vluchtig een blik op de botten en prijst de blakende gezondheid van het lijk (dat steeds harder begint te druipen) ook ná de moderniseringsslag van de PvdA. Vadertje Drees, Joop den Uyl… Grote socialisten. En nu… Diederik S.! Diederik S. straalt. Met een knipoog complimenteert hij het lijk met zijn nieuwe kapsel, dat in bloederige plakken aan de schedel hangt.

Postmodern muziekstuk

Dan begint Diederik S. te giechelen. Profschnabbelaars Jan M., Jort K. en Peter R. de V. kijken hem aan met verbazing en ingehouden sarcasme. Maar alsof het gegiechel van Diederik S. een postmodern muziekstuk is, valt Matthijs van N. nu in met een korte, hoge lach. Een man in het publiek begint te bulderen.

Nu zie ik het: iedereen giert en brult. Iedereen kijkt naar het lijk. De schedel is begonnen te draaien op de romp – steeds sneller – terwijl de groenuitgeslagen tong wapperend tussen de tandeloze kaken zwaait. Uit de zwarte oogkassen schieten de ogen als jojo’s op en neer.

Snurkende vrouw

Ik schreeuw. Ik schiet omhoog en tast om me heen – het zachte vlees van mijn snurkende vrouw. Koud zweet op mijn rug. Ik hou mijn handen in het halfdonker omhoog. Ze zijn echt. Links is dood? Ik zucht van opluchting. Wat er niet al van belang kan lijken in de waanzin van de slaap.

Ik zucht opnieuw, dieper nu, ontspannen. Mijn leven is goed, mijn vrouw trouw, huis groot, rentestand laag.

Hans Post gelooft heilig in de vernietigbaarheid van de samenleving. ‘Noem me maar idealistisch of zelfs naïef,’ zegt Post, ‘maar er zijn harde bewijzen voor het bestaan van woestijnvolken, waar elke sub-clan gehaat werd en haatte, waar alles draaide om het aantal schaarse schelpen in de gleuf onder je eigen tulband.’


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home