Frontaal
Naakt
2 maart 2015

Ongemakkelijke vragen

Joost Tel

film5

Ik hou er niet van om iets voor zoete koek aan te nemen. Van vrijwel elke mening, elke stelling die ik zie langskomen, vraag ik me af of die terecht is. Van namaak-argumenten als “Dat snapt toch iedereen” krijg ik allergische reacties. Ook – en misschien wel het heftigst – als dat argument vanuit mijn eigen onderbuik komt.

Daardoor kom ik met mijn gedachten soms in denkgebieden waar anderen van walgen, of waar ze heel bang van worden. Waarom is slavernij eigenlijk zo erg? Waarom is euthanasie in ons land oké? Als abortus toegestaan is tot zes maanden, waarom zouden we dan geen jonge kinderen mogen laten inslapen? Waarom doen mensen zo moeilijk over Zwarte Piet? Wat is er mis met pedofilie? Waarom vinden we homofilie normaal? Waarom vinden we poep vies? Waarom geloven zoveel mensen in een god? Waarom zetten anderen zich daar zo heftig tegen af? Wat is vrijheid en waarom vind ik dat zo’n groot goed? Mag een mens er voor kiezen om onvrij te zijn? Kan een mens onvrij willen zijn?

Teveel vrijheid

Bij veel van deze gedachtegangen kom ik dan tot een voorlopige opinie die weinig schokkend is in onze maatschappij. Aangezien ik zelf enorm geniet van vrijheid – de vrijheid om bijvoorbeeld zo na te kunnen denken – is dat een van de weinige pijlers van mijn gedachten. Natuurlijk weet ik dat er een groep mensen dol is op SM, dat er mensen zijn die het nodig hebben om gestuurd te worden en ongelukkig worden als ze teveel vrijheid krijgen, maar die negeer ik. Daar ga ik later nog wel eens over denken.

Ik ben blijkbaar een kind van mijn tijd: in onze maatschappij is vrijheid ook een kernwaarde. De vrijheid van meningsuiting wordt te pas en te onpas omarmd en overtrokken. Dat een onderbuikgevoel niet hetzelfde is als een mening, wordt daarbij vaak buiten beschouwing gelaten. We moeten alles kunnen zeggen. Wat Amerikanen “speech” noemen, noemen wij een mening. Ik niet, maar wij wel.

Mohammed en Demmink

“Een mens moet vrij zijn om alles te doen wat hij wil, zolang hij daarbij niet de vrijheid van een ander beperkt” is een stelling die waarschijnlijk door de meeste lezers onvoorwaardelijk zal worden geaccepteerd.

In de praktijk komt deze situatie echter maar zelden voor: vrijwel elke vrije keus heeft invloed op de mogelijkheden voor anderen. Het uiten van een vrije mening kan anderen dusdanig schokken dat zelfs hun vrijheid, om gelukkig te zijn, wordt beperkt – in elk geval in hun perceptie. Dan moeten die maar niet zo moeilijk doen, is de gangbare gemeenplaats. De individuele vrijheid is behoorlijk heilig.

Zolang mensen die gebruiken binnen de algemeen geldende normen, althans. Want een klein beetje daarbuiten, en de maatschappij valt met veel lawaai over je heen. Mohammed en Demmink mag je pedofiel noemen, maar je mening uiten als je homo’s mindere mensen vindt, dat mag weer niet. Over dat soort dingen denk ik dus graag na.

Drol gedraaid

Soms kom ik tot een schokkende voorlopige opinie. “Voorlopig” omdat ik niet doe aan zekerheden: voor elke opinie die ik heb, zou ik een gat in de lucht springen als ik die morgen dankzij een overtuigend medemens kwijt zou raken voor een betere. “Schokkend” omdat die zo afwijkt van wat gangbaar is in Nederland.

Neem deze drie voorbeelden:

1) Een ouder roept zijn kind bij zich op de wc om te laten zien wat voor drol hij gedraaid heeft.
2) Een ouder laat zijn kind zien hoe je pijnloos 6 van de 7 net geboren kittens afmaakt.
3) Een ouder laat zijn kind zien hoe hij masturbeert.

Tegen 1 en 2 kan ik méér argumenten bedenken dan tegen 3. Toch zijn de eerste twee in Nederland toegestaan – ook al vervullen ze de meerderheid met walging – terwijl de derde verboden is en waarschijnlijk tot zelfs nog meer walging leidt. Hoe zit het daar dan met vrijheid?

Superleuk spelletje

Ik las vorige week een verslag uit een rechtszaak waarbij een stiefvader zijn zeer jonge stiefdochter had geleerd hem af te trekken. Stiefpapa kreeg een forse straf. Mijn onderbuik reageerde in eerste instantie natuurlijk (op dit woordje kom ik zo nog terug) heftig instemmend.

Tot ik in het verslag las dat het meisje het een superleuk spelletje had gevonden. Waarom was het dan eigenlijk zo erg? Ja, het was “hun geheimpje”, maar zonder dat er een dreigende straf boven haar hoofd hing als ze het zou doorvertellen – gewoon een leuk geheimpje dus, zoals kinderen dat vaker hebben (“papa is over een maand jarig, niet vertellen dat we dit aan het maken zijn he?”).

Waarom zou dit erger zijn dan het dwingen van een kind om spruitjes te eten, of het geven van een hielprik? Toen ik doorgroef tot de kern van de afkeuring bracht me dat op een oncomfortabele plek: het lijkt er op dat we het met zijn allen afkeuren omdat we ervan overtuigd zijn dat het kind zelf, als het groot is, door dezelfde maatschappelijke afkeuring zal zijn getroffen die ons heeft geraakt en dan, door het besef dat zij het werkelijk heeft meegemaakt, een trauma gaat krijgen. Is dat een goed argument?

Zwarte slaven

Die redenering werd minder dan een eeuw geleden ook met succes gebruikt tegen masturbatie, en nog wat eeuwen eerder tegen het spelen van blanke kinderen met de kinderen van zwarte slaven: “Je vindt het nu misschien leuk, maar later ga je leren hoe slecht het eigenlijk was, en dan ga je heel veel spijt krijgen.”

Die redenering zegt helemaal niets over hoe slecht het werkelijk is. Zou het spelen en delen van seksualiteit met kinderen dan misschien ook eigenlijk helemaal niet slecht zijn? Dat kan toch niet? Er moet toch meer tegen in te brengen zijn?

Mijn internet-onderzoek leerde me twee dingen:

1) sinds halverwege de jaren negentig durft niemand meer onbevangen over dit onderwerp te schrijven – dat merk ik omdat in vrijwel alle artikelen over dit onderwerp subjectieve woorden worden toegevoegd om te benadrukken dat de schrijver het natuurlijk allemaal wel bijzonder erg vindt. Anders zou de lezer misschien nog kunnen denken dat hij pedo is.

2) er zijn onderzoeken bekend waaruit blijkt dat er trauma’s zijn ontstaan bij mensen die vroeger seksueel misbruikt zijn, maar – en dit wordt meestal in kleine bijzinnetjes weggemoffeld – dat die trauma’s eigenlijk allemaal terug te voeren zijn op pijn, gebruikt geweld, dreiging met geweld of de “schande!”-preken van hulpverleners en zelfs justitie. Een enkeling schrijft (en onderbouwt) dat onderzoeken, waarin is geconstateerd dat seksueel misbruik zonder dwang of pijn feitelijk geen nadelige gevolgen hebben, zonder verdere onderbouwing terzijde zijn geschoven of zwartgemaakt.

Juist als ik zo’n overtuigende heerschappij van de onderbuik over het gezond verstand tegenkom, gaan mijn haren recht overeind staan. Kan iemand me de échte argumenten geven, of hebben we het allemaal gewoon vreselijk mis?

Joost Tel, ooit uitgestudeerd econometrist, is schrijver, liedjesmaker, programmeur en IT-manager die door omstandigheden nogal wat tijd over heeft om na te denken over de onzin van het bestaan. Hij won ooit de finale van Rad van Fortuin en een eervolle vermelding in Battus’ Opperlans woordenboek. U kunt hem volgen op Twitter.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home