Oma Coma 5: Spijkerburka’s
Yezkilim

Vanmiddag komen haar twee zussen op bezoek, samen. Ze hebben elkaar in geen jaren gezien, dus ze is benieuwd of ze alleen in elkaar, of ook in haar geïnteresseerd zullen zijn. De jongste woont in Griekenland.
‘En daar begon alle ellende’, vertelt ze, als ze eenmaal lekker zit, ‘toen Europa uit elkaar begon te vallen. En eerst zou er nog een economisch samenwerkingsverband gehandhaafd blijven, maar er kwam zoveel ruzie, dat zelfs dat niet meer lukte’. ‘En dus is de gulden weer terug’, glundert de oudste. Ze hadden de kwartjes erg gemist, toen die vervangen waren door twubbeltjes. ‘En die doet het weer erg goed.’
Ze is benieuwd wanneer ze zelf weer geld krijgt, en dat uit mag gaan geven. Verder dan de gang is ze nog niet geweest, ze mag nog lang niet naar buiten. Niet dat ze dat nu al zo graag wil, want ze kan nog steeds niet lopen, maar af en toe krijgt ze de neiging om er al rollend vandoor te gaan. Als ze weer eens meewarig ‘mevrouwtje’ genoemd wordt, bijvoorbeeld.
‘Maar jullie dragen geen hoofddoekjes of burka’s of zoiets, dus Nederland is niet totaal geïslamiseerd, toch? Het was best wel spannend, vlak voor ik onder zeil ging.’
Dat was allemaal goedgekomen. ‘Ook wij weten niet hoe al die burka-varianten heten. Maar het was best wel lachen met die dingen, toen.’
In het begin was het bepaald niet leuk geweest, toen de varianten die je gezicht bedekken, verboden werden op straat en in openbare gebouwen en toen daar allerlei protestacties tegen kwamen, ook al waren die tevergeefs. En de sfeer werd zo mogelijk nog grimmiger, toen er op winkelruiten en niet-openbare gebouwen stickers verschenen waarop stond dat mensen met gezichtsbedekkende kleding ook daar niet welkom waren, en het een rage werd om deze stickers ook op je voordeur te plakken.
‘Maar iedereen raakte eraan gewend en het werd weer rustig’, stelde de jongste haar gerust. ‘En toen pakte de mode-industrie de burka op, tenminste, de niet verboden versie die je gezicht vrijliet: er kwamen burka’s in knalkleurtjes, strakke en glimmende burka’s, miniburka’s, camouflageburka’s, spijkerburka’s, doorkijkburka’s… Vooral de laatste werden razend populair. Binnen de kortste keren waren de gewone burka’s, in alle varianten, zo goed als verdwenen. Wel zag je steeds vaker twee oosters uitziende vriendinnen samen, voorzichtig, in gekleurde burka’s…’
Ze moeten weg. Maar de oudste moet nog wel even, lachend, een laatste opmerking kwijt. ‘Soms zat er in zo’n tweede burka een gladgeschoren, opgemaakte man. Deed je, als vrouw, of je met je vriendin was, of, als man, of het je vrouw was: was het stiekem je vriendje!’
Dit is het vijfde deel van een feuilleton. Zie ook deel 1, 2, 3 en 4.





RSS