Sitting ducks
Paardestaart

Ik ben ooit op straat aangevallen door een van geile agressie overkokende halvegare. Hij had me zéker volledig in elkaar gehengst en geschopt – hij begon net lekker op gang te komen – als ik niet ontzet was door een vent die overduidelijk wel vaker zijn vuisten gebruikte… iemand dus, die niet weet hoe het hoort, en die je als fatsoenlijk mens niet over de vloer hebt.
Hij was daarmee wèl de enige van de ontzet toekijkende meute die het concept van de fysieke weerstand nog paraat had, zelfs in die mate dat hij er indien noodzakelijk over kon beschikken – en niet pas de volgende morgen, of op de trap van het ziekenhuis. Ik ontmoette hem op het politiebureau, en het was een gewone kerel… geen baviaan; een eye-opener was dat.
Het is natuurlijk ook zo dat wij lichtelijk hysterisch zijn geworden in ons alledaags pacifisme en het absolute taboe op geweld; zelfs ten aanzien van kleine jongens die om de haverklap klaar staan het machtsevenwicht te herstellen door een robbertje te vechten.
Want zelfs als het erom gaat je een bully van het lijf te houden leren onze knulletjes niet meer dat je dan eerst van je jas een stapeltje maakt, dat je je bril af moet zetten, je horloge afdoet, en dat je niet onder de gordel mag slaan… óók niet in dat alleruiterste geval wanneer woorden tekort schieten… want dan worden ze door de schoolbegeleidingsdienst als psychiatrisch geval uit de groep gesleept en verwijderd ter behandeling.
Kijk – en dat vond ik ook vijftien jaar geleden, toen de mijne nog klein was, heel overdreven – hoewel de jongetjes zich aanpasten, en het niet meer deden, wat natuurlijk wel lekker rustig was.
Maar is het ook verstàndig? Is het goed voor mensen? Is het vooral een goed idee als je rechtsregels zo precieus zijn dat je er als samenleving allang niet meer in slaagt de burgerij tegen geweld te beschermen? Als de boeven zich rot lachen, of openlijk vaststellen dat Allah de rechters met blindheid geslagen heeft om dat je ook nog mensen binnenhaalt die uit een andere tijd komen, en die jouw vreedzame geweldloosheid zien als een uitnodigende limpwristedness? Mensen die zeggen: Man, je kunt zeggen wat je wilt, want die kafir eten varkensvlees, en daar word je zacht en weerloos van? Is het dan nog wel redelijk, verstandig of gerechtvaardigd dat de overheid het recht op het zwaard blijft opeisen, terwijl de goeie sul allàng niet meer weet wat je ermee moet?
Is het eerlijk om je kinderen uit te rusten met een mentaliteit die ze tot sitting ducks maakt in een wereld die de omgekeerde richting uitgaat, zelfs in Nederland?
Hoe zou jij je voelen als je vrouw of je kinderen voor je ogen aangevallen, uitgescholden of mishandeld worden, en je weet dat je alleen maar ‘proportioneel geweld’ mag gebruiken, whatever that may be, terwijl de adrenaline door je bloed giert, omdat jíj anders de villain bent – en dat allemaal terwijl de politie niets doet, niets kàn doen – en dat je vernedering en je woede je ziek zullen maken?
Moet je je absoluut laten ontmannen, òf een schoft zijn? Is er niets in het midden?
Mohammed Rasoel voorspelde overigens dat Nederlanders, in het zicht van de ugly truth ervoor zouden kiezen hun land in tweeën te splitsen, en hun handen voor hun ogen zouden slaan, totdat het geluid van vallende voorwerpen verstomd was; dat ze dus weer neutraal zouden zijn. Dat ze, in plaats van zich voor te bereiden, ervoor zouden kiezen om goed Arabisch te leren
Overdreven? Ik hoop het, maar misschien zijn Nederlanders wel gewoon laffe honden in plaats van verstandige, tolerante en ruimdenkende mensen.
Je komt er weliswaar een end mee in vredestijd – maar in tijden van oorlog is het geen prettig schouwspel; nog minder in de tijden dat we de oorlog proberen te ontlópen, met de fluimen al op ons voorhoofd…
Paardestaart heeft haar sporen als Nederlandse cultuurdrager ruimschoots verdiend. Dikke kans dat u haar werk kent. Tegenwoordig legt ze met chirurgische precisie de kanker in onze samenleving bloot. Met andere woorden: she’s saying it like it is.





RSS