Frontaal
Naakt
23 september 2006

De krankjoreme J.A.A. van Doorn

Peter Breedveld

Piet1 (226k image)
Illustratie: Pieter Hogenbirk

Om de één of andere, voor mij volstrekt onduidelijke reden heeft J.A.A. (Jacques) van Doorn een onaantastbaar aura van wijsheid, verstand en fatsoen om zich heen. Jaren geleden kwam er een lelijke smet op zijn blazoen, toen hij werd ontslagen bij NRC Handelsblad omdat hij had geschreven dat we door de schuld van Joodse journalisten een ‘gekleurd beeld’ van Israël hebben. Maar nu hij de beschermheer van gekwetste moslims is, heeft de NRC-redactie hem als de Verloren Zoon weer binnengehaald.

Het beeld van de wijze oude man is niet kapot te krijgen, al kraamt Van Doorn de meest waanzinnige nonsens uit. Bijvoorbeeld dat woorden dodelijker zijn dan daden, als reactie op de moord op Theo van Gogh. In zijn Trouw-column van 23 september beweert hij dat provoceren geen enkele positieve verdienste heeft. Wat een domme onzin. Socrates, Jezus, Juvenalis, Copernicus, Galilei, Spinoza, Erasmus, Multatuli zijn provocateurs die ons oneindig veel positiefs hebben gebracht. Maar Van Doorn zit meer op de lijn van de profeet Mohammed, die ook de toegevoegde waarde van satirici niet zag en ze liet ombrengen.

Van Doorn gaat in het geweer tegen Eddy Terstalls manifest voor de vrijheid van meningsuiting. Hij maakt er in de titel van zijn stuk al meteen een karikatuur van, door te spreken van een ‘verheffing van lompheid tot moreel ideaal’. Daarna maakt hij een nummertje van Terstalls bewering dat ‘de vrijheid van meningsuiting net zo ononderhandelbaar is als de gelijkheid’. ‘Een krankjoreme bewering’, vindt Van Doorn, ‘want ‘gelijkheid’ bestaat niet en kan niet bestaan’.

Van Doorn gebruikt dergelijke afleidingsmanoeuvres vaker. Dan houdt hij bijvoorbeeld een hele verhandeling over de in zijn ogen onjuiste term ‘islamofascisme’, blijkbaar in de hoop dat we vergeten welke zeer reële dreiging er met die term wordt aangeduid. En zo is de bewering, dat vrijheid van meningsuiting ononderhandelbaar is, kennelijk onzinnig in de ogen van Van Doorn omdat gelijkheid niet bestaat en niet kan bestaan.

Zoals iedereen, die zich principieel opstelt tegen kwetsen en beledigen, gaat Van Doorn voorbij aan het feit dat hij er zelf ook wat van kan. In zijn laatste column scheldt hij mensen uit, hij verdraait hun argumenten, en hij maakt een rare sweeping statement over wat ‘wij’ vrijheid van meningsuiting noemen. Dat is beledigend. Stellen dat woorden dodelijker zijn dan daden, terwijl het met kogels doorzeefde, bijna onthoofde lijk van Theo van Gogh nog in de Linnaeusstraat ligt, is behoorlijk kwetsend. Veel krankjoremer kan het trouwens ook niet.

Als Van Doorn stelt dat ‘provoceren, honen, schelden en vernederen’ altijd tekenen zijn van gebrek aan beschaving en geen enkele positieve verdienste hebben, betekent dat dan, dat hij afstand neemt van de ongeveer vijftig provocatieve columns die hij heeft gewijd aan het behonen, uitschelden en vernederen van Ayaan Hirsi Ali, door wie hij de afgelopen jaren was geobsedeerd? Betekent dat, dat hij voortaan een andere, minder aanmatigende toon aanslaat in zijn betogen, dat hij geen karikaturen meer maakt van de standpunten van zijn tegenstanders en alleen nog maar discussieert op basis van eigenlijke inhoudelijke argumenten? We wachten af.

Nog zo’n druiloor die consequent andermans argumenten verdraait: Bas Heijne, die in het NRC Handelsblad van 23 september stelt dat Ian Buruma ‘nu verketterd wordt door zijn Hollandse informanten omdat hij Paul Scheffer een ex-maoïst genoemd heeft, terwijl die in werkelijkheid een ex-stalinist schijnt te zijn’. Wat een misselijke manier van kaltstellen van mensen met wie je het oneens bent. Buruma wordt niet ‘verketterd’ maar terecht bekritiseerd omdat een groot aantal mensen, die in zijn boek Dood van een gezonde roker worden geciteerd, zich helemaal niet herkent in de citaten. Buruma heeft hun woorden verdraaid en ze zelfs woorden in de mond gelegd en dat is van een iets andere orde dan Paul Scheffer een ex-maoïst noemen terwijl hij een ex-stalinist was.

Heijne meent dat het geen enkele zin heeft om je kont met een koran af te vegen enkel omdat je vindt dat het moet kunnen. ‘Dat is kwaadaardigheid gemaskeerd als moed’. Wie heeft er dan toch zijn kont met de koran afgeveegd? Ik meen niemand. Wat heeft het voor zin om tekeer te gaan tegen vijanden die niet bestaan? Het is zo’n rare gewoonte onder progressieve intellectuelen: steevast de argumenten negeren die tegenstanders zo zorgvuldig mogelijk hebben geformuleerd, zelf een aantal volstrekt absurde stellingen verzinnen en dan die met de grond gelijkmaken, als een stel schizofrene varietéartiesten. Amusant wel, maar volslagen absurd.

Peter Breedveld heeft liever de Marx Brothers


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home