Frontaal
Naakt
7 juli 2009

Adoptie

Frans Smeets

Enkele weken geleden behandelde de Tweede Kamer de aanscherping omtrent de adoptieregels. Daardoor zou adoptie uit de VS bijna onmogelijk worden. De VS is het enige land dat baby’s toelaat bij homostellen. De Christenunie en het CDA zagen hun kans schoon om via een achterbakse omweg adoptie door homostellen te saboteren. De achterbakse agenda van christelijk Nederland ten spijt, vind ik het pervers eigendomsrechten op te eisen over een mens, zeker als de afstand tot de geadopteerde groot is.

Adoptie is eigenlijk een vrij recent verschijnsel. Het is nog niet zo heel lang geleden dat het aanbod aan baby’s dermate groot was, dat men blij was, dat ze ergens ‘gedumpt’ konden worden. Bijna altijd gebeurde dat bij familie. Zij die dit geluk niet hadden, werden in tehuizen gestopt, aan de nonnen gegeven, of bij het gemeentelijk babyloket neergezet.

Het aanbod van baby’s was een stuk groter dan de vraag. Wanneer de familie het kind opnam, dan werd niet zo moeilijk gedaan over de afkomst. “De zoon of dochter van…” Als er al stiekem geadopteerd werd, dan volgde vooral een stilzwijgen. Het kind had maar dankbaar te zijn en de opvolging moest geregeld. Punt uit.Oftewel: Adoptie was een natuurlijk proces om het probleem van ouderloosheid van het kind op te lossen. Eigenlijk pleegde men kinderen. Zoals dit nu nog vaak in Afrika gebeurt.

En het is dìt cruciale verschil in woord tussen pleeg en adoptie dat een zee van verschil maakt. Op het moment dat je het woord adoptie gebruikt, ga je er al vanuit dat het jouw kind is, dat jij pappaatje en mammaatje gaat spelen, dat het kind jou als zijn ouders ziet. Want jij wilt een kind. Bij pleeg ga je uit van het kind dat zorg nodig heeft. Je ontneemt jezelf eigendomsrechten en gaat een veel eerlijker relatie met het kind aan. En Nederland stikt van de pleegkinderen die op zoek zijn naar zorg.

Alleen zijn deze kinderen voor adoptieouders vaak te oud. Het moet vers zijn. Jong babybloed. Hoe jonger hoe beter. Het beeld van pappa en mamma moet immers ingevuld worden. Het beeld dat ook zij eigen kinderen hebben. Jong bloed heeft voor hen het valse voordeel, dat ze denken dat zij het kind kunnen kneden als hun eigen kind en werkelijk kunnen geloven dat zij ouder zijn geworden.

De argumentatie van adoptieouders waarom ze persé een baby willen en geen ouder kind, is precies hetzelfde argument dat een hondenbezitter heeft om een jonge hond te willen: beïnvloedbaarheid, controle, onderdeel van het gezin van jongs af aan. Het puppygevoel (kinderwens) moet bevredigd. Het summum van maakbaarheid.

Deze maakbaarheidgedachte in adoptie maakte in de jaren ‘60 een sterke opmars. Meestal niet vanwege de onmogelijkheid kinderen te kunnen krijgen, maar uit een idealistisch motief tegenover het bulkbegrip ‘Derde Wereld’. Al moet ik zeggen dat ik veel van die adoptieouders wantrouwde, omdat men toentertijd met een kleurtje goed scoorde in eigen kring. Steeds vaker zag je gezinnen met eigen, blanke kinderen met een roetmop of pinda ertussen. De kaaskop als adoptiekind was toen niet zo populair. Scoren deed je over de rug van armoede en die was donker. Gelukkig was het aantal aangeboden baby’s in Nederland toen al sterk gedaald.

Dit soort redenen zie je nog steeds bij celebs als Madonna en Angelina Jolie. Het is natuurlijk veel hipper om een kind uit Malawi te halen dan een kind van een tiener crackhoertje uit eigen land te adopteren. Op zich heb ik nooit zoveel moeite met welke internationale handel dan ook, maar bij levende organismen gaat het jeuken en bij handel in homo sapiens gaan de hersenen koken.

De keuze van adoptie heden ten dage komt vooral voort uit de onmogelijkheid om zelf kinderen te krijgen. Men begint te laat met het proberen, men heeft fertiliteitsproblemen of de man/vrouw verhouding is door elkaar geschud. Het recht op kinderen dat koste wat kost in vervulling moet gaan, al zal iedere adoptieouder natuurlijk ontkennen dat er iets bestaat als een recht op een kind. Dat het kind zwart of Aziatisch is komt niet meer voort uit vals idealisme of groepsgedrag, maar uit schaarste.

En ik probeer als gezonde botte boer tolerant te zijn, maar als ik zo’n stel hun Chineesje zie knuffelen of een homopaar met een kinderwagen hand in hand het roetmopje zie uitlaten, dan krijg ik toch een gevoel van vervreemding. Alsof een grens overschreden is. Een grens van maakbaarheid die ingevuld moet worden door middel van het gebruiken van een ander mens. Ik kan dit echt niet als een normaliteit zien. Koop dan gewoon een puppy.

Want ik geloof niets van dat gezwam over een kindje redden of iets voor de wereld doen. Het verschil tussen adoptie en pleeg toont precies aan waarom de motieven van de adoptieouders helemaal niets met het kind te maken hebben. Ze kiezen bewust voor jong en bezit (adoptie) en niet voor pleeg.

In werkelijkheid blijft het kind, ondanks de pretentie van eigendom en ouderschap, altijd een pleegkind. Hoezeer ze ook hun best doen om gezinnetje te spelen. Het is gewoonweg je kind niet, niet je zaad, niet je eierstokken, niet je DNA en bovenal niet je uiterlijk. En dit kon je nog verbergen als je ondergebracht zou zijn bij familie, maar een negerkindje met twee mannelijke pappa’s is gestoord en van den zotte en heeft niets meer met gelijke rechten voor homoseksuele paren te maken. Het heeft te maken met een doorgedraaide maakbaarheidgedachte die indruist tegen de natuur. Een kind wordt gebruikt als een consumptieartikel voor de eigen behoefte aan een waannormaliteit.

Knutselaar Frans Smeets trekt het even allemaal niet meer en heeft besloten om vanaf vandaag een conservatieve lul te zijn.

Frans Smeets