Frontaal
Naakt
26 april 2006

Lief dagboek

Peter Breedveld

Regen (60k image)

Ik heb me een uitspatting veroorloofd. Ik heb mezelf de bibliofiele uitgave cadeau gedaan van Het lied van de regen, een bundel Arabische gedichten vertaald door Hafid Bouazza. Genummerd en gesigneerd, met de hand gezet en gedrukt op Zerkal Litho, whatever that means.

Peperduur, maar ik ben gek op Bouazza’s boeken en vertalingen en bovendien staan er drie prachtige tekeningen in van Dick Matena, die voor mij een soort rocksterrenstatus heeft. Ik vrát vroeger zijn western-strip Dandy in het stripblad Eppo, en later de science fiction-strip Virl en weer later Lazarus Stone, Mythen en De Prediker. Naar aanleiding van Lazarus Stone noemde Theo van Gogh hem eens ‘de Marquis de Sade van de Nederlandse strip’. De zwarte humor, de rauwe poëzie, het delirische surrealisme, de manier waarop Matena bijbelteksten gebruikte hebben een onuitwisbare indruk op me gemaakt. Vóór ik zelfs maar van Wolkers, Hermans en Bowie had gehoord leerde ik mijn levenslessen van Matena. Tegenwoordig is hij vooral bekend vanwege zijn verstripping van Gerard Reve’s De Avonden .

Zeer binnenkort komt het eerste deel van zijn versie van Kort Amerikaans uit en gisteren heb ik hem geïnterviewd, in de woonkamer van Bouazza, notabene. Twee van mijn literaire helden had ik helemaal voor me alleen. Hoewel, ze waren meer met elkaar bezig dan met mij (in strikt platonisch-intellectuele zin!), maar ik mocht er bij zijn en veel meer kan een nederige sterveling zich niet wensen. Ook Bouazza’s liefde voor Matena’s werk begon met Dandy en het was wel prikkelend om te constateren dat hem precies dezelfde rare details uit Lazarus Stone zijn bijgebleven.

Vanmiddag werd de dichtbundel gepresenteerd in De Slegte in Amsterdam, waar Bouazza twee gedichten in het Arabisch voorlas. Gerrit Komrij, die daarna de Nederlandse vertalingen voorlas, grapte dat het hem bekend voorkwam. Meteen na de aanslagen op de Twin Towers had hij namelijk de hele dag Al Jazeera aanstaan. “Grappig dat je dat zegt”, reageerde Bouazza. “Ik hoop niet dat de baardapen en de schreeuwlelijkerds óók de mooie Arabische taal wegkapen.” Terwijl hij dat zei, wreef hij driftig in zijn handen.

En niets van wat mensen eten hebben wij
Behalve verlepte sporkelbloemen en jaaroude wolbloedbrij
En nergens dan naar u kunnen wij vluchten
En waarheen vluchten mensen behalve naar profeten?
Als u om vloed en voorspoed bidt dan zal de hemel
Zenden – en alles bij het oude zijn gebleven.

De prenten van Matena zijn in dezelfde stijl getekend als de illustraties op de voorkant van Bouazza’s Arabische Bibliotheek , iets dat het midden houdt tussen Gustave Doré en A. B. Frost . Ik zag gisteren ook de originelen. Om te watertanden. Ze bieden wat lichtvoetig, ironisch tegenwicht aan de lyrische tragiek van de gedichten, meent Bouazza.

Bij dezelfde gelegenheid werd ook een tentoonstelling rond Komrijs boek Kakafonie geopend. Tientallen curieuze antieke boeken over scatologie, afgewisseld met prenten van Kamagurka. Leuk, beslist gaan zien, op de eerste verdieping van De Slegte.

In de trein naar huis las ik Weekendpelgrimage van de deze week overleden Antilliaanse schrijver Tip Marugg. Ik was hem helemaal vergeten, maar rond mijn achttiende werd ik na het lezen van De morgen loeit weer aan een tijdje bevangen door een Antilliaanse schrijvers-koorts. Van de drie grote Antillaanse schrijvers, Marugg, Frank Martinus Arion en Boeli van Leeuwen is Marugg zonder meer de interessantste.

Soms wou ik dat ik een neger was. Nou ja, ik bedoel niet helemaal zwart, maar dan toch dat mijn huidskleur een beetje gekleurd was. Ik stel me voor dat ik me dan wel beter op mijn gemak zou voelen hier. Dit is een negereiland, hoe je het ook bekijkt. De zon, de lucht, de cactussen, de kust en de zee, alles hoort bij het neger-zijn. Een blanke heeft hier niets te maken. De hete zon die hier brandt, is een negerzon. Een blanke, al is het een blanke die hier geboren en getogen is, is er niet tegen bestand en went er nooit helemaal aan. Hij gaat op een zaterdagmiddag naar het strand en begint twee dagen later te vervellen. Een neger vervelt nooit. Ook de lucht en de wind behoren bij het eiland. De altijd waaiende passaatwind is een negerwind en de grauwe wolken’ s morgens en de witte wolken ’s middags zijn negerwolken. De cactus is een negerplant. Groeien er cactusplanten in blanke landen? Ja, in de broeikassen, zoals zij daar ook apen houden in de dierentuinen. Ook de kust is een negerkust en de zee een negerzee. De kust is rotsig, puntig, scherp en verraderlijk, even verraderlijk als de zee die zo makkelijk en zo dikwijls van kleur verandert. Vroeger bezat het eiland mooie, witte stranden, maar al het zand is nu weg, weggehaald in grote trucks om huizen te bouwen in de stad. De weinige stranden die zijn overgebleven zijn mismaakt en in het weinige zand dat je er nog ziet, bevinden zich glasscherven. Dit is een negereiland, hoe je het ook bekijkt.

Thuis vertelde mijn middelste zoon me dat hij een weerwolf is. ’s Nachts gaat hij naar een nabijgelegen park de beest uithangen met andere weerwolfjongetjes. Dan gaan ze in bomen klimmen, spelletjes doen, soms treedt er een beroemde weerwolfster op.

Ach, als ze maar gelukkig zijn.

Peter Breedveld wou dat het al 1 mei was, want dan verschijnt de nieuwe Tool.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home