Frontaal
Naakt
29 april 2014

Fact-check: Hans Jansen is een jokkebrok en wij danken onze beschaving aan De Moslims

Jelmer Renema

jap6

Afgelopen week konden we op GeenStijl de wereldgeschiedenis volgens Hans Jansen teruglezen. Jansen vindt dat we een les kunnen trekken uit de geschiedenis: de overheid is de grote boosdoener. Waar de overheid te machtig wordt, stopt innovatie.

Laten we even vergeten dat het internet, waarlangs Jansen zijn stukjes de wereld in stuurt, helemaal ontwikkeld is door overheidsinstellingen, en zijn wereldgeschiedenis even aflopen. Het begint allemaal in het oude Griekenland, waar Plato en Pythagoras vrolijk rondbanjeren, filosoferend en geometrie bedrijvend. Vervolgens komt het leger van Alexander de Grote, die de boel verovert, en is het uit met de pret.

Eerste computer

Dit is de eerste van een lange reeks historische zeperds in Jansens wereldgeschiedenis. Op de schouders van Alexanders’ soldaten verspreidde de Griekse cultuur zich over de hele oostkant van de Middellandse zee, en door hele stukken van wat wij nu het Midden-Oosten noemen. Wat die cultuur daarna bereikte, liegt er niet om.

Een lijstje: In Alexandrië werd de Grote Bibliotheek opgericht. Twee van de zeven wereldwonderen werden uit de grond gestampt. Hero vond de eerste stoommachine uit, en de eerste verkoopautomaat. De epicurische en stoïcijnse filosofie werden uitgevonden. De Elementen van Euclides – het vaakst uitgegeven boek na de Bijbel – werd geschreven. En, als uitsmijter: in Griekenland werd de eerste analoge computer gebouwd, een mechanisme dat zijn tijd zo ver vooruit was dat toen we het terugvonden in eerste instantie niemand wilde geloven wat het werkelijk was.

Miraculeus en heilzaam moment

Dat alles gebeurde onder een serie dictatoriale koningen, satrapen en farao’s. Misschien heeft Jansen moeite met succesvolle imigranten – dat kan ik me met zijn PVV-achtergrond wel voorstellen – maar de Griekse beschaving bleef succesvol. Toen de Romeinen Griekenland veroverden, konden zij er niets tegenover stellen.

Jansen gaat verder met die Romeinen: hij viert het moment dat het Romeinse rijk instort, want daarna kon de concurrentie weer lekker toenemen. Jansen viert de val van het Rijk omdat het in zijn ideologische straatje past, en ondanks dat het gepaard ging met hongersnoden, moord, plundering en onnoemelijk veel ander menselijk leed.

Dat Jansen van een ‘miraculeus en heilzaam moment’ spreekt, laat zien hoe makkelijk rechtse types over menselijke ellende heen stappen, zolang het de vechtmaatschappij maar dichterbij brengt. Rechts heeft een ideologie van de verheerlijking van strijd en oorlog en het doet me huiveren dat iemand, die zo dicht bij politieke macht zit, van een miraculeuze en heilzaam moment spreekt als er dood en verderf heerst.

Perfide moslims

Na de Romeinen gaan we verder met het Christendom. Jansen heeft gelijk als hij zegt dat die religie de Romeinse wereld relatief vreedzaam veroverde (hoewel er wel degelijk veldslagen waren tussen heidense en christelijke Romeinen), maar dit toont ook weer aan hoe selectief Jansen winkelt: De kerstening van hele stukken Noord-Europa ging op een manier waar de profeet Mohammed nog een puntje aan had kunnen zuigen. Met het zwaard in de ene hand en een kruisbeeld in de andere trok ‘de beschaving’ de donkere bossen van Germania in, en wie niet horen wil, moest maar voelen.

Vervolgens stapt Jansen heen over een van de definiërende momenten van onze beschaving: het herontdekken van de Griekse klassieken, die dank zij die perfide moslims bewaard zijn gebleven. Eigenlijk zou iedere stad een standbeeld moeten hebben voor Raymond van Toledo, de bisschop die de vertaling van oorspronkelijk Griekse werken van het Arabisch naar het Latijn organiseerde, en daarmee een bom legde onder cultuur van West-Europa.

Zoetste peren

Als we alles zouden weggooien dat Raymond bijgedragen heeft, zou Aristoteles het formaat van de Donald Duck hebben. Maar ja, Raymond was een ongelofelijke multicultiknuffelaar, die Joden, Arabieren en allerlei andere minderheden en de talen, die zij spraken, inzette voor zijn vertaalproject. Nogal wiedes dat Jansen er niets over zegt.

Ik zou verder kunnen gaan, maar het punt is duidelijk: Jansen vertelt ons een ‘just so’ story, een propagandaverhaaltje. Omdat hij nou eenmaal propagandist is voor de Perenpartij, kiest hij de rotste appels uit die hij kan vinden, en de zoetste peren, zet ze naast elkaar en zegt: ‘zie het verschil!’

Boos en dom

Wie je vertelt dat de geschiedenis een simpel verhaaltje is, met een moraal als een fabel, die probeert je voor zijn ideologische karretje te spannen. Dat soort gedrag hoort thuis in communistisch China, waar de overheid historische feiten achterhoudt om de bevolking een simpel verhaaltje voor te houden, dat de macht van de alleenheerser versterkt en de rest boos en dom houdt. O, wacht…

Jelmer Renema is natuurkundige en politiek actief voor de Partij van de Arbeid. Hij heeft een Twitter-account.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home