Peter droomt van sushi
Peter Breedveld

Dat is ons nog niet gelukt in Tokio, een plaatsje bemachtigen aan de sushibar van Sukiyabashi Jiro, die wereldberoemd is vanwege de documentaire Jiro Dreams of Sushi. Obama wel, de lucky bastard. Maar goed, hij is dan ook de introducé van een Japanner, premier Shinzo Abe.
Meestal proberen we het als we in Tokio zijn, een plaats te reserveren in één van de legendarische sushibars, zo klein dat er net zeven of acht mensen in passen, en peperduur. Je betaalt zo 300 euro per persoon voor twintig sushi of zo. Eigenlijk vind ik dat veel te duur voor eten.
Blauwvintonijn
Maar sushi kan erg, érg lekker zijn. Je moet het proeven om te geloven. Wie de sushi alleen van Nederlandse restaurants kent, weet sowieso niet wat sushi is, een paar uitzonderingen daargelaten, waaronder Yamazato in het Amsterdamse Okurahotel.
Yamazato is opgezet door Yousuke Imada, de chef van Kyubei, een sjiek sushirestaurant dat, net als Jiro, in de wijk Ginza is gevestigd. Daar lukt het me altijd wel om een plekje te reserveren. Het restaurant haalde een paar jaar geleden het nieuws door een recordbedrag te betalen voor een stuk blauwvintonijn.
Levende garnaal
Imada komt altijd even langs om te vragen waar ik vandaan kom, en als hij hoort dat ik Nederlands ben, laat hij één van de serveersters de kopieën brengen van de Nederlandse krantenartikelen over zijn betrokkenheid bij Yamazato. Deze keer reageerde ik daar wat botter op dan de bedoeling was: ja, die heb ik de vorige keer al gezien, en de keer dáárvoor. De Japanse gasten moesten erom lachen, maar Imada keek een beetje beteuterd. Weg was-ie. Ik heb ‘m niet meer teruggezien.
Maar goed, de sushi en sashimi waren er niet minder om. De vorige keer was ik zeer onder de indruk van de levende garnaal die voor mijn ogen werd geslacht waarna ik ‘m als sushibeleg kreeg geserveerd. Nu gebeurde dat weer. Deze was heel wat beweeglijker dan de vorige, spartelde zowat van tafel af, en toen zijn vlees op mijn sushi lag, bewóóg dat nog! Ik kon mijn ogen niet geloven. De gast naast me bulderde van het lachen: “Magic!” riep hij. Het leek of het vlees elektrisch was geladen.




Morbide en onhygiënisch
Japanners zijn geobsedeerd door het idee van verse vis. In sommige restaurants krijg je de levende vis zelfs op je bord geserveerd. Het vlees wordt van ‘m afgesneden terwijl hij nog leeft. Horror voor de gemiddelde Nederlander, schat ik, maar ik kan het wel begrijpen. Zodra een vis dood is, begint het proces van ontbinding. Eigenlijk is het nogal morbide en erg onhygiënisch om dat dooie vlees te eten. Ik wil voortaan alleen nog maar vlees van dieren die nog leven.
God, wat voel ik me rebels als ik in Japan ben, waar mensen dingen heel gewoon vinden waarvoor je in Nederland op het marktplein wordt geradbraakt en gevierendeeld. Blauwvintonijn eten, levende vissen, sushi waarvan je de stuiptrekkingen nog in je mond voelt. Walvis.
Scheve tanden
Toen ik door een serveerster weer naar de uitgang van Kyubei werd begeleid, vroeg ze: “Where are you from?” – “Orandajin desu“, antwoordde ik. “Ik ben Nederlander”. “Turipu” (’tulp’) zei ze toen en haar ogen begonnen extra te glanzen en ze lachte haar prachtige scheve tanden bloot, alsof ze heel erg trots was op haar kennis van de wereld. Ik kreeg de slappe lach. “Yes!” zei ze glunderend. “Turipu!”







Als alle lezers van Frontaal Naakt, het enige echte dissidente geluid in Nederland, nou maandelijks twee euro zouden storten, zouden de makers van deze website volkomen autonoom zijn! Stort op rekeningnummer NL59 RABO 0393 4449 61 (N.P. Breedveld, Rabobank Rijswijk), SWIFT BIC RABONL2U o.v.v. ‘Frontaal Naakt’.





RSS