Frontaal
Naakt

24 juli 2009

La Jenny (2)

Lydia Vermeer

In de jaren 30 was er een splintergroepje, rond een zekere Jonkheer Fokko van Till. In het Gooi had hij een terreintje voor zijn FKK-clubje. Ze gebruikten de Duitse term Frei Körper Kultur, klinkt wel wat hoogdravend. Mijn grootmoeder had nauwe relaties met mensen die daar bij hoorden. Daar was zij heel positief over. Zou in mijn voorkeur om, als het even kan, naakt te zijn, een genetisch element zitten? Kan zo iets in je genen zitten? Of is die voorkeur er het gevolg van dat ik mijn grootouders onbewust wil eren? Ik vind het heel goed van ze dat zij in die preutse en puriteinse jaren erg vrijzinnig waren.

Aparte naturistenterreinen zijn misschien minder nodig dan vroeger, maar ik vind ze belangrijk omdat ik graag naakt aan sport doe. Heerlijk, naakt te tennissen.

Eenvoudig is het niet om alles tegelijk te hebben: goed gezelschap en een temperatuur die noch te koud noch te warm is om naakt te zijn. Maar ik ben wel tamelijk gehard. Ik wil tot aan de grenzen van het mogelijke een naakt Spartaans meisje zijn.

Wanneer zou ik weer eens naar La Jenny kunnen gaan, dat naturistenterrein met een golfbaantje. Het was fantastisch leuk, vorig jaar. Verrukkelijk, naakt golf te spelen. Er waren helaas slechts drie holes en je moest soms lang wachten. Toch kun je daar best wat voor over hebben. Je voelt je volstrekt vrij, de wind speelt om je lichaam, je voelt nergens iets knellen, je belichaamt iets absoluuts, ik kan het niet precies uitdrukken, een emotie als intuïtie van het absolute.

Klinkt wel goed, die kreet van Sartre, maar je moet er niet over nadenken, dat deden zijn aanhangers dan ook niet. Toch had ik toen echt ogenblikken waarop ik alles weg voelde vloeien dat me hinderde. Je voelt de instroom van een nieuwe toekomst. Klinkt pathetisch, maar het was zo, vooral als ik er aan terugdenk. Sterke emoties zijn dikwijls zo verbonden met de situatiebeleving bij hun ontstaan, dat je ze daarbuiten niet echt kunt navoelen.

Op het moment zelf is iets nooit zo mooi als het later schijnt te zijn. Achteraf ga je idealiseren. Je poetst alles mooi op en verlangt ook terug naar iets wat er in feite niet voor in aanmerking komt. Was ik maar weer een lijk, zuchtte het skelet. Of je vergeet wat je niet aanstond. Het verleden is de tijd, ontdaan van de stekels. In werkelijkheid is er altijd wel iets aan te merken geweest. Het was bijvoorbeeld te warm. Of je had de verkeerde mensen om je heen. Of je sloeg te veel balletjes in de rough. En vooral: er ligt een onzekere toekomst voor je. Je weet niet hoe alles verder zal gaan. Hoe het de volgende dag, zelfs het volgende uur, zal zijn. Je kunt je toekomst niet volgens eigen wensen regisseren. Als je het prettig hebt wens je misschien dat het altijd zo blijft. Of je wilt meer, iets wat niet kan. Menselijk, al te menselijk.

Als je tussen die geurige dennenbomen, op het zachte mos, nu eens met je geliefde de liefde kon bedrijven. Zoals ik me daar, naakt door dat bos dwalend, opgenomen voel worden door de serene atmosfeer – de kruidige geuren om me heen dringen diep binnen in mijn longen – zo zou ik hem diep in me willen voelen, mijn tedere en krachtige minnaar, daar in de natuur, de mooiste omgeving om te oefenen voor mijn verjaarsgeschenk. Maar: wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen.

LydiaJenny (105k image)
Foto: Lydia Vermeer

Fragment uit Terug naar Ariadne: bespiegelingen van een naaktmodel, uitgeverij Panta Menei, 1998.


Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home