Coïtus spiritualis
René Süss

Illustratie: Fred de Heij
De katholieke theologe Marianne Moyaert zegt in Trouw:
‘Er is een tendens binnen de theologie vooral te focussen op teksttradities. De identiteit van het geloof zou dan gevormd worden door teksten. Ik noem dat, excuseert u mij, zéér protestants. Religieus leven draait niet vanzelfsprekend om het lezen en bestuderen van teksten. Neem de katholieke traditie. Het draait ook om rituele praktijken…’
‘Zéér protestants’! Ik beschouw dat niet als een diskwalificatie. Het is stellig zo dat na de verwoesting van de tweede tempel in het jaar 70 de bron van de Joodse spiritualiteit -noodgedwongen, maar niet malgré coeur!- in het tekstuele moet worden gezocht, in de teksten van de Schrift die niet alleen worden gelezen en bestudeerd – de ‘rituele praktijken’ -, maar waaruit en waarmee wordt geleefd: tekstuele spiritualiteit. (Zie in mijn De Geest bemint de buitenkant, p. 94-117). Als dat – ook – protestants is, sluit ik me daar graag bij aan.
Erotisch spel
Maar er is hier nog iets anders aan de orde. In de coïtus spiritualis, waarover later meer, worden de teksten, met name die van de Tora, in een onverwacht, maar voor de hand liggend, erotisch spel betrokken.
‘Bien étonné de se trouver ensemble’! Zoals Luther Paulus’ brief aan de Galaten zijn Kethe von Bor noemde – en dat was niet badinerend als grapje bedoeld! – zo veranderde ook Walter Benjamin de geliefde in een tekst en de tekst in de eigenlijke geliefde. Het was na de blauwtjes die hij bij Asja Lacis en Jula Cohn en ook bij de Duits-Russische Olga Parem (tijdens een verblijf op Ibiza) had gelopen, voor zijn gevoel noodgedwongen, het geval. Zijn lach immers hoe ‘zauberhaft‘ ook – ‘Wenn er lachte, ging eine ganze Welt auf‘ – wist tenslotte geen van de dames te vermurwen! Ik ken trouwens geen foto’s van Benjamin waarop hij ons, als was het maar flauwtjes, toelacht.
Hoe dan ook, beiden zowel Luther als Benjamin hielden er een geestelijke bruid op na.
Joods rechtssysteem
Overigens, in het Jodendom geldt dat het verhalende, het rituele en het morele niet tegen elkaar worden uitgespeeld. Zij kennen ook geen rangorde: ‘Le rite est le geste parallèle au récit‘ (M-A. Ouaknin). Het doen is het kenmerkende (Exodus 24:7). Dat wordt zowel in de halacha, het Joodse rechtssysteem, als in de haggada, de Joodse verteltraditie, duidelijk.
René Süss schreef onder andere Luthers Theologisch Testament, zijn proefschrift over het virulente antisemitisme van Maarten Luther. Hij maakte er een paar vijanden mee. Ook schreef hij De Geest Bemint de Buitenkant, over de lichamelijkheid in het jodendom. Zijn meest recente boek gaat weer over Luther en heet Luther, een Sympathieke Potentaat.





RSS