Isidro
Anita Brus

Scene uit Sword of Doom.
Ooit ben ik bijna aangerand. In Cuba. Door een prachtige Cubaan die een dubieuze vriendschap met mij was aangegaan en met wie ik op een vrachtwagen vol Cubanen naar de zee was gereden, waarna hij zich ergens aan het strand bijna aan mij vergreep.
Het was 1997 en we reden van Santiago de Cuba naar Playa Sivoney. Eigenlijk had ik het al wel een beetje gehad met deze Cubaan die Isidro heette en die ik had ontmoet in de bar van het hotel, terwijl hij daar een wat oudere Deense dame verleidde. Wat mij in eerste instantie aantrok in hem was, behalve zijn spetterende uiterlijk, zijn sociale betrokkenheid. Hij nam de Deense en mij mee naar een sloppenwijk in Santiago de Cuba waar wij het andere Cuba zagen, voor zover wij dat niet al hadden gezien. Voorbij alle communistische propaganda leefden de meeste Cubanen in armoede en openbaar vervoer was er in die tijd nauwelijks nog, waardoor ik mij door het land verplaatste in aftandse taxi’s en op vrachtwagens. Soms was er zelfs geen eten, want wij waren net voorbij de ‘periodo especial‘, de periode waarin de hulp van de Sovjets was weggevallen en Cuba het nagenoeg zonder de dagelijkse basisvoorzieningen moest stellen.
Socialistisch paradijs
De ellende in de sloppenwijken van Santiago de Cuba sloeg echter alles. Was dit het ware gezicht van het socialistische paradijs? Meer ‘muerte‘ dan ‘socialismo‘, afgaand op de op alle muren gekalkte slogan ‘socialismo o muerte‘. Stinkende krotten van huizen waar mensen opeen gepakt zaten tussen vodden en roestige, half vergane spullen. Dat waren de omstandigheden waarin Isidro was opgegroeid en die hij ons wilde laten zien. Ik werd daar in die tijd bijzonder triest van, maar Isidro had ook aangename zaken te bieden. Hij bracht ons onder andere naar ‘casas privadas‘ waar je in tegenstelling tot de officiële restaurants wel heerlijk kon eten. Dat hij en zijn vrienden gratis van onze maaltijd mee aten namen we op de koop toe. Die licht delinkwente instelling van hem had iets vanzelfsprekends en misschien ook wel iets aantrekkelijks in een onvrij land. Bovendien deden wij er ons voordeel mee, want zonder Isidro hadden wij nooit dat gezellige pension gevonden bij het gezin waarmee hij een dealtje bleek te hebben en zonder hem hadden wij nooit zo veel gezien.
Nadat de Deense verder was gereisd, stortte Isidro zich op mij en ik liet het mij aanleunen. Hij teerde weliswaar op mijn zak, maar voerde mij ook mee naar plekken waar de zwarte bevolking van Santiago de Cuba deed aan santería en reinigingsrituelen. Ik zag er taferelen van over de grond kronkelende en in trance verkerende danseressen die langs bepaalde rituelen weer overeind werden geholpen. Erg boeiend allemaal voor iemand die zoiets nog nooit gezien had en wat ook hielp was dat Isidro prachtige tekeningen maakte in mijn dagboek. Ik viel voor zijn belangstelling en de kunstenaar in hem, maar helaas had ik al een vriendje.
Cubaanse gevangenissen
En toen kwam dat moment waarop het mij eigenlijk ook allemaal wel wat veel werd en hij zich op dat strand niet meer kon inhouden. Als ik destijds niet heel erg hard was gaan huilen was alles anders afgelopen. Met mijn gehuil verdween blijkbaar ook mijn aantrekkingskracht en dat bracht hem niet alleen tot bedaren, maar ook tot een bekentenis.
Wat hij nog niet had verteld was dat hij al met al zes jaar had doorgebracht in de Cubaanse gevangenissen vanwege vechtpartijen en opruiing. De laatste keer dat ze hem hadden gearresteerd was omdat hij over de socialistische leuzen heen had geschilderd, wat hem maar liefst twee jaar gevangenisstraf had opgeleverd. Uiteraard was dit verhaal geen excuus voor de bijna-aanranding en had ik hem daarna ook resoluut kunnen dumpen. Toch bleef ik ook na dit voorval nog een tijdje met Isidro omgaan.
Prachtige tekeningen
Nu Castro dood is moet ik aan hem terugdenken. Als afscheid schreef hij bij zijn prachtige tekeningen in mijn dagboek de volgende woorden (door mij vertaald vanuit het Spaans):
‘Als je je op een dag alleen voelt, denk dan aan mij. Dat ik je nooit zal vergeten, dat ik altijd zal hopen dat jij mijn leven zult vullen met de kleuren van je blikken, jouw ogen die de kleur hebben van de zee en soms de kleuren van een rozentuin. Ze maken van mij een man vol verlangen die gelukkiger is dan iedere andere man op deze wereld. Vergeef mij alsjeblieft alle slechte dingen die de afgelopen dagen gebeurden. Het was erg mooi je te kennen en jouw gezelschap was heel aangenaam. Je bent zo zacht dat zelfs geen rozenblaadje vergeleken kan worden met de zachtheid van jouw streling.’
Onder het communistische regime en de miserabele omstandigheden van het leven dat hij destijds leidde is toch wel een kunstenaar aan hem verloren gegaan. Op internet wordt niet alleen getreurd om de dood van Castro, maar ook gejuicht. Of dat juichen voor Isidro niet veel te laat komt is de vraag.
Anita Brus is docent in de Spaanse taal/literatuur/kunst en schrijft over tango in het tijdschrift La Cadena. Zij publiceert ook teksten in het Spaans en in het Nederlands op haar eigen weblog. Lees het verbijsterende relaas over haar domrechtse date. Volg haar op Twitter.





RSS