Tussen treuren en haten
Tayfun Balçik

In mijn vorige stuk zei ik dat 2015 ondanks alles hoopgevend was. ‘We blijven doorgaan, hoe lelijk de werkelijkheid ook is.’ Daarmee doelde ik o.a. op de Turks-Koerdische bijeenkomsten die we – Koerden, Turken, Hollanders en Armeniërs – sinds oktober organiseren. We zijn vier keer bij elkaar gekomen. Drie keer voor publiek en één keer besloten, om aan een gezamenlijk stuk te werken. De aanleiding voor de bijeenkomsten is het geweld tussen de Turkse staat en de Koerdische PKK.
Het initiatief kwam voort uit incidentele gesprekken tussen betrokken individuen. Individuen die veel over ‘de andere kant’ te vertellen hadden, maar dat eigenlijk nooit face to face MET elkaar hebben gedaan. Dit is ergens logisch. Er is veel angst, pijn en woede. En dat mensen daar niet over willen praten, is te begrijpen. Zo zei een Koerdische deelnemer dat praten over het conflict door sommige Koerden als ‘spugen in het gezicht’ wordt ervaren:
“Eerst vermoorden ze ons, en daarna willen ze erover praten?”
Rauwe momenten
Een zindering ging door mijn lijf toen ik dat hoorde. Want deze ‘ze’ heeft betrekking op mij, niet als individu, historicus of voetballer, maar als toevallige lid van een groep: ‘de’ Turken. Gelijk maakte ik er een notitie van. Ook deze – van iemand die de Turkse onderdrukking aan den lijve had ondervonden, schreef ik direct op:
“Ik haatte Turken. Ik haatte zelfs de T van Turken.”
Pure emotie! Bij zulke rauwe momenten weet ik: deze bijeenkomsten zijn hard nodig. Meer Turken, geredeneerd vanuit mijn perspectief, zouden dit van dichtbij moeten meemaken.
Andere uitspraken schieten door mijn hoofd. Zo vertelde een Turkse dame over een vrouw die in Diyarbakir wordt gediscrimineerd, alleen maar omdat ze getrouwd is met een Turkse politieagent. “Ook met Turkse nationalisten moet de dialoog gevoerd worden”, vond zij. Juist met Turkse of Koerdische nationalisten zou ik er aan willen toevoegen.
Gestorven soldaten
Voor sommigen was dit echter een brug te ver: “Van Koerden worden sociaal gewenste antwoorden verwacht, bijvoorbeeld als het gaat om slachtoffers aan Turkse kant. Dan moet je doen alsof je net zo verdrietig bent als wanneer jouw dorpen worden gebombardeerd door de Turkse luchtmacht.” Weer anderen vonden dat je best mag treuren om gestorven soldaten. “Het systeem en individuele mensen zijn twee verschillende dingen. Je kunt zowel de staat veroordelen en pijn voelen voor omgekomen soldaten. Het blijven mensenlevens.”
We spraken in het Nederlands. Tijdens de pauzes viel op dat ook in het Turks of Koerdisch werd gecommuniceerd. Alsof het een manier was om de harde Hollandse woorden te verzachten met de taal van onze moeders. Het is sowieso wennen geblazen. Mensen met diametraal verschillende visies op het conflict werken aan iets wat hun zou moeten binden.
‘VOOR VREDE EN TEGEN GEWELD’ schreef ik tijdens de eerste bijeenkomst op een flip-over. Makkelijker gezegd dan gedaan. Want hoe ga je om met mensen die geweld goedkeuren, omdat er toch “terroristen” worden “geneutraliseerd”? We beseffen dat we extremisten wellicht nooit bereiken. Het doel is dan ook om een plek te creëren voor gematigde stemmen. Een plek waar Turken en Koerden hun hart kunnen luchten. Een plek waar we misschien ooit samen een traan zullen laten voor mensen die in de kracht van hun leven zijn gestorven.
Leven onder Turken
Ben ik te optimistisch? Ik weet niet. De tijd zal het leren. Vaak denk ik aan wat psycholoog Ervin Staub in 2008 tijdens een zomercursus in Toronto zei: “It has to come close to feel, to open yourself and start to cry. Only when people cry, the healing will start.”
Het geweld heerst nu in Turks-Koerdistan. Hoe dichtbij moet het nog komen, voordat Turken en Koerden samen gaan rouwen om hun doden? Vorige week ben ik 31 geworden. Ik heb met mijn familie een taartje gegeten. Maar net als bij Suikerfeest heersen dubbele gevoelens. Ik ben blij dat ik in een veilig land leef. Aan de andere kant stoort het me dat zo veel mensen zwijgen.
Een Armeense deelnemer verwoordde het heel koel: “We hebben het geweld in het oosten geaccepteerd. Pas als het geweld ook het westen bereikt, zullen mensen hun mond open doen.” Hij vertelde daarna een verhaal over hoe het is om als Armeniër in Amsterdam-Oost te leven onder Turken: “Angst is er altijd geweest. Als ik naar de Turkse bakker ga, vraagt men (een Turks gebruik om te socialiseren, TB) altijd waar ik vandaan kom. Dan zeg ik: ‘Uit het oosten van Turkije’. Er valt dan vaak stilte. Mensen vragen me of ik Koerdisch ben. Dan zeg ik: ‘Nee, ik ben Armeens’. Hun gezichten vertrekken. Daarom antwoord ik vaak omzeilend, om die discussies niet te voeren.”
Heel begrijpelijk, maar misschien zijn we zoals we zijn omdat we die discussies nooit samen hebben gevoerd. Veel liefde uit Amsterdam-West.
Tayfun Balçik is historicus, gespecialiseerd in de moderne geschiedenis van Turkije en die van Amsterdam-West. Hij heeft een Facebook-pagina.





RSS